Inmiddels kletst ze me de oren van het hoofd en daar zijn we allebei best trots op. De zomer was in mijn gevoel niet echt denderend. Dat lag deels aan mij want ik was tot weinig in staat maar ook het weer zat niet echt mee. Ik had de zomer-waar-nooit-een-eind-aan-leek-te-komen van vorig jaar nog in mijn hoofd. En toen het al bijna herfst was ben ik eindelijk weer op de fiets gestapt want dat durfde ik na mijn val eigenlijk niet meer. Maar wat was het heerlijk en wat ben ik blij dat ik de hobbel heb genomen.

In september was ik nog twee weken op Tjörn waar Anna nog steeds over het eiland keek. Het weer bleef rommelen en zwemmen is er de hele zomer niet bij geweest — voor mij een record. Het waaide hard en er waren meer regendagen dan ik ooit heb meegemaakt. Maar ik genoot van mijn heerlijke appartement waar zelfs een fiets voor me werd geregeld, van de zee en van mijn vrienden. Met als voordeel dat ik bijna iedere dag cantharellen at want de herfst was echt begonnen.

En opeens was het december met dagen waarin het soms al om drie uur donker werd. Dagen waarin het niet eens licht werd. Dagen waarin ik steeds beter mijn 5 km op de hometrainer leerde te maken.

Dagen met een huis vol lichtjes en gezelligheid. Nu is het 1 januari en beginnen de dagen weer te lengen! Wat is dat toch heerlijk al weet ik heel goed dat de winter eigenlijk nog moet beginnen. Maar de sneeuwklokjes zijn er al en de kerstrozen ook! Ik wens al mijn lezers dan ook het licht van de maan in een donkere nacht veel prachtige zonsondergangen en een regenboog die de weg wijst naar geluk!

En schrijven is mijn Nieuwe Passie. Bloggen is een uitlaatklep waarin ik de dingen die op mijn pad komen deel met lezers die dat leuk vinden. En verder hou ik erg van Burmezen, van Zweden en natuurlijk van mijn "landgoed" in Friesland! Zo dat is een uitgebreid jaarverslag waarin veel goeds valt te lezen.

Ik wens je een zonovergoten hier en in Zweden. Lieve Liesbeth, wat een prachtige samenvatting van dagen leven… mooie doorkijkjes heb je gemaakt van De regenboog wens tussen het licht en donker, ga ik zeker opzoeken. We zullen elkaar dan vast wel ergens tegenkomen ….

Vooral jonge gezinnen hadden door gezinsuitbreiding moeite om rond te komen. De overheid riep mensen op de broekriem aan te halen en banken stimuleerden de bevolking om geld te sparen. Samen besloten ze om het Gezinsbegrotingsinstituut op te richten. Mensen gooiden kapotte kleding niet weg, maar herstelden deze weer en lengden in de keuken blinde vinken aan met beschuit. Iedereen zat in dezelfde situatie, zodat mensen zich niet achtergesteld voelden. In de jaren '60 gingen de salarissen, na jaren van soberheid, met sprongen omhoog.

Sommige mensen die decennia geheelonthouders waren geweest, gingen ineens drinken. De TROS ontstond in uit de gedachte dat de 'gewone man' niet werd gehoord. Fons van Westerloo van aspirant-omroep Wakker Nederland WNL heeft een aantal kernwaarden betrokken; vitaal; geïnteresseerd in anderen; toegankelijk; nuchter; eerlijk; transparant; betrouwbaar; respectvol; onafhankelijk; gezagsgetrouw; koningsgezind; positief; kritisch geformuleerd, die sterk overeenkomen met het karakter van de TROS en die worden voorgelegd aan Cees den Daas, oud-TROS-directeur.

De TROS koos voor laagdrempeligheid met amusement, het Nederlandse lied 'Op losse groeven' en populaire programma's als 'Mister Ed' en werd daarmee een belangrijke speler in Hilversum. Wibo van der Linden, waarin nieuws veelal als entertainment werd gebracht, maar er ook veel aandacht was voor criminaliteit. Verder komen aan de orde: Een speech op 15 maart waarin toenmalige premier Ruud Lubbers in de aanloop naar de verkiezingen inging op het groeiende probleem van de jeugdcriminaliteit en betoogde dat criminele jongeren stevig moesten worden aangepakt in organisaties, in inrichtingen of 'kampementen' o.

Hierdoor had strafvervolging niet kunnen uitblijven en was een koningscrisis ontstaan; de persoonlijke brief dei Den Uyl op zijn sterfbed van prinses Juliana kreeg: Inclusief fragmenten uit een opstel van Den Uyl uit en uit zijn dagboek van , voorgelezen door Den Uyls kleindochter Isa, en een fragment uit Den Uyls dagboek van en , voorgelezen door kleinzoon Bart.

Voormalige Ajax-spelers ontmoeten elkaar op verzoek van 'Andere tijden' in het Olympisch Stadion. Veel mensen wilden wachten met trouwen tot ze een woning hadden, maar men kreeg pas een woning als men getrouwd was. Mensen met een groot huis werden gedwongen om anderen in huis te nemen. De nationale overheid gaf voorrang aan de industrialisering.

Toen de woningbouw goed op gang kwam groeide ook de roep om het slopen van krotwoningen. Nadat een vriendin met een ambtenaar naar bed was geweest in ruil voor een woning dreigde Waterlander de gemeente dit openbaar te maken waarna ook zij een woning kreeg; - Meindert Schroor, sociaal geograaf; - Elly van Mourik, inwoonster Amsterdam. Oud- bankmedewerkers vertellen over de overvallen die zij hebben meegemaakt. Er wordt gesproken over de beveiliging die vaak geheel ontbrak en medewerkers die per fiets het geld gingen ophalen bij het hoofdkantoor.

In Sint Antonis kwam het geld, soms tienduizenden guldens, gewoon met de post van het hoofdkantoor in Eindhoven. Pas in de jaren 70 werden er striktere beveiligingsmaatregelen genomen en nog veel later kwam er nazorg voor personeel dat een overval had meegemaakt. Vereniging Banken; - H.

In de jaren '80 van de twintigste eeuw besloot de overheid, in het kader van de deregulering en liberalisering, de regels voor banken te verminderen. Dit beleid vormde uiteindelijk de basis voor de kredietcrisis in Koninginnedag; begrafenisstoet rijdt weg bij paleis Soestdijk.

Neurobioloog Dick Swaab doet onderzoek naar dementie. Bij toeval ontdekt hij dat een hersenknobbel die de biologische klok regelt bij homoseksuele mannen groter is dan bij heteroseksuele mannen. Swaab doet zijn ontdekking als hij vijftien aan aids overleden patiënten onderzoekt. Hij concludeert dat dit niet de oorzaak is van homoseksualiteit maar een verband dat verder onderzoek vereist.

Nadat deze ontdekking wordt vermeld in een artikel van journalist Hans van Maanen in 'Het Parool' van 4 februari ontstaat een rel.

Het is een wetenschappelijke doorbraak die niet goed valt in homoseksuele kringen, waar bezwaar wordt gemaakt tegen onderzoek naar de oorzaak van homoseksualiteit.

Men is bang dat homoseksualiteit als een medische afwijking wordt gekenmerkt. In de daarop volgende dagen verschijnen ruim driehonderd berichten en artikelen in dag- en weekbladen en er worden kamervragen gesteld.

Na de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november wordt het land gekenmerkt door armoede, corruptie en een incompetent politiek bestuur. Een Nederlandse missie onder leiding van kolonel Valk, militair attaché van de Nederlandse ambassade, helpt bij de opbouw van een eigen Surinaams leger, de SKM.

Valk speelde een belangrijke rol de bij de machtswisseling door de coupplegers van tevoren van inlichtingen te voorzien en vervolgens de nieuwe militaire leider Bouterse te adviseren, o. Ambassadeur Vegelin van Claerbergen, en Nederland formeel dus ook, was op de hoogte van de rol die Valk zichzelf had toegeëigend, maar kreeg geen vat op hem.

Nederland haalde Valk enkele maanden na de staatsgreep terug uit Suriname. Volgens André Haakmat, oud-minister van Suriname, ontspoorde Bouterse door de terugtrekking van zijn belangrijkste raadgever. Haakmat stelt dat de decembermoorden waren voorkomen indien Valk zijn adviserende rol in Suriname had kunnen voortzetten. Met voorgelezen commentaren uit kranten en tijdschriften, geschriften van schrijvers en koningin Wilhelmina en geluidsfragmenten van liedjes.

Koekoek, werd midden jaren 60 als 'protestpartij' tegen de gevestigde politiek steeds populairder en behaalde bij de Provinciale Statenverkiezing van een grote winst. Hendrik Adams nam voor de partij plaats in de Eerste Kamer. Dit leidde algauw tot een conflict met VVD-collega Jan Baas die tijdens een zitting Adams' antisemitische verleden onthulde.

Daarna ontstond er steeds meer onrust rond en binnen de partij en de ondemocratische positie van Koekoek. Een aantal leden richtten een Noodraad op om de partij te zuiveren en democratiseren. Evert Jan Harmsen, Tweede Kamerlid Boerenpartij, besloot de partij te verlaten om samen met drie andere oud-partijleden verder te gaan onder de naam Groep Harmsen.

De Provobeweging ontstond in de jaren ' Provo's waren tegen de gevestigde orde en voor geweldloosheid. Toen Provo een jaar bestond ontstond er steeds meer belangstelling, ook van buitenlandse media.

Provo in Amsterdam maakte hier gebruik van en liet zich zelfs betalen voor het geven van interviews. Ze hadden ook ideeën over de rest van de wereld. Er ontstond hierdoor veel wrijving tussen Provo en de autoriteiten. Nog tot in de jaren 40 werkten veel landarbeiders in Groningen onder het juk van een herenboer.

Na de oorlog kwam de Marshall-hulp en bracht de mechanisering verbetering in hun leven. Er wordt gesproken over: In lanceerde de Amerikaanse Harvard-student Jeff C.

Desondanks eindigde de kennismaking via de computer diverse keren in een huwelijk. Tarrs schoonzoon Chris Coyne beheert een succesvolle dating internetsite. Schellenbach; - Jeff C. Tarr, bedenker van Operation Match; - Reneé Kiemeneij, dochter van een deelnemer in ; - Mirjam Hommes, deelneemster in ; - Chris Coyne, beheerder dating internetsite en schoonzoon Jeff Tarr.

In trad de Maas buiten de oevers, waarbij woningen onder water kwamen te staan en bewoners probeerden het vee met bootjes te redden. In de jaren '30 besloot de overheid als onderdeel van een werkverschaffingsproject de Maas te kanaliseren. Doordat bochten werden rechtgetrokken en extra dijken aangelegd, bleven de bewoners van de oevers van de Maas lange tijd verschoond van wateroverlast. In en waren er echter opnieuw grootschalige overstromingen.

Om die reden werd er besloten het gebied zoveel mogelijk in oude luister te herstellen. Bochten die in de jaren '30 werden rechtgetrokken, worden hersteld en het water moet weer de ruimte krijgen. De dienstmeisjes maakten lange dagen die 's ochtends vroeg begon met melken. Verder moesten ze schoonmaken, bedienen en tuinieren. Hun bazinnen, de echtgenotes van de boeren, behandelden hen vaak op neerbuigende en harde wijze. De eenzaamheid door de afwezigheid van hun ouders en broertjes en zussen maakten de diensttijd extra zwaar.

In mei verbleef de Nederlandse regering, inclusief koningin Wilhelmina en ongeveer burgers, in Londen. In Nederland werd hun vlucht voor de Duitsers niet door iedereen gewaardeerd. Om hier tegenwicht aan te bieden en om Duitse propaganda te weerspreken werd Radio Oranje in het leven geroepen.

Dagelijks maakte Radio Oranje vanaf juli een radioprogramma voor Nederland. Vooral de stem van koningin Wilhelmina bood hierbij morele steun in het bezette Nederland. Radio Oranje was, gezien de achtergrond van de makers, politici en ambtenarij, relatief saai en formeel.

Het verzet was er dan ook weinig tevreden over. Na een fusie met De Brandaris, een zender voor zeevarenden, waar A. In werden radio's verboden in Nederland. Er ontstond zodoende nieuwshonger en illegale krantjes verspreidden vervolgens het nieuws van Radio Oranje dat nog maar door weinigen kon worden beluisterd.

Kees Boeke geldt als onderwijsvernieuwer en idealist. Hij was een radicale hervormer die streefde naar een totale maatschappelijke omwenteling. Boeke zag de staat als een verwerpelijk instituut. Hij betaalde geen belasting, omdat dit geld ook naar het Ministerie van Defensie ging, en weigerde ieder gebruik van overheidsvoorzieningen. Boeke, die een gezin met acht kinderen te onderhouden had, zwoer in de jaren '20 ook het gebruik van geld af, omdat dit volgens hem de wortel was van alle kwaad.

Het gezin verviel tot bittere armoede. In begon Boeke zijn eigen school, omdat hij uit principe weigerde nog langer schoolgeld te betalen. De Werkplaats werd al snel een begrip, vanwege de radicaal nieuwe manier van les geven. Leerlingen en leraren werden er werkers en medewerkers genoemd en waren allemaal gelijk.

Er werden geen cijfers gegeven en er waren geen officiële examens en diploma's. Er waren kunstzinnige vakken en er was aandacht voor koken en tuinieren. In besluit prinses Juliana haar dochters naar De Werkplaats te sturen. Prins Bernhard verzet zich hiertegen en uiteindelijk worden de prinsessen in van de school gehaald. Veel leerlingen van de school hadden een zekere leerachterstand. In neemt Boeke afscheid van de Werkplaats, gedesillusioneerd en aan de kant geschoven door het bestuur.

In de jaren 80 zou zure regen, veroorzaakt door de uitstoot van giftige zwaveldioxiden, de oorzaak zijn van bruine, kale bomen en stervende bossen. Op Europees niveau werden allerlei maatregelen genomen. Op een gegeven moment werd duidelijk dat de verstoring in de groei van de Nederlandse bossen voornamelijk kwam door de uitstoot van ammoniak, afkomstig uit varkenshouderijen.

De uitstoot moest flink ingekrompen worden en een maatregel die volgde was dat boeren geen mest meer over het land mochten spuiten. Voortaan moest de mest via injecties de grond in. Ook verdween na de val van de muur in de zware industrie uit Oost-Europa of werd die aan strenge regels gebonden.

Het klimaatprobleem waarover nu in Kopenhagen gesproken wordt, de opwarming van de aarde, is volgens deskundigen veel lastiger aan te pakken.

Roelofs, bioloog en landelijk leider verzuringonderzoek Radboud Universiteit ; - W. In de jaren 60 kwam er een nieuw genre op de Nederlandse televisie: De eerste talentenjachten waren meteen een groot succes. Er kwam een stroom van veelal gelijkende formats opgang, van 'Nieuwe oogst' tot 'Springplank' en Rodeo'.

Verschillende artiesten werden mede door deze programma's bekend. Zo deed Tineke Schouten jarenlang mee aan verschillende talentenjachten en brak André van Duin door na zijn deelname aan het programma 'Nieuwe oogst'.

Woudenberg; - Peter Grootheest, lid Jeugdstorm. De Elfstedentocht van 18 januari wordt gekenmerkt door sneeuw en extreme koude waardoor slechts van de De wedstrijd wordt gewonnen door Reinier Paping nadat hij uit een kopgroep onstnapt vlak na Bolsward.

Deelnemers krijgen last van hallucinaties en sneeuwblindheid en sommigen verdwalen doordat het ijs door de sneeuw niet meer te zien is. Met voorgelezen memoires van winnaar Karst Leemburg over de Elfstedentocht van , winnaar Abe de Vries over , deelnemer Piet Keijzer over , een voorgelezen fragment uit het boek 'Indrukken van een tochtrijder' over , een voorgelezen krantenbericht uit de 'Leeuwarder Courant' van en een voorgelezen communiqué van de organisatie in over onregelmatigheden door wedstrijdrijders.

Diverse politici vertellen waar zij waren t. De KEMA ontkent in eerste instantie, maar moet later toegeven dat er radioactief afval in kuilen op het terrein ligt, die met roosters zijn afgedekt. Het blijkt niet alleen om licht radioactieve stoffen te gaan, maar ook om stoffen die bij aanraking zeer gevaarlijk zijn.

In maakt Cherry Duyns een documentaire over de zaak. Pas daarna geeft de KEMA toe dat de kuilen ook wel eens open hebben kunnen gelegen. Het verband tussen de ziektegevallen en het afval in de grond is tot op heden nooit aangetoond.

Van twee van de drie gevallen is de kans dat de kanker door het afval is veroorzaakt zeer klein. Maar de combinatie van radioactief afval in de grond, drie aan kanker overleden jongeren en een onderzoeksbedrijf dat op alle mogelijke manieren probeert een schandaal te voorkomen en te bagatelliseren, resulteert in een pijnlijke affaire in de geschiedenis van kernenergie in Nederland. Hilfman, Blom en De Levita herinneren zich vooral het afscheid van hun ouders en het gevoel van verlating dat zij daaraan overhielden.

Zij vertellen over het leven in de gastgezinnen, waar de angst voor ontdekking altijd aanwezig was en de periode na de oorlog waarin zij het verlies van familieleden die de oorlog niet overleefd hadden moesten verwerken.

Zij kijken als overlevenden terug op deze periode met zowel boosheid, dankbaarheid en een gevoel van leegte. In de jaren 80 was er een brede linkse actiebeweging in Nederland waaronder de kraakbeweging en antiapartheidsgroeperingen. De extreemste antiracistische groepering was RaRa die brandstichting in Makro-vestigingen niet schuwde. In september was de eerste brand in Duivendrecht waarna nog drie vestigingen volgden waardoor miljoen gulden schade werd aangericht.

RaRa heeft zich nooit gericht op aanslagen op personen verbonden met het moederbedrijf van de Makro, SHV. Roemersma vertelt dat zijn Rara-verleden hem in de weg zat in Nederland: De Makro werd als doel gekozen omdat het in handen was van één van de oudste Nederlandse industriële families, het moederbedrijf SHV investeerde in Zuid-Afrika en winkels zijn kwetsbaar; - Jan Dijk, voormalig directeur Makro Nederland; - Wijnand Duyvendak, activist in de jaren Duyvendak was redacteur bij het radicale blad 'Bluf' dat de claimbrieven publiceerde.

Makro-branden in in Duivendrecht en in in Duiven en Duivendrecht en de nasleep ervan; krakersdemonstratie; kraakactie; krakersrellen; anarcho-radicale aanslagen en acties. In de jaren 70 en begin jaren 80 keek de Nederlandse samenleving anders aan tegen pedofilie dan vandaag.

Dat was het gevolg van de seksuele revolutie in de jaren Die veranderde de kijk op seksualiteit en de opkomst van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming NVSH zorgde ook voor verandering in denken over seks. Tegen de achtergrond van deze seksuele bevrijding lieten steeds meer groepen van zich horen. PvdA-senator Edward Brongersma in het tv-programma 'Een groot uur U' over pedofilie; Amerikaanse Senaatscommissie over de productie en distributie van kinderporno in Nederland; discussie over het verbod op kinderporno in 'Het Capitool'; Len Rempt, Tweede Kamerlid VVD, verdedigt de verlaging van de leeftijdsgrenzen voor seksualiteit.

Het twee uur durende programma werd onder meer door Mies Bouwman gepresenteerd. Het idee was van actrice Yoka Berretty die ontroerd raakte door een reportage van schrijver en programmamaker Simon Vinkenoog voor de VPRO over Algerijnse vluchtelingenkinderen in Marokko. In Algerije woedde een onafhankelijkheidsstrijd van de Algerijnen tegen het koloniale bestuur van Frankrijk. Vinkenoog wist tussen de journalistieke bedrijven door een poef met een halve kilo hasj Marokko uit te smokkelen.

Minister Luns van Buitenlandse Zaken probeerde vergeefs op verzoek van Frankrijk de uitzending te voorkomen omdat deze de gevolgen van Frankrijks beleid onder de aandacht bracht. Pianist Wim Ibo liet na enig tegenstribbelen zijn baard afscheren voor een groot bedrag.

Familieleden en mensen uit zijn omgeving komen aan het woord over de persoonlijkheid van Tazelaar, zijn mislukte opleidingen en zijn ontsnapping uit Nederland in de zomer van op een boot, waar hij Hazelhoff Roelfzema leert kennen. De twee komen samen met andere Engelandvaarders in contact met koningin Wilhelmina en prins Bernhard in Londen en werken plannen uit om contact te leggen met bezet Nederland.

Tazelaar wordt in november met een boot in Scheveningen aan land gezet en heeft als opdracht daar een spionagenetwerk op te zetten. Met een voorgelezen fragment uit een brief van Hazelhoff Roelfzema over Tazelaar. In de loop der tijd neemt het aantal persfotografen sterk toe, het respect voor autoriteit neemt af en de fotografen passen minder zelfcensuur toe.

Ook komt de roddeljournalistiek op in de jaren Waar koningin Juliana en prins Bernhard nog vrij ontspannen konden omgaan met de hen omringende fotografen, legt koningin Beatrix de pers al veel strengere spelregels op en in wordt de Mediacode van kracht waar fotografen de koninklijke familie alleen nog in functie mogen fotograferen.

Kroonprins Willem-Alexander houdt eens in de zoveel tijd een fotosessie met zijn gezin voor de pers in een poging om de privacy van zijn gezin te waarborgen. Fotografen van verschillende bladen en diensten halen herinneringen op, vertellen anekdotes en bespreken de grens tussen persvrijheid en privacyschending.

Door het gehele programma foto's van leden van de koninklijke familie, o. Met een voorgelezen fragment uit een dagboek van een Zeeuwse vrouw over de gevechten en de bevrijding. Kinderen werden opgevoed tot de 'nieuwe mens'. Ouders mochten hier geen rol in spelen omdat ze te belast zouden zijn door het verleden.

Kinderen wisten dan ook niet wie hun ouders waren. Met foto's van De Branding van Hens Odinot en Niels Klinkenberg, en een voorgelezen fragment uit het dagboek van Lizzy Klinkenberg-Bordewijk over haar gedwongen huwelijk.

Door de recessie wordt het Kabinet Lubbers geconformeerd met een ongekend begrotingstekort. Er moet bezuinigd worden. Het onderwijs slokt op dat moment twintig procent van de begroting op.

Wim Deetman CDA werd aangesteld als minister van onderwijs. Hij moet de bezuinigingen doorvoeren. De veteranen van de Prinses Irene Brigade worden gevolgd tijdens hun gezamenlijke jaarlijkse herdenkingsbezoek aan het Belgische Beringen, waar ze hebben gevochten in de Tweede Wereldoorlog.

Robert Voskuil, streekhistoricus, wordt gevolgd in het huidige Oosterbeek waar hij plaatsen laat zien waar gevochten is en waar de film werd opgenomen, o. Voor het eerst kreeg de bevolking een samenhangend betoog over wat zich tussen en in Nederland had afgespeeld. Voor velen was de serie, gepresenteerd door Loe de Jong en met originele archiefbeelden, een eyeopener. Loe de Jong presenteert de eerste aflevering van 'De Bezetting' 5 mei ; fragment 'Komt vanavond met verhalen' ; verschillende fragmenten uit 'De Bezetting'; De Jong over de productie en het draaien van de serie; 'Die Besatzung' ; verloving prinses Beatrix en Claus von Amsberg Het was de 14e volkstelling maar nooit eerder waren de bezwaren tegen de telling, waarbij vragen over o.

Dit werd deels veroorzaakt omdat deelname verplicht werd gesteld op straffe van gulden boete of 14 dagen hechtenis. Anderzijds bestond er angst voor de opkomst van automatisering en de beveiliging van de persoonlijke gegevens.

De telling koste 25 miljoen gulden maar mislukte. Het aantal weigeraars was slechts 2 promille maar er werden veel foute gegevens opgegeven. Het was de laatste grote volkstelling in Nederland. Tegenwoordig telt het CBS nog volop. De overheid weet meer dan ooit van de burgers. Tellingen vinden elektronisch plaats door koppeling van databestanden. Luns' imago, optreden, reputatie, taalgebruik, bewondering en weerzin; de grote culturele bagage die Luns van huis uit meedroeg; zijn goede manieren en diplomatie; zijn zuidelijke inborst vader geboren in Parijs, moeder in Luik ; Luns' schoolgang in Brussel; zijn diensttijd bij de marine, de rechtenstudie in Amsterdam en Leiden; de verschillende diplomatieke posten sinds ; het ministerschap vanaf ; de vele buitenlandse reizen; zijn grappen; zijn poging om Nieuw-Guinea aan te houden als kolonie; de vermeende lijsten die Luns liet aanleggen van adellijke huwelijkskandidaten voor prinses Beatrix; Luns' bemoeienis voor Nederland in de EEG de latere EU ; het respect van de Franse president Charles de Gaulle voor Luns; zijn desinteresse in het politieke debat in de Tweede Kamer; het lange ministerschap van Luns; de veranderende manier van politiek bedrijven begin jaren 70, waar Luns moeite mee had.

Het onderzoek naar de RaRa-aanslagen verliep moeizaam, maar uiteindelijk werden er toch arrestaties verricht. Na vier branden in Makro-vestigingen, opgeëist door de actiegroep RaRa, wil minister van Justitie Korthals Altes opsporingsresultaten. Medio januari , vijf dagen na de Makro-brand in Nuth, wordt een Landelijk Coördinatie Team opgericht, gevestigd op een geheime lokatie in Amsterdam.

De rechercheurs hebben geen idee waar te beginnen. Er bestond een bonte verzameling van clubjes als 'Ins Blaue Hinein', 'Nachtschade' en 'Kommando Trek Van den Broek omlaag', die ook zelfgemaakte bommetjes en brandstichting voor allerlei acties gebruikten. Oud-rechercheur Thieu van Schovend vertelt dat de RaRa-activisten veel slimmer en beter voorbereid waren dan de gemiddelde crimineel. De opsporing werd ook nog eens bemoeilijkt doordat de samenwerking tussen politie en BVD aanvankelijk stroef verliep.

De BVD vermoedde al in oktober dat René Roemersma te maken had met de eerste Makro-brand zonder dat dit tot ingrijpen leidde. Bij een mislukte aanslag op paspoortenfabrikant Elba in Schiedam in januari worden vingerafdrukken van René Roemersma gevonden op een tijdsmechanisme.

Acht activisten worden opgepakt maar alleen Roemersma komt voor de rechter. Door een vormfout hoeft Roemersma slechts negen maanden de cel in.

Daarna volgen meer RaRa-aanslagen waaronder op het huis van staatssecretaris Aad Kosto maar het is niet bekend wie ze gepleegd heeft. Roemersma vertelt dat RaRa een concept was, niet zozeer een vaste groep mensen. Makro-branden in in Duivendrecht; minister van Justitie Korthals Altes over opsporing RaRa-leden; aanslag antiapartheidsgroepering op reisbureau; Wijnand Duyvendak als activist; krakersrellen; RaRa-aanslag op Shell-station in Alphen aan den Rijn in juni ; aanslag woning Aad Kosto.

Luchtvaarthistoricus Katherin Möller laat de Fokker-hal 1 zien, een houten hal in Duitsland, gebouwd in , waar Fokker werkte van tot Eind jaren '70 ontstaat in Nijmegen een groep activistische vrouwen die steeds fanatieker stelling neemt tegen de seksualisering van de samenleving.

Pornografie legitimeerde volgens de vrouwenbeweging geweld tegen vrouwen. Veel politieke partijen wilden pornografie uit het Wetboek van Strafrecht schrappen.

Er werden heksennachten georganiseerd waarbij groepen vrouwen de stad in trokken om te protesteren tegen pornografie en geweld tegen vrouwen. Sloten van seksshops werden dichtgelijmd. Bij een actie tegen de opening van de seksbioscoop Le Paris loopt de zaak uit de hand. Na afloop worden de deelneemsters gearresteerd. Tijdens het proces proberen de verdachten en sympathisanten de politieke boodschap over het voetlicht te brengen.

Maar de vrouwen worden veroordeeld tot vierhonderd gulden boete of vier dagen hechtenis. Uit voorzorg waren extra politieagenten aanwezig en een beveiligingsgroep was geregeld door impresario Paul Acket.

Presentator Jos Brink zou tussen de lange voorprogramma's de fans hebben opgejut. Bij de eerste tonen drongen de fans naar voren en later beklommen ze het podium. De fans smeten met stoelen, kleedden een meisje helemaal uit en braken de zaal af. Road manager Ian Stewart raakte gewond aan zijn hoofd en de Rolling Stones vluchtten naar buiten naar een gereedstaande auto waarmee ze naar het ziekenhuis vertrokken.

Er braken gevechten uit tussen fans en de politie waarna de zaal met honden werd ontruimd. Hij stond de volgende dag op een foto op de voorpagina van de 'Haagsche Courant'; - Maarten Schröder, directie-assistent Kurhaus in ; - Jan van Gelder, chauffeur Rolling Stones in ; - Rob Bosboom, fotojournalist; - Willem van Kooten, dj Radio Veronica in ; - Karla Wildschut, actrice die de bandleden interviewde in ; - Jan Timmer en Willem Taal, politieagenten in ; - Willem Scheepers, beveiligingsgroep Paul Acket.

Kurhaus; Bosboom ontwikkelt foto's van het bezoek in zijn donkere kamer. Kurhaus; fans wachtend in de zaal; vernielingen en gevechten in het Kurhaus. Fidel Castro; melkboer aan de deur; huishouden; diverse televisiefragmenten o. Willem Duys; interview met psycholoog Mary Zeldenrust-Noordanus over het condoom; bisschop Bekkers over geboorteregeling ; zoenend stel in het gras; vrouw op het strand; huwelijksvoltrekking; aardgas in Groningen; kleur mensen aan het werk o.

Franse radioverslagen van de rellen; radiotoespraak van president De Gaulle. In de documentaire keert Willem Linders, die deelnam aan de tweede politiemissie, terug naar Trebinje waar hij destijds gestationeerd was. Hij besteedde zijn VN-toelage aan ontwikkelingshulp en via een stichting is hij nog steeds bij het land betrokken. Hij bezoekt een middelbare school die door de stichting wordt gesteund.

M-Brigade en Joris Driepinter ; de opkomst van frisdranken. Margot Heijnsbroek, lid Nederlands Palestina Komitee , wordt gevolgd bij haar terugkeer in Jordanië waar ze een Palestijnse vrouw ontmoet met wie ze in in de gevangenis bevriend raakte. Er wordt daarbij met name ingegaan op de ontwikkeling van het voetbal van elitesport naar volkssport, de spreekkoren van vroeger en nu, de burgerlijke gehoorzaamheid van toen en het ontbreken van segmenten op de tribunes. Daarnaast wordt bijzondere aandacht besteed aan opnames van Spartapubliek dat met vrachtauto's naar een uitwedstrijd gaat in Haarlem in Stokvis, socioloog; - G.

Dijkhuizen, supportersbegeleider; - P. Verheul, oud-speler Sparta; - W. Trouw en gehoorzaamheid aan het bevoegd gezag was geen vanzelfsprekendheid meer en de politie moest zich bezinnen op het omgaan met de moderne burger.

Gedragswetenschapper Jan van der Steen speelde hierin een baanbrekende rol: Aan de orde komen daarbij oa het herstel van het gezag, omgaan met weerstand, zelfbeheersing en nieuwe gezagsverhoudingen.

Mondriaans vertrek naar New York voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog; de ontstaansgeschiedenis van de 'Victory Boogie Woogie' in Mondriaans New Yorkse periode; de invloed van de New Yorkse architectuur en jazzritmes Boogie Woogie op zijn schilderijen; het gegeven dat het schilderij niet af is en alle gekleurde stukjes tape niet vervangen zijn door verf, omdat Mondriaan op 1 februari stierf voordat het schilderij klaar was; het kunstfonds dat De Nederlandsche Bank in in het leven wilde roepen i.

Newhouse en New York. Met diverse foto's van en over de T-Ford. Op 30 april droeg koningin Juliana in Amsterdam de troon over aan haar dochter, prinses Beatrix. Er was destijds veel ontevredenheid onder krakers over de woningnood.

Zij grepen deze dag aan om te demonstreren 'Geen woning, geen kroning'. Demonstranten verzamelden zich in de Kinkerstraat en later bij het Waterlooplein en op de Blauwbrug.

Er ontstonden diverse rellen tussen ME en demonstranten waarbij veel geweld werd gebruikt. De ME had moeite de demonstranten tegen te houden o. Uiteindelijk zette de ME een uiterste terugtrekkingsplek binnenring op die stand hield, waardoor de demonstranten de Dam, waar de plechtigheden plaatsvonden, niet bereikten.

Hans Wiegel, minister van Binnenlandse Zaken , in 'Aktua' over aanstaande kroning; diverse o. Rond beginnen de ouders van Jolanda Venema hun strijd tegen de manier waarop hun dochter in Van Boeijenoord wordt behandeld. Ze zien Jolanda zienderogen verslechteren. Het personeel weet geen raad met de agressieve buien van de verstandelijk gehandicapte vrouw en laat haar steeds vaker isoleren. Jolanda zit dan in een kale kamer, naakt opdat ze haar kleren niet kan verscheuren en met een band geketend aan een muur.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg, die door de ouders is gewaarschuwd, vergelijkt de situatie van Jolanda met 'de wilde van Aveyron', maar staat machteloos. Ten einde raad maakt het echtpaar Venema de foto en stappen ermee naar de 'Leeuwarder Courant'.

De publicatie van de foto's wekt veel beroering binnen de samenleving en leidt tot een ommekeer binnen de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Noord, respectievelijk lid en voorzitter van de onderzoekscommissie-Noorda. Hij was een succesvol zakenman die zijn kapitaal steeds heeft ingezet ten behoeve van de armen. Hij voelde zich zeer betrokken bij de arbeidersklasse en was vaak aanwezig op de socialistische jongerenbijeenkomsten van de AJC. Wibaut kende de afschuwelijke leefomstandigheden van de arbeidersklasse in de tweede helft van de 19e eeuw.

Als wethouder van Volkhuisvesting liet hij veel woningen in arbeiderswijken als de Jordaan onbewoonbaar verklaren en slopen. Nieuwe woningen werden wel gebouwd door de woningcorporaties, maar die waren te duur voor de arbeiders.

Begin twintigste eeuw besluit Wibaut dat de gemeente zelf woningen gaat bouwen en verhuurt deze onder de kostprijs. Dit is het begin van de sociale woningbouw. Hij passeert hierbij het gemeentebestuur, wat hem de titel 'de onderkoning van Amsterdam' oplevert.

De gemeentewoningen zijn sober van opzet en er gelden strikte regels. Woningopzichters controleren tot in de woning of de bewoners zich aan de regels houden. De jaarlijkse special van Andere Tijden gaat dit keer over de jaren dertig. Een collage van overwegend onbekend beeldmateriaal, voor een deel zelfs in kleur, geeft een verrassend beeld van een decennium dat we vooral kennen vanwege crisis en oorlogsdreiging.

Tussen Hoop en Vrees - de jaren dertig. Een feest van herkenning voor de oudere, een blik in een onbekende wereld voor de jongere.

Ruim drie kwartier uitsluitend archiefmateriaal: De film bewijst dat die periode niet alleen maar crisis en oorlogsdreiging bracht, maar ook vooruitgang, vertier en optochten van alle gezindten. Een terugblik op de geschiedenis en de protestacties van Onkruit, een Nederlandse antimilitaristische protestbeweging die ontstond in de jaren '70 om totaalweigeraars te steunen: NOS 'Journaal' ; diverse protestacties van Onkruit; diverse van de opendag en de Onkruitactie op luchtmachtbasis Soesterberg; Jean Tillie in ; Duyvendak in ; De Haan in ; diverse krantenberichten en nieuwsberichten over de documentenroof bij het PMC; tentoonstelling van dienstgeheimen van het PMC in Paradiso in Amsterdam; diverse van de insluiting van Onkruitleden in een Zeeuwse bunker in ; diverse van bunkers.

In de reportage keert oud-tankcommandant Ruytenberg terug naar de plaats in Duitsland waar hij destijds gelegerd was. In geval van een aanval door het Westen zou de Sovjet-Unie direct het hele nucleaire wapenarsenaal hebben afgeschoten, iets waar de NAVO nooit rekening mee heeft gehouden. Ruytenberg, oud-tankcommandant; - Steve Netto, commodore vlieger b. De geïnterviewden zijn liefhebbers van natuurijs en zijn altijd aan het trainen met in het achterhoofd dat ze eventueel een Elfstedentocht kunnen gaan rijden.

Nadat de aangekondigde Elfstedentocht van 23 januari wordt afgeblazen, vertrekken veel schaatsers op 18 februari met bussen naar de Alternatieve Elfstedentocht op donderdag 21 februari in Polen. Tijdens de reis wordt aangekondigd dat juist op die dag de Elfstedentocht in Friesland verreden zal worden, hetgeen de schaatsers in Polen pas op dinsdag 19 februari te horen krijgen. De schaatsers zijn woedend en in paniek. Telefonisch laat een aantal schaatsers zich inschrijven voor de Elfstedentocht.

De groep reist via de strenge Oost-Europese douane-overgangen met de bus terug. Andere schaatsers rijden wel de alternatieve tocht in Polen. In zat het CDA al zeven jaar in de oppositie en was intern verdeeld. Er was een heftige strijd gaande tussen partijvoorzitter Marnix van Rij en fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer om het politiek leiderschap en daarmee het lijsttrekkerschap.

Het onderlinge wantrouwen liep zo hoog op dat beiden zich onmogelijk maakten. Leden uit het partijbestuur vreesden voor het voortbestaan van het CDA en zochten een alternatieve kandidaat. Deze vonden ze uiteindelijk in Balkenende. Marnix van Rij; crisisbijeenkomst CDA-fractie 28 september; diverse nieuwsuitzendingen over de crisis in het CDA; Els Joosten, CDA Eindhoven, over Pieter van Geel; persconferentie De Hoop Scheffer over zijn aftreden; interview met Van Rij over aftreden De Hoop Scheffer; Balkenende over fractievoorzitterschap; Ab Klink noemt in 'Buitenhof' voor het eerst de naam van Balkenende als kandidaat-lijsttrekker; persconferentie Balkenende na zijn verkiezing tot lijsttrekker; diverse reacties van Balkenende op zijn verkiezing tot lijsttrekker.

Het project 'Oorlog in blik' heeft tot doel bijzonder en kwetsbaar audiovisueel materiaal op te sporen en veilig te stellen. Centraal, in deze aflevering, staan de i.

Naast aandacht voor de films komt ook aan de orde: Hooftaffaire in , waarbij minister Brinkman van Cultuur weigert de P. Hooftprijs uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius en daarbij steun krijgt van Nijpels; de woede hierover in de VVD-fractie; het afwijkend stemgedrag over deze zaak van enkele VVD-Kamerleden; de druk die op VVD-Kamerlid Greetje den Ouden werd uitgeoefend om tegen de uitreiking te stemmen; de twijfels aan het leiderschap van Nijpels a.

Bloemendal trad in als jarige joodse man in dienst als omroeper bij Radio Herrijzend Nederland en het commerciële bedrijf Polygoon. Hij was de karakteristieke stem van de Polygoon-journaals, maar drukte ook zijn stempel op het werk achter de schermen.

Zo monteerde hij een zelf verzonnen en in elkaar gezette scène bij de tewaterlating van een schip om de kijker uit te leggen waarom prinses Beatrix zo hard moet lachen hij laat zeepsop op een aantal mensen neerkomen. Nawijn die mensen aanspoorde hun kinderen in te laten enten; de kritiek van artsen op de strenggelovigen; dominee Dorsman die predikte dat alles Gods wil is; Mussche over het bezoek dat Dorsman haar in het ziekenhuis bracht, waarbij hij haar vertelde dat zij moest boeten voor de zonden van de mensheid; de verantwoordelijkheid van de kerkenraad; Roelof Kruizinga over zijn pogingen in te praten op de strenggelovigen m.

Veteranen van boven de tachtig vertellen over hun oorlogsliefdes in voormalig Nederlands-Indië. Sommigen hadden trouwplannen, anderen kwamen pas jaren later achter het bestaan van een kind. Een enkeling heeft het kind nog in de armen gehad.

Voor de meeste militairen gold echter dat zij naar Nederland repatrieerden en hun vriendinnen en kinderen achterlieten. Terug in Nederland stichtten zij nieuwe gezinnen en hielden het geheim vaak een leven lang voor zich. De 'oorlogsliefdekinderen' en hun moeders vertellen hun kant van het verhaal. Sommige kinderen groeiden op in een weeshuis, omdat moeders niet gezien durfden worden met een blank kind. Deze kinderen werden soms uitgescholden voor 'londoh': Er wordt gesproken over de armoede waarin veel moeders en kinderen leefden.

Sommige kinderen vertellen over hun besluit om naar Nederland te komen en over hun heimwee naar Indonesië. Voor de meeste kinderen geldt dat de afwezigheid van een onbekende Nederlandse militaire vader hun leven heeft getekend.

In de jaren 60 treden steeds meer priesters uit, mede uit onvrede met het celibaat. In december kwam een aantal katholieke priesters in het Amsterdamse Hotel Americain bijeen om te praten over een einde van het celibaat. De priesters waren ontevreden met het celibaat omdat relaties geheim moesten blijven en omdat het tegen de natuurlijke behoefte van priesters inging.

Het Nederlands Pastoraal Concilie in januari stond in het teken van de discussie over het celibaat. De meerderheid stemde voor de mogelijkheid om priesters toe te staan een relatie te hebben.

De Nederlandse bisschoppen kregen van het Vaticaan echter te horen dat het celibaat gehandhaafd moest worden. Aan de orde komt ook het seksueel misbruik van kinderen door priesters m. Marga Minco leest voor uit 'Het bittere kruid' over de evacuatie van Breda. Nederlandse rock-'n-roll kampioenschappen ; jeugd bij een jukebox; kleur fietsers en trams in de jaren '50; stijldansers; hysterische jeugd bij rock-'n-roll-concert. De gemeente Amsterdam gelooft in het plan voor een compacte Olympische Spelen en trekt alles uit de kast om de Spelen van binnen te halen.

Er worden cadeautjes uitgedeeld, diners gehouden en IOC-leden kijken rond in Amsterdam. De internationale concurrentie blijkt te groot: Terwijl Nederland hoopt op winst of een tweede plek achter favoriet Barcelona eindigt de stemming uiteindelijk in een grote nederlaag. Volgens Ed van Thijn hebben de acties van het No-lympics Comité onder leiding van Saar Boerlage roet in het eten gegooid.

Hij houdt de actiegroep in de gaten door agenten te laten infiltreren, maar kan niet voorkomen dat IOC-leden door de actievoerders worden geschoffeerd. Op het Schaijkse veld, aan de rand van Oss, woonden zelfstandige kleine boeren en ambachtslieden, 'vrije jongens', die volstrekt ongeschikt waren om in het regime van de fabriek te werken. Uit deze families ontstonden leden van de Bende van Oss.

Op het veld stonden ook een paar beruchte, illegale kroegen, waar misdaden werden beraamd. Begin jaren zeventig bedenkt een Leeuwarder vriendengroep in een café het plan om een vlot te bouwen.

Op een bierviltje tekenen ze het ontwerp van aan elkaar gebonden oliedrums, de Sterke Yerke. De eerste poging mislukt: In lukt het met de verbeterde constructie van de Sterke Yerke II wel. Dan besluiten ze de Atlantische Oceaan over te steken. Het doel van de reis gaat verder dan de sportieve prestatie en het avontuur alleen. De mannen willen de waterverontreiniging meten om aandacht te vragen voor de toenemende milieuvervuiling.

Op 1 augustus begint de reis. Op 14 december , na dagen en nog zestig mijl naar de haven van Curaçao, gaat het mis. De wind valt stil, de Yerke wordt stuurloos en door de sterke stroming naar de messcherpe koraalkust van Bonaire gedreven. De woeste golven smijten het vlot op het koraal. De Yerke zinkt, zestig meter diep.

In totaal heeft Nederland meer dan miljard euro mogen besteden uit inkomsten van aardgasgelden en gold aardgas als een ongekende bron van welvaart.

Door de vondst van aardgas in Nederland was de Nederlandse energievoorziening voor lange tijd geen probleem. Door de koppeling aan de olieprijs profiteerde Nederland van de ontwikkeling op de oliemarkt. De vraag is of het geld goed werd besteed. Politici en deskundigen komen tot de conclusie dat we er onze problemen mee hebben afgekocht, het sociale stelsel mee hebben betaald, politieke en maatschappelijke rust hebben gekocht en ook aardgasgeld over de balk hebben gegooid.

De Reichsschule was een nationaal-socialistische eliteschool voor middelbare scholieren gevestigd in het voormalige jezuïetenklooster in het Limburgse Valkenburg. De school ging in september in het bezette Nederland van start. In Duitsland hadden de nazi's al sinds tientallen van dit soort internaten opgericht, de zogenaamde Napola's. De leerlingen werden hier opgeleid tot de toekomstige militaire en bestuurlijke elite van het Derde Rijk.

De elitescholen stonden onder sterke invloed van Heinrich Himmlers SS en besteden naast de gebruikelijke schoolvakken aandacht aan politieke vorming en lichamelijke opvoeding.

Vooral kinderen van NSB-ouders kwamen in aanmerking voor toelating. Een paar voormalige leerlingen worden gevolgd terwijl ze terug gaan naar hun oude school.

...

Prive ontvangst ede sex date vanavond

Juli was de maand met de dag met de meeste neerslag sinds Oktober had een storm waardoor in één keer alle kastanjes naar beneden kwamen. December zorgde voor code rood met hier en daar 23 cm sneeuw. Het was ook een jaar waar weer van alles vervangen moest worden in mijn kabouterhuisje. Dat varieerde van een keukenblok met een afwasmachine die meer dan dertig jaar oud en loodzwaar was tot een ereader, een dakgoot, een wasmachine, een laptop en mijn houten tuinstoelen.

Er kwam een heuse airco op mijn slaapkamer en natuurlijk kwam dankzij poes Pientje de Energiewacht regelmatig voor het thermokoppel van de gaskachel. Mijn tuin kwam onder invloed van het koude voorjaar erg langzaam op gang. Heel prettig want daardoor kon ik het redelijk bijhouden. Maar in mei kwam er een heuse hittegolf terwijl ik in Zweden was waardoor ik thuiskwam in een ontplofte groene zee. Met hulp van Willem en zijn mannen werd er enorm gesnoeid waardoor er opeens een tuin met allerlei doorkijkjes ontstond waar ik de hele zomer enorm van heb genoten.

Ik maakte er zelfs een zitje met een werktafel! In april vierde ik een prachtig jubileum: We hadden een geweldig weekend waarin we heel veel chocoladetaart aten, naar de tuinen van Mien Ruijs gingen, heerlijk gingen eten en ik een fotoboek van die veertig jaar maakte zodat we niets meer hoefden te vergeten.

Wat een bijzonder weekend! Het weer was zo-wie-zo anders dan andere jaren want er was veel regen, veel wind, mist en vaak ook lage temperaturen. Toch genoot ik dik ingepakt met mijn rug naar de wind van de strandjes en van alle andere dingen die zweden zo heerlijk maken. Het was ook een jaar waarin ik veel contact kreeg met mijn nieuwe Chinese vriendinnen. We leerden elkaar kennen in het DigiTaal Huis en ze trakteerden me op een geweldige Chinese maaltijd.

In de zomerperiode gingen we gewoon door met Nederlands spreken maar nu ook met de drie dochters erbij. We regelden een volkstuin vol pompoenen en sinds de zomervakantie komt de zevenjarige Mengjie iedere week samen lezen en praten. Inmiddels kletst ze me de oren van het hoofd en daar zijn we allebei best trots op. De zomer was in mijn gevoel niet echt denderend. Dat lag deels aan mij want ik was tot weinig in staat maar ook het weer zat niet echt mee.

Ik had de zomer-waar-nooit-een-eind-aan-leek-te-komen van vorig jaar nog in mijn hoofd. En toen het al bijna herfst was ben ik eindelijk weer op de fiets gestapt want dat durfde ik na mijn val eigenlijk niet meer. Maar wat was het heerlijk en wat ben ik blij dat ik de hobbel heb genomen. In september was ik nog twee weken op Tjörn waar Anna nog steeds over het eiland keek. In de namiddag moesten ze weer naar de kerk voor het lof en werden ze aan Maria toegewijd.

Tussendoor was er een feesttafel, waar voor de enen al wat meer familie aanzat en voor de andere het verschil met een kermistafel niet opviel. Op de meeste plaatsen was het een feestje. Na de plechtige communie volgde er nog twee jaar elke donderdag na de mis en zondag voor het lof een half uur de catechismus van volharding. Dit gebruik verdween na de Tweede Wereldoorlog. Die godsdienstlessen werden door de dertien- en veertienjarigen wel met tegenzin gevolgd, maar het gaf hun ook de  kans om leeftijdsgenoten van het andere geslacht te ontmoeten.

De jongeren vertrokken thuis te vroeg en bleven al eens “hangen” na de catechismus. Het gekijf achteraf hadden ze er wel voor over. Het vormsel was eveneens een hele gebeurtenis, niet omdat er gefeest werd, maar wel omdat het in Sint-Truiden en nog wel door de bisschop van Luik werd toegediend. Dat gebeurde om de drie jaar. In groep ging de Zepperse jeugd te voet naar  de stad. Als aandenken kreeg de vormeling een prentje met de naam in het Latijn en dat klonk vaak erg vreemd: De collectieve peter en meter trakteerden er de kinderen op een koffie en een koek en dan weer huiswaarts.

In waren burgemeester-rentenier Henri Paesmans en de echtgenote van Henri Fabry peter en meter. Plezier en genot werden van buitenaf weinig aangeboden.

De jeugd moest er dus zelf voor zorgen. Buiten het dorp ontspanning zoeken, bijvoorbeeld in het zwembad van Sint-Truiden, werd tegengewerkt door ouders en pastoor. Kermis was een uitzondering. Op zon- en feestdag kwam de cremmaan rond.

Jef Croes uit Alken kwam met zijn triporteur , een fiets met voor aan twee wielen waartussen de ijsbak gemonteerd was. Hij verkocht horentjes en galetten vooreen sol.

Een deel van het jonge volkje kreeg dan een ijsje, maar zeker niet iedereen. Snoepgoed kon er ook wel eens van af: Van een staaf harde klissie werd met een mes of hamer een stuk afgekapt, in een fles water gedaan en dan maar schudden tot het oploste en het water bruin kleurde. Dit werd ook aanzien als gezonde drank. Hoewel veel kinderen al van jongs af aan ingeschakeld waren in het werkpatroon, bleef er toch nog tijd over om te spelen.

Kinderen speelden op tal van manieren en hun vindingrijkheid bracht alle mogelijke varianten in de spelen en de regels. Dat de jongens anders speelden dan de meisjes was een natuurlijke zaak. De jongens waren immers ook meer uit huis, waar de meisjes als het ware thuis constant opgeleid werden in huishoudelijke taken.

De kleinsten speelden zakdoek leggen en zongen ondertussen:. Zakdoek leggen, Niemand zeggen, Kukelukuuk zei onzen heer Hier leg ik mijn zakdoek neer. Zakdoek leggen, niemand zeggen, Kukelukuuk zei onze haan Ik heb maar een paar schoenen aan Een van stof en een van leer. Hier leg ik mijn zakdoek neer. Achter wie leg ik mijn zakdoek neer?

De kameraden van de straat of de hoek speelden samen met knikkers. De voorloper van dit knikkeren was het spel met kersenpitten, die de kinderen in een zak of bos met een koordje bewaarden. Op de grond lag een muts, een alpainke met een deuk in. Een tiental pitten werden vanuit de hand er ineens ingeschoten. Een deel bleef in de muts liggen, een deel vloog eruit.

Op basis van de keuze paar of onpaar in de muts of ernaast was men winnaar of verliezer. Honderden pitten konden van eigenaar veranderen. Knikkeren met een rode of gele gebakken klitsmiej verving de kersenpitten. Net voor de oorlog begonnen de glazen knikkers hun opmars. Iedereen bewonderde en keurde de gekleurde slek erin. Na de oorlog vervingen de glazen knikkers de mieje. Het streefdoel van iedere jongen was billen te bemachtigen: Zo een zware stalen knikker was wel tien glazen waard.

Door zijn gewicht was zo’n knikker bijna niet weg te schieten. Bij het spelen kwam het erop aan om de tegenstrever buiten het spel te schieten en andere knikkers te bemachtigen. Het meest gespeelde spel  was dat waarbij iedere deelnemer een knikker in een vierkant inzette. Men probeerde om beurt een ingezette knikker te veroveren door deze uit het vierkant te schieten zonder dat de eigen knikker er zelf in bleef liggen. Een ander spel was de slang: Het kwam erop aan om als eerste dat kuiltje te bereiken zonder buiten de lijnen van de slang te komen.

De speler die de streep overschreed, moest opnieuw beginnen. Wie goed kon knikkeren, kon boksen , d. Voor het landkappen tekenden twee spelers een groot vierkant op de grond. Dat werd in twee gedeeld. In het gekozen deel moest de speler zijn mes zo in de grond slaan dat het bleef steken. Volgens de inplanting van het mes verdeelde een lijn het deel in twee.

De volgende koos het grootste stuk van de twee om opnieuw te kappen en te verdelen. Zo werden de te verdelen stukken steeds kleiner en de speler die het eerst buiten zijn stuk sloeg was de verliezer.

Balspelen waren beperk, omdat een rubberen bal voor de oorlog een luxe speelgoed was. Vaak waren het ballen met vodden gemaakt. Hier en daar had iemand een varkensblaas kunnen bemachtigen om een lederen bal op te vullen, maar die was meestal in beslag genomen door de volwassenen om er een tabakszak van te maken.

Voor een spel maakte men tegen een muur een reeks putjes. Iedere deelnemer had daar zijn putje en moest binnen de lijnen van het spel ca 2 meter staan. Om beurt rolde iedere speler de bal naar de putjes. De speler in wiens putje de bal bleef liggen, moest die zo vlug mogelijk opnemen en proberen een van de weglopende kinderen te treffen. De verliezer werd na het spel op zijn knieën tegen de muur gezet en iedere speler mocht er met de bal zo hard hij kon op gooien.

In een weide in de Plank straat, de volkse naam voor Kleindekkenstraat, speelde men ook een soort hockey met kromme stokken en een stoffen bal.

Was men met een groep van vijf of meer dan kon men loenke , verstoppertje spelen. Dat kon men bijna overal spelen, omdat de huizen toen nog niet zo dicht tegen elkaar waren gebouwd en er nog veel hagen en braak liggende hoekjes waren. In de Plankstraat speelde men in de weide, omdat daar in de zomer veel beekjes  droog stonden. Wie moest zoeken werd, afgeteld:. Achter het kapelleke lag een dooie rat, Mieke van Gezelleke had erop getrapt, Oei, zei dat ratteke, Een stukje van mijn statteke, Pief, poef, paf en gij zijt af.

De jongens speelden ook met een fietswiel. Ze lieten het rollen en liepen erachter, terwijl ze het met een gebogen twijg vooruitduwden. Er werden zelfs wedstrijden gelopen. Van de tollen bestonden er twee modellen. De konkerel was de paddestoelvormige. Deze tol kon men laag bij de grond tot draaien brengen.

De tweede tol, een dop, was kegelvormig en liep uit op een ijzeren pin. Die kon men van boven af gooien. Ook van een muntstuk - een kwartje had een gaatje- kon men met behulp van een stokje of lucifer een tol maken. Koordspringen deden de kinderen zowel alleen als in groep, meestal met een zelf gevlochten koord, maar rond Sinterklaas en met de kermis waren er wel enkelen die een echte springkoord hadden.

In de zomer als de lange koorden uitgehaald waren om het stro op de wagen te binden, sprongen ze soms met vijf of zes tegelijk over die lange koord. Het probleem was echter dat men voor elke kant krachtige armen moest vinden om het zeel te draaien. Carbuur werd gebruikt voor fietslampen. In Zepperen haalde men dat bij fietsenmaker Jef Reymen of in de stad bij Lambèrs. Het carbuurblokje legde men in een lege blikken verfdoos, waarin onderaan met een nagel een gaatje was geslagen.

Men spuwde eens goed op dat grijs blokje, dat direct begon te “koken”. Deksel goed vast op de doos, voet op de doos en een lucifervlammetje voor het gaatje. Na een paar seconden… knal!

Hoe vaster het deksel erop zat en hoe groter de doos, hoe luider de knal. Ongevaarlijk was het niet: Soms vroegen de eigenaars van kersenbomen kwajongens in hun weide te schieten om de spreeuwen af te schrikken. Het schietleer was amusement van eigen makelij. Men kapte een Y-vormige tak van een duim dik. In de twee bovenste armen sneed men op een centimeter van het uiteinde een gleufje.

Hierin maakte men het elastiek, gesneden uit een afgedankte fietsband, stevig vast. Het andere uiteinde van het elastiek werd vastgemaakt aan een stukje soepel leder, vooral de tong van een versleten schoen was heel geschikt.

Eens klaar schoten de jongens met steentjes naar de vogels of de talloze witte of glazen potjes van elektriciteits- en telefoondraden. Deugnieten hadden ook wel eens andere doelwitten. Ook de boog was een instrument van eigen creativiteit. In een lange mooie wilgentak met een doormeter van een paar centimeter werd boven- en onderaan een inkerving gemaakt om met de kempkoord de tak tot een boog te spannen. Ook de pijlen waren uit wilgentwijgjes gesneden. Vooraan werden ze gescherpt tot een punt en aan de achterkant kwam een gleufje voor de koord.

Om de draagkracht en de vlucht te vergroten sneed men achteraan in de pijl een verticale gleuf op enkele centimeter van het einde om er een speelkaart door te steken die in V-vorm was geknipt. Schietleer en boog waren niet ongevaarlijk voor de kameraden. De meisjes speelden minder op straat, maar deden soms met de jongens mee bij kettingkat, trefbal, loenke Hinken en koord springen was eerder voor hen.

Thuis  hadden ze hun voddenpop om mee te spelen. In groep werd er ook geblinddoekt: Om hem te misleiden verwisselden de  kinderen van kleding.

De grotere jongens zagen hier hun kans schoon  om de meisjes te bepotelen. Hoewel in het dorp al tal van machines bekend waren, bleef het leven bijna constant in het teken van het werk staan. Brueghels luilekkerland van nietsdoeners was heel ver weg! Dat was al te merken bij de kinderen die uit school werden gehouden om een handje toe te steken. Zowel jongens als meisjes gingen mee op het veld stenen rapen, onkruid wieden, aren lezen en schapen, geiten of koeien hoeden.

Gebeurde dit voor hun veertiende af en toe, na hun leerplicht werden de meeste kinderen ingeschakeld in het landelijk arbeidspatroon. Het oudste meisje bleef thuis om te helpen bij het huishouden, de jongere meisjes gingen bij een betere familie dienen. Wanneer het zo ver was, waren de meesten al blij, als ze ergens binnen het eigen dorp of in Sint-Truiden een plaats vonden. Maar ook een grootstad als Brussel, Antwerpen of Luik had dienstpersoneel uit Zepperen.

Zo werkte Maria Bleus bij een Brusselse familie. Gegoede families hadden verscheidene meisjes in dienst. In een burgerwoning van een advocaat of geneesheer liepen al vlug drie meisjes rond: Wie een beetje goed ter taal was en vlug goede manieren leerde, kon gezelschapsdame van Madame worden.

Omdat er veel vraag was naar huispersoneel, konden de meisjes nogal gemakkelijk aan de slag, maar de werkgevende familie stelde haar eisen. Op de eerste plaats stond de betrouwbaarheid en dan kwam  de werkzaamheid.

Daarom werden de meesten aangenomen op voorspraak van kennissen. Niet zelden speelde de pastoor de rol van  sociaal bemiddelaar. In de stad en ook in het kasteel van Zepperen deelden de meisjes die niet van het dorp zelf waren, het huis met hun werkgever. Op de zolder of in een bijgebouw hadden deze meisjes een klein kamertje met het minimum aan comfort: In werkelijkheid was dit een luxe, want de meesten hadden thuis geen eigen bed, laat staan een eigen waskan en kast. De werkuren werden niet geteld, men was bezig van ’s morgens tot ’s avonds.

De werkdruk was, op enkele dagen na, niet groot, het aantal uren wel. Sommigen bleven ongetrouwd en werden een deel van de familie. Ze kregen een eerder kleine vergoeding, maar hadden wel kost en inwoon. Op het kasteel van Zepperen ging het er niet anders aan toe. De laatste kasteelheer in de oude trant was mijnheer Arnold Dossin, een Franse textielbaron.

Het was enne goeie mân vor zen minse. Uit deze manier van praten valt vandaag nog op te maken dat heel wat mensen op de Kasteelstraat en elders door hun werk of door een lap pachtgrond afhankelijk waren van de kasteelheer. Het is nog een echo van het Ancien Régime, toen de heren het voor het zeggen hadden over ”hun” mensen. Deze kasteelheer, die steevast met monsieur werd aangesproken, was niet te vergelijken met zijn voorganger, de Pitteurs, die er een heel andere levensstijl op nahield.

Toch moest er ook voor monsieur Dossin gewerkt worden, volgens een strikte taakverdeling. Wie in de keuken kookte, moest koken en geen groenten uit de tuin halen. Dat was de taak van de tuinman. Die moest ervoor zorgen dat de groenten grof schoongemaakt in de keuken belandden. Hij zorgde er ook voor dat kippen, fazanten of konijnen schoongemaakt in de keuken geraakten.

Vooral binnenshuis waren de lijnen klaar uitgezet. Daar regelde de vrouw des huizes alles. Wanneer er geroosterd eten gevraagd werd, was het roosteren en niets anders. De punctuele aanpak blijkt uit volgend voorval.

Madame liet de lakens wassen in een wasserij en het gebeurde eens dat een van de lakens niet symmetrisch toe geplooid was. Bij het opmaken van het bed viel die plooi dus niet in het midden en na veel vijven en zessen besloot men het laken opnieuw te strijken om het bed op te maken volgens de regel: Op het kasteel werkte en woonde voor de oorlog onder meer een jongdochter, Therèse Van Mechelen.

Met anderen verzorgde zij er het huishouden. Voor de kinderen was er een Franssprekende gouvernante. Onder de vakantie kwam de familie uit Roubaix naar Zepperen en bracht ze een deel van haar eigen Frans huispersoneel mee.

De voertaal op het kasteel was Frans. De zonen werden in Frankrijk naar school gestuurd, de dochter daarentegen is enkele jaren in Velm op school geweest en kon uiteraard Nederlands. De familie Dossin was hier door huwelijk met de dochter Emilie Jadoul van Bernissem verzeild en kon het kasteel en de hoeve kopen. Omdat Arnold Dossin zijn bezigheden in Frankrijk had, liet hij het bedrijf exploiteren door een uitbater, Peter Leunen. Daarbij schakelde hij ook een landbouwingenieur in, de eerste was E.

Limpens en daarna A. De hoeve die vooral uit boomgaarden voor fruitteelt bestond, had een viertal mensen constant in dienst. Peter Leunen woonde zelf met zijn gezin in een zijvleugel van het gebouw en zijn vrouw Marie Knapen deed er het huishouden. Hij was de laatste inwonende uitbater en verliet de kasteelhoeve toen hij in op pensioen ging. Naast dit vast personeel zorgde Peter voor de nodige seizoenarbeiders, waaronder Toine Vandendwije en Jef Vananroye.

Deze mannen trokken na de fruitpluk vaak naar de suikerfabriek in Tienen. Peter Leunen werkte tegen een vaste maandwedde. Hij kreeg bovendien voordelen zoals gratis groenten uit de tuin, woonst, water, elektriciteit… en mocht voor eigen gebruik een paar beesten kweken. De contabiliteit lag in handen van Henri Vandenborne, de klerk van notaris Thenaers van Sint-Truiden. Het werk op de kasteelhoeve was niet stresserend, het hoogseizoen uitgezonderd.

Voor de verkoop van fruit bijvoorbeeld trok men voor de oorlog zelfs heel vroeg naar Luik, vanaf werd het de fruitmarkt van Sint-Truiden en tenslotte kwam vanaf de jaren vijftig het fruit terecht op de veiling van Sint-Truiden.

Omdat het bedrijf vooral op fruit draaide en er te veel weiden waren voor eigen dieren, werden de weiden verhuurd. Boeren, die zich in Droog-Haspengouw - ten zuiden van St-Truiden - meer richtten op de teelt van gewassen, huurden die weiden dan vanaf de 1 ste mei tot Allerheiligen. Zo plaatste bijvoorbeeld een boer uit Kortijs op de taalgrens zijn dieren er tussen en enkele jaren op de wei.

De dieren werden niet altijd met open armen ontvangen, omdat ze aan de fruitbomen vaak schade toebrachten.

De sociale ingesteldheid van Arnold Dossin blijkt ook uit zijn houding tegenover de sociale wetgeving. Als Fransman uit het industriële Roubaix zag hij blijkbaar de voordelen van die wetten in. Dat werd niet altijd begrepen door de werklieden uit het landelijke Zepperen. Meer dan eens drong hij er bij Peter Leunen op aan dat hij zijn mannen moest overtuigen om een deel van hun loon voor sociale voorzieningen af te staan.

Ook inzake de moraal werd de Franse familie Dossin als integer omschreven. Het is immers een publiek geheim dat het vrouwelijk dienstpersoneel op de kastelen al eens belaagd werd door de heer of de zonen des huizes.

Dit lijkt het geval te zijn geweest met de telgen uit de familie de Pitteurs. De gewone man en zeker de familie van het personeel aanvaardde dit als een noodzakelijk kwaad. Die toestand werd vaak gehekeld in verhalen of liedjes zoals blijkt uit het liedje dat de knecht van de paters assumptionisten, Martin Jossels, nog kon zingen.

Hij woonde en werkte op de boerderij van het klooster, maar ging regelmatig zijn borreltjes drinken in het dorp. Als zijn keel voldoende gesmeerd was, zong hij volgend liedje:. Er was een lief en aardig kind, Van zestien jaar en door ied’reen bemind. Zij woonde op een zolderkamer, Zij was zeer schoon, maar ook zeer arm. Hard werken moest ze voor haar brood, Zij had niet veel van klein noch groot. Des nachts sliep zij op een zak strooi.

Zij woonde bij een rijke heer, En hij die sprak zo lief en teer: Ik zal u geven een kamerken fijn, En klederen in zwart satijn, Geld en juwelen in overvloed, Al wat uw hart verlangen doet. Hard werken zal ik voor mijn brood, En God beware mij enige nood, Want later word ik ook een vrouw, Ik bewaar mijne bloem tot aan den trouw. Voor de veertienjarige jongens lagen de kaarten anders. Het grootste deel kwam in de landbouw als koeterke terecht. Het was de jongste knecht op de hoeve.

Hij werd ingeschakeld bij zowat alle werk als hulp. Hij deed de boodschappen, hij hielp de koeien verplaatsen van de ene weide naar de andere, kortom alle licht werk. Hij leerde de boerenstiel door de anderen na te doen: Bij het bewerken van het land waren de hoeken moeilijk te akkere , omdat anders de vruchten op het aangrenzende stuk grond beschadigd werden. Die hoeken moest het koeterke in orde brengen: Hij trok ook mee met de voerman als die ergens een vracht moest ophalen.

De meeste tijd bracht hij toch tussen de dieren door. Omdat hij fysiek nog niet volgroeid was, begon hij tussen de varkens. Als hij voldoende aanleg had en zijn inzet niet te wensen overliet klom hij op tot paardenknecht: De knecht met het meeste aanzien was niet noodzakelijk de sterkste, maar wel diegene die het best met de paarden kon rijden. Knechten en meiden werkten gewoonlijk van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds.

Voor een karig loon, want veel sociale wetgeving voor landarbeiders bestond er voor de jaren dertig immers nog niet. De herenboer werkte zelf niet. Hij regelde het werk voor iedereen en voor elke dag.

Regelmatig stapte hij met een kleine sierspade onder de arm over de huivjol. Dit zijn de twee smalle keerstroken op de uiteinden van een  perceel, die in een andere richting bewerkt werden. Vandaar gaf hij aanwijzingen aan zijn werkvolk. Hij bepaalde het tijdstip van de landbewerking en hoe en door wie het moest gebeuren. De verhouding in de teelten was ongeveer een vierde tarwe, een vierde haver, een vierde gerst en een vierde suikerbieten.

Op minder goede grond zaaide men een stuk rogge of plantte men een roede aardappelen. Op een bedrijf van tien bunders landbouwgrond kon men één koppel paarden, zes melkkoeien en enkele zeugen houden. Eén van de grote boerderijen in Zepperen was die van Vanvuchelen.

Daar werkten gemiddeld een man of acht op de 40 bunder grond. Er waren vier paarden en de enige dekhengst van het dorp. Ook voor de koeien was er een gekeurde stier. Omdat de boerderijen gemengde bedrijfjes waren, was er overal wat vee. Voor een melkkoe rekende men op 10 tot 12 roeden weiland en voor een vaars op ongeveer 8 roeden. Wie een stuk grond huurde betaalde zijn pacht op 30 november, Sint-Andries. Omdat voor de grond geldt dat men moet geven om te krijgen, was bemesting noodzakelijk.

Na de oogst werd de mesthoop van de veestapel leeg gemaakt en op het stoppelveld in hoopjes afgeladen. Op het veld daarentegen werd de mest gebroken of open gestrooid door de vrouwen. De inhoud van de aalput werd over de weiden verdeeld. Die bemesting alleen was onvoldoende voor een goede opbrengst en werd daarom aangevuld door kunstmest zoals nitraten en chlorure.

Voor de oorlog waren deze meststoffen apart te verkrijgen en door de boeren zelf te mengen. Om het rendement te verhogen werd ook de opvolging van de teelten zo geregeld dat de grond niet uitgeput raakte.

Als grondverbeteraars gebruikte men o. Omdat de Boerenbond een belangrijke rol speelde als coöperatief inzake  voorlichting en ontwikkeling van het bedrijf, konden de boeren die meststoffen daar kopen. Voor de oorlog moesten ze hun bestellingen ’s zondags doen bij de pastoor en in de week aan het station van Ordingen afhalen. In het najaar werd er geploegd en voor het wintergraan geweld met de wel rol. De ijzeren rol bestond meestal uit drie of vier losse delen en werd getrokken door twee paarden.

Om de grond fijn te krijgen gebruikten de knechten een rus en een eig. Dit laatste driehoekig houten werktuig met schuin geplaatste ingewerkte eiken pinnen kon dubbel gebruikt worden: In oktober was de grond na tweemaal rollen en eggen voldoende fijn voor het zaaien van wintergraan.

Voor zomergraan, dat in het voorjaar werd gezaaid, moest de grond fijner bewerkt worden, anders “ ging het graan lopen ”, d. Aangepaste bemesting met patentkali moest dit vermijden. Zaaien was fijn vakwerk. De zaaier bepaalde immers de hoeveelheid graan die er later zou groeien. De ervaren zaaier wist dat precies aan het aantal stappen en het aantal vingers, waarmee hij het zaad uit de zaaibak nam. Vooral de armbeweging om het zaad in een mooie boog voor zich uit te strooien was belangrijk.

Zo voorkwam hij dat het graan ongelijk in stroken groeide. Tussen het opschietende graan groeide ook het onkruid mee.

Wieden was vooral vrouwen- en kinderwerk. De mannen gingen met de gieje de distels te lijf. De gieje was een kleine spade van slechts drie centimeter breed om de distelwortel onder de grond over te steken. Onkruid besproeien met verdelger gebeurde toen nog niet. De gezaaide granen waren wintertarwe weinterterf , wat minder zomertarwe zoumerterf. Tarwe diende uiteraard op de eerste plaats voor de voeding. Haver hoaver , winter- en zomergerst gaas en rogge koon , waren voor dierenvoer bestemd: Rogge of koren werd ook omwille van het lange stro gezaaid.

Het vleugelstro gebruikte men om banden te maken om daarmee het gedorste stro in bussels te binden. Twee latten boven en twee onder vormden dit lang stro tot vlaggen. Die dienden als bed en afdekking tegen het vriesweer bij het inkuilen van appelen en bieten. Ze werden ook gebruikt voor het afdekken van de kleien brikken die te drogen lagen. Dit stro was ook het materiaal voor de wijpen onder de dakpannen.

Het lange stro werd verder ook nog in stukken gesneden op de zeis tussen de benen of met een hakselmachine. Dat was bestemd voor de biggen. Vlas, boekweit en spelt werden hier niet gezaaid. Maïs of kurreketerf naar Turkse tarwe is pas na W. II opgekomen om na de vroege oogst van gerst te planten.

In het najaar was het een halve meter hoog en werd het gemaaid om de koeien bij te voederen. Koolzaad voor de oliewinning kende een heropleving onder de oorlog, omdat de Duitsers deze teelt verplicht maakten. Als het graan in juli-augustus rijp was, werd het geoogst.

Het was het meest arbeidsintensieve moment van het landbouwjaar. Het weer bepaalde immers het werk. Het moest gedurende enkele dagen droog zijn, zowel om te maaien als om de oogst in te halen. De mannen trokken erop uit om te zichten en de vrouwen volgden in hun spoor om de schoven te binden. Graan zichten was een zwaar werk en vergde naast kracht vooral handigheid om met de pikhaak, de zicht en het linkerbeen de schoof te vormen. Een goede maaier kon vijf roeden per dag neerleggen.

Om te binden waren stevige handen nodig. Ze namen een vijftiental halmen, wrongen die onder de aar om en splitsten dat bundeltje halmen zo in twee dat de aren aan de bovenkant lagen. Die band werd op de grond gelegd en de halmen erop. Het gewicht van de halmen verhinderde dat de wrong in de band loskwam.

Daarna werden de uiteinden van de band samengenomen en weer met een wrong onderin gestoken: Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er machines om te maaien en zelfs pikbinders. Het was een grote en kostelijke machine, die maar veertien dagen per jaar gebruikt werd. Vandaar dat de boeren Roebben en Renaerts samen zo een machine kochten. Het zichten beperkte zich dan tot boan kappe , men maaide rond het veld een strook van één tot anderhalve meter om plaats te maken voor de paarden die het ziechmesin moesten trekken en op de hoek moest men nog kunnen draaien.

Omdat een pikbinder nogal remmend werkte door het grote aandrijfwiel, werden er drie paarden voor gespannen. De eerste ronde trokken echter maar twee paarden, omdat de baan niet breed genoeg was. De schoven werden dan in mantels of groepjes rechtop gezet. Het gemaaide graan had immers nog enkele dagen nodig om te drogen en uit te zweten.

Mantelen kon men op verschillende manieren. Om de wind erdoor te laten spelen werden de schoven gewoon zo in de lengte geschikt, dat de wind het goed kon drogen. Een variante was tweemaal vier schoven en één aan elke kant op de kop. De stevigste opstelling was de centrale: Sommige mantels kregen een band rond de kop van lang haver- of roggestro om het omwaaien te vermijden. Mensen die gingen oogsten vormden een z ang,   een handvol samengebonden aren. Verschillende z angen samen vormden een knuts.

Als het weer tegenzat, dan trok men de mantels open om het drogen te vergemakkelijken. Eens droog werd het graan ingehaald. Op de grote hoeves reden de karren verscheidene dagen heen en weer tussen het veld en den taas in de schuur. De schuren moesten zo groot zijn, omdat op korte tijd de hele oogst onder dak moest komen.

Was de schuur vol, dan maakte de boer een mijt, want hangars, overdekte open opslagplaatsen, bestonden er niet. Voor dit werk hadden de meeste boeren elk jaar dezelfde mensen in dienst, die ook hun zelfde werk opeisten: Naderde het einde, dan wedijverden de gaffelaars om de laatste schoof en op de laatste wagen stak de mei , een groene tak. Nu konden de arme mensen komen naoogsten. Dit werd meestal toegestaan. Eerder zagen de boeren het niet graag, omdat de arenlezers niet alleen de gevallen aren opraapten, maar ook uit de schoven durfden plukken.

In de winter dorsten de boeren hun graan. Het dorsen met de dorsvlegel verdween na W. De dorsmachine draaide echter al van in augustus, omdat sommige boeren zonder graan zaten. Zij brachten hun oogst naar de dorsmachine die ergens in het veld opgesteld stond. De grote boeren dorsten in het najaar thuis. Dit werk knapten Henri Knapen en François Vanmechelen op. Omdat ze zelf over geen paarden beschikten moesten de boeren zorgen voor het transport van het ene veld naar het andere.

Een kleine motor, een Lister, deed het geheel draaien. Tijdens de oorlog kochten ze zich een tractor, een Ferguson. Dorsen was zoals de oogst een groepswerk: Verder werkten er mensen aan het graan en aan de strobinder, want de echte stro-pers kwam in de jaren vijftig pas op. In de dode tijd voor de dorsmachine stond ze in een hangar, die gebouwd was met hout van de afgebroken piste in St-Truiden.

Een tweede groot werk was de bietenteelt. In april werd in rijen gezaaid. Omdat het bietenzaad toen nog meerkiemig was, kwamen er te veel bieten uit. Die werden met de krebber op afstand gezet en vervolgens geplukt of uitgedund. Kappen was zowel een mannen-  als vrouwenwerk. Plukken daarentegen deden de vrouwen en ook de kinderen met een klei krebberke. Zolang de rijen niet toe gegroeid waren,  kon het onkruid opschieten en dat pakte men in de loop van juni aan.

Als de rijen toe waren, was men gerust tot in het najaar. Dan begonnen de mannen de bieten te rooien. Dat was hard labeur, omdat men iedere biet met een beitescheupke uit de grond moest trekken. Regelmatig trokken die mannen zich recht en tastten in hun rug! Het kon bovendien al koud zijn en door dauw of regen was dit werk vaak mauswerk. De uitgedane bieten werden in rijen gelegd. De vrouwen scheidden met een kapmes het loof van de wortel en gingen daarbij zo te werk dat bieten en loof netjes in rijen lagen.

Voor het laden werden ze bij droog weer nog met de ketteleig bewerkt. Dit leek op een ijzeren tapijt met uitstekende hoekige vormen, dat het paard over de gerooide bieten sleepte. Men voerde ze min of meer ontdaan van de aarde af naar het station van Ordingen. Daar stelde de vertegenwoordiger van de fabriek de tarra vast en nam men een baas of mand bieten als staal voor de bepaling van het suikergehalte.

Met de trein ging het dan naar de suikerfabriek Mellaerts op Staaien in Sint-Truiden. Enkele dagen later kreeg men per brief de uitslag van de analyse. Met een opbrengst van twee ton per roede, betekende dit ongeveer  kilogram suiker per bunder. De boeren gingen na het seizoen in de fabriek suiker halen voor zichzelf, voor de familie en voor buren.

Die suiker was ongeveer een frank goedkoper dan in de winkel en werd gebruikt voor gelei, confituur of inmaakfruit. Met het loof en de pulp uit de fabriek maakte de boer een pulpkuil. Hij begon met een laag loof, afgewisseld met een laag pulp. De bovenste was een pulplaag.

De voederbieten werden  vaak op het veld opgehoopt onder een laag stro die met aarde werd toegedekt. Bovenaan liet men een opening om verstikking te voorkomen. De bietsuikerfabrieken trokken heel wat dorpsgenoten aan, zelfs al lagen ze veraf Doorke Schoenaers ging met een groep werken in de fabriek van Gingelom. Ze verdienden daar een schone frank, maar het leven was er ook naar. Ze bleven slapen in een bijgebouw van een fabriek.

Een strozak op de grond, een paar dekens en een nagel in de muur voor de kleren was hun comfort. Het potje kookten ze zelf met brood, aardappelen en spek dat ze van thuis meebrachten.

Ook in de fabriek van Liers ging men werken. Jef Strauven regelde dat. Die trok dan met een tiental mannen van Zepperen naar ginder: Zo’n campagne duurde een week of acht. Wie binnen in de fabriek werkte had het warm, maar wie aan de kanalen stond, waar de bieten met stromend water werden afgevoerd, zat in het gure herfstweer.

Van Djang Pels vertelde men dat hij voor de campagne een varken slachtte en dat het na de campagne opgegeten was! Aardappelen werden met een koord in rijen geplant. De mannen maakten het koewt , een putje, waar de vrouwen en kinderen een aardappel aan een kant inlegden. Aan de andere kant legden ze een beetje Peru-guano 18 , dat echter niet tegen de scheuten mocht komen. Een grote boerenfamilie kon het bedrijf zelf uitbaten. Er waren immers nogal wat ongetrouwde broers en zussen die op de boerderij bleven.

Toch was er al vlug een koeterke bij. Zo ging Albert Bex of Bèrke van Naar als veertienjarige werken bij Armand Knuts, een jonkman die met zijn zuster een boerderij van ongeveer vier bunder bewerkte met één paard Armand leerde Bert melken, zichten en maaien, maar zelf reed hij met het paard. Daar bleef Bert tot zijn vijfentwintigste, toen ging hij drie jaren bij Hermans werken. In sloot hij met Louis America een akkoord om op diens boerderij te werken Hij werd daar de laatste inwonende boerenknecht van Zepperen, al is helper hier beter op zijn plaats.

Zelf had hij immers dertig roeden grond en kon daarmee een drietal vaarzen en wat varkens houden. Toen de zoon, Guillaume America, de boerderij overnam, bleef Bert met hem verder boeren. Hij werkte op de boerderij van ongeveer 10 bunders landbouwgrond en 6 bunders weide. Hij kon de twee paarden en de machines gebruiken om zijn eigen grond te bewerken.

Naast kost en inwoon had hij nog een loon. De goede verstandhouding die vaak ontstond tussen de knechten en de boer blijkt in dit geval: De knecht was een stukje familie America geworden.

Zoals Bert bijverdiende door zijn eigen grond te bewerken, waren er anderen die een lapje gehuurde grond bewerkten. Ze teelden er hun eigen aardappelen of huurden een weide om kersen, appelen of peren te plukken.

Velen waren echter seizoenarbeiders: Anderen zoals Mil Pulinx en Dolf Boonen trokken rond als buimslienders , die de takken onder aan de populieren of canada’s wegkapten, zodat het stamhout zich zuiverder ontwikkelde.

Weer anderen gingen in de winter bomen kappen. Wai, Berke en zijn broer Maurice. Ze hebben langs de wegen canada’s gekapt “van Brustem tot in Beringen”. Berke Bex was gewoon in de boom te klimmen om de koord te spannen en de kop uit te zagen. Meer dan eens ging hij boven op de afgezaagde top zitten om een sigaret op te steken, terwijl zijn twee makkers op de grond met schrik toekeken. Bij dit werk vonden ze tijdens de oorlog een dode Duitse piloot aan de kant van de Keelstraat.

Na enig overleg en met veel schrik besloten ze dit toch maar te gaan melden. De gesneuvelde werd opgehaald en de vinders ondervraagd. Er werd hun zelfs een beloning beloofd, maar daar is nooit iets van in huis gekomen. Wie in de landbouwsector terecht kwam, kon in zijn dorp blijven. Anderen gingen werken in de stad, zoals bijvoorbeeld de casserollefabriek in Sint-Truiden. Een grote groep trok echter naar de mijnen, eerst in het Luikse en na de Eerste Wereldoorlog naar de Kempische mijnen.

Sommigen vestigden zich zelfs definitief in of rond Luik, anderen pendelden dagelijks met tram of trein naar hun werkplaats. Het merendeel van de Zepperse mijnwerkers die in het Luikse werkten, schakelden later over naar de Kempen, waar in al steenkool was gevonden.

Het was korter bij en die mijnen hadden de naam beter uitgerust en gezonder te zijn. Al op 14 januari stuurde de gemeenteraad van Zepperen een verzoekschrift aan de Minister om de ontginningen in Limburg te bespoedigen Maar pas in de jaren twintig werden de mijnen daar actief. Het werkboekje van landbouwwerkman Lambert Knapen leert hoe hij na de eerste wereldoorlog tot in de Espérance et Bonne Fortune -mijn te Montegnée werkte en zijn legerdienst deed.

Tussen en kon hij aan de slag in de ondergrond van Eisden en Waterschei De spoorverbinding met de Kempen was zo moeilijk dat de meesten er dagelijks door weer en wind naar toe fietsten.

De steenkoolmijnen waren belangrijk voor de economie van het land, maar nog belangrijker voor de gezinnen van de koolputters. Vele families leefden in armoede tot de oudste zoon naar de mijn trok. Die verdiende goed geld en dat was al vlug aan de tafel en de kleding van het gezin te merken. De mijnwerkers hadden immers het jaar rond werk en hun goed loon stonden ze natuurlijk af aan de ouders. Nochtans werd de koolputter geminacht. De meesten kwamen uit arme gezinnen en bepaalde buurten in Zepperen: De kerk maakte hun werk verdacht.

Die mannen kwamen zo zwart naar boven. Hadden ze daar onder – waar nooit een pastoor kwam controleren – geen contact met de duivel, die toch ook zwart was? Was de koolputtersziekte daar geen straf voor? Nog jaren lang leefden dergelijke vooroordelen. De dreiging met het werk in de put werd door menig ouder gebruikt om de kinderen tot leren aan te sporen. De meeste mijnwerkers stierven jong, na jaren van zwakke gezondheid.

Koolputters die de 55 jaar niet haalden waren o. De koolput was een straf en een zegen! Tot de eerbare beroepen behoorde naast de onderwijzer, de veldwachter of de booi en de gemeentesecretaris, ook de koster. Hij kon immers Latijn lezen, zingen en het orgel bespelen. Zeker als hij al wat leeftijd had, was hij de rechterhand van de pastoor. De koster kende het dorp beter dan een nieuwe pastoor, die soms maar enkele jaren in het dorp verbleef. Hij werd ook goed betaald: Zijn inkomen was vergelijkbaar met dat van een onderwijzer.

Daarvoor moest hij wel zorgen dat de kerk in orde was, dat er op tijd en stond geluid werd en dat het geld in de kerk rond gehaald werd. Daarvoor kon hij rekenen op de steun van twee onderkosters, wat zijn positie enig aanzien gaf. De misdienaars werden door de pastoor uitgekozen en opgeleid.

Via de catechismuslessen kende hij immers de jongens van het dorp. De capaciteiten van de knaap en de sociale status van zijn ouders waren van belang: Hij moest Latijn leren lezen en stukjes uit het hoofd leren.

Dominus vobiscum was met een beetje aanpassing wel uit te spreken, maar de intredegebeden aan de voet van het altaar, zoals het lange Confiteor , dat was andere koek. De groten, die met het wierookvat mochten zwieren, voelden zich iemand. Dit gevoel werd nog versterkt door hun uniform: Ze werden verwacht in alle diensten: Wanneer de pastoor te voet de communie bracht aan de zieken of het H.

Oliesel moest toedienen, gingen ze met een lantaarn en een bel voorop. De kaars was een godslamp bij het sacrament en de bel diende om de mensen op straat te verwittigen, zodat ze tijdig hun hoed konden afnemen en knielen. Daarvoor kregen ze ’s zondags een vergoeding, maar soms kwam de pastoor niet toe met zijn omhaling om ze te betalen. Kerstmis was nog vrij van commercieel geweld en van de Kerstman had men nog niet gehoord.

Het feest baadde nog volledig in een godsdienstige sfeer, bepaald door kerstgezang. De advent kondigde Kerstmis aan maar het feest werd pas echt voelbaar met de Gulmeis , de tiende dag voor Kerstmis. De kerk zat dan heel vol. De pacht van het stuk grond, De Guldenbodem , was voor de kosten van deze mis bestemd. Kerstavond bracht het gezin thuis door. In de vroege avond werd de kerstboom binnengehaald, vaak niet meer dan een dennentak.

Zilverpapier, engelenhaar en een lint met Gloria in excelsis Deo , waarvan na enkele jaren letters ontbraken, sierden de boom. Een boom met een paar bollen getuigde al van luxe. Sommigen kochten elk jaar zo’n broze kerstbol bij. Het stalletje, als er een was, werd zelf gemaakt van boomschors, afvalplankjes, bruin papier of karton.

In het doorsnee gezin ontbraken de beeldjes, tenzij handige vingers een paar poppetjes konden vormden. Ook een toegevouwen stijf papier kon bij het openvouwen uitgeknipte kerstfiguren uit de achtergrond te voorschijn laten komen.

Was die kerstboom verlicht, dan kwam de hele straat er naar kijken. Op de takken konden ook kaarsen met “ iets gelijk waspinnekes ” worden vastgezet, maar op meer dan één plaats heeft dit brand veroorzaakt. De stal en de kerstboom hielden het uit tot na de zesde januari, het feest van Driekoningen. Na de noavestond speelden de mannen met de kaarten, hier en daar bakte moeder  pannenkoeken. Dat duurde tot het tijd werd voor de nachtmis. In geen geval vertrok men op het laatste moment, want dan waren de plaatsen in de kerk bezet.

Die van de kant van Kortenbos vertrokken op hun klompen nog vroeger om de verlichte kerk te zien. Tijdens de kerstnacht zetten de boeren een bussel stro buiten tegen de muur van hun stal. Zo meenden ze de kwade hand en de ziekten af te weren. Een andere uiting van bijgeloof was het strenge verbod om op kerstdag een appel te eten.

Wie dit toch deed zou zweren krijgen. Omdat Zepperen verschillende gehuchten telt, waren er opeenvolgende Kermissen: Verder waren er nog de kermissen van d’Eygen, Gippershoven, Roosbeek en d’Oye. Kermis vierde men op zon- en maandag, niet op de volgende zondag De processie was het evenement van het dorp. De kinderen oefenden in de week ervoor het stappen, het zingen en het groen strooien. Ze moesten leren wat mocht en niet mocht, en er mocht niet veel van de zusters die hen opleidden.

De kleedjes werden die week gepast en aangepast. Bijna iedereen deed mee. De gegoede families zorgden voor eigen kleding voor hun kinderen, terwijl het grootste deel zijn kleding voor die dag van de parochie kreeg. Op zondag om 9 uur stond iedereen in de rij klaar aan de kerk om te vertrekken.

Aan de kapel maakte ze rechtsomkeer en kwam terug via de Theunisstraat en de grote weg. Naast de halte aan de kapel waren er nog zegeningen aan de rustaltaren aan de roammiejeker , bij Bamps en bij Thijskes.

Die altaren werden door de buurtbewoners opgebouwd. De tweede zondag volgde de processie de Kerkstraat, de Dorpsstraat, de Dikke Linde, de d’Oyestraat en zo langs de Plankstraat naar de grote weg en naar de kerk. Aan alle huizen stond er een Lieven Heer of een Lieve Vrouw met een kaars aan het venster of op een tafeltje in de deuropening.

Een uur voor de processie voorbijkwam strooiden de bewoners versnipperd groen op de straat, later kwam daar zilverpapier en gekleurd papier bij. Na de processie ging iedereen naar huis om te eten.

Volgens de familiegewoonten ontvingen de ouders in het stokhowes hun getrouwde kinderen met hun kroost. Bij de ene familie was dat al op de noen , bij de andere op de koffietafel. Een kermis zonder vlaai, veel vlaai, is geen kermis! Brueghel was blijkbaar nog niet dood. Voor de rest at men een goei hin of een konijn, zoals op een zondag. Soms regelden ze het zo dat het varken voor de kermis gekeeld was om een flink stuk varkensgebraad op tafel te hebben. De kermistafel was vooral te herkennen aan het tafelbier en het dessert van crème.

In de namiddag gingen de kinderen naar de kermis en wie twintig frank had, voelde zich dan de koning te rijk. Afhankelijk van de leeftijd en vooral van de uitbater trok het ene kraampje al meer aan dan het andere: Koppeltjes hadden daar even de kans om te flikflooien en de kwajongens vonden hun plezier erin om achter zo’n koppel in te springen.

Tenslotte was er nog het lustige wiel, een grote ronde houten bodem, waarop men zat. Het draaide rond met een steeds hogere snelheid. Wie aan de buitenkant zat, vloog er het eerst vanaf. Wie er op het einde van af geslingerd werd en tussen de toeschouwers belandde, liep kans op verbrande billen, een gescheurde broek of buil.

Tenslotte was er nog altijd het winkeltje waar van alles en nog wat te koop was. Vooral het percussiespeelgoed streelde de ogen: Er waren twee tenten met 20 frank entreegeld. Het ware schone tenten met spiegels langs de stijlen steunpunten. Hun aantrekkingskracht was heel groot.

Ondanks het gepreek en de dreigementen van de pastoor werden ze door een groot deel van de kerkgangers bezocht. Kinderen die naar de tent geweest waren, werden door de zusters tijdens de schooltijd opgespoord en ze mochten als straf de volgende zondag niet mee gaan in de processie! Ook wie lid was van de Congregatie, een godsdienstig genootschap, en toch naar het bal ging, vroeg om moeilijkheden.




Inmiddels kletst ze me de oren van het hoofd en daar zijn we allebei best trots op. De zomer was in mijn gevoel niet echt denderend. Dat lag deels aan mij want ik was tot weinig in staat maar ook het weer zat niet echt mee. Ik had de zomer-waar-nooit-een-eind-aan-leek-te-komen van vorig jaar nog in mijn hoofd. En toen het al bijna herfst was ben ik eindelijk weer op de fiets gestapt want dat durfde ik na mijn val eigenlijk niet meer.

Maar wat was het heerlijk en wat ben ik blij dat ik de hobbel heb genomen. In september was ik nog twee weken op Tjörn waar Anna nog steeds over het eiland keek.

Het weer bleef rommelen en zwemmen is er de hele zomer niet bij geweest — voor mij een record. Het waaide hard en er waren meer regendagen dan ik ooit heb meegemaakt. Maar ik genoot van mijn heerlijke appartement waar zelfs een fiets voor me werd geregeld, van de zee en van mijn vrienden. Met als voordeel dat ik bijna iedere dag cantharellen at want de herfst was echt begonnen. En opeens was het december met dagen waarin het soms al om drie uur donker werd.

Dagen waarin het niet eens licht werd. Dagen waarin ik steeds beter mijn 5 km op de hometrainer leerde te maken. Dagen met een huis vol lichtjes en gezelligheid. Nu is het 1 januari en beginnen de dagen weer te lengen! Wat is dat toch heerlijk al weet ik heel goed dat de winter eigenlijk nog moet beginnen. Maar de sneeuwklokjes zijn er al en de kerstrozen ook! Ik wens al mijn lezers dan ook het licht van de maan in een donkere nacht veel prachtige zonsondergangen en een regenboog die de weg wijst naar geluk!

En schrijven is mijn Nieuwe Passie. Bloggen is een uitlaatklep waarin ik de dingen die op mijn pad komen deel met lezers die dat leuk vinden. En verder hou ik erg van Burmezen, van Zweden en natuurlijk van mijn "landgoed" in Friesland!

Zo dat is een uitgebreid jaarverslag waarin veel goeds valt te lezen. Ik wens je een zonovergoten hier en in Zweden. Lieve Liesbeth, wat een prachtige samenvatting van dagen leven… mooie doorkijkjes heb je gemaakt van De regenboog wens tussen het licht en donker, ga ik zeker opzoeken. We zullen elkaar dan vast wel ergens tegenkomen …. Vooral jonge gezinnen hadden door gezinsuitbreiding moeite om rond te komen.

De overheid riep mensen op de broekriem aan te halen en banken stimuleerden de bevolking om geld te sparen. Samen besloten ze om het Gezinsbegrotingsinstituut op te richten. Mensen gooiden kapotte kleding niet weg, maar herstelden deze weer en lengden in de keuken blinde vinken aan met beschuit.

Iedereen zat in dezelfde situatie, zodat mensen zich niet achtergesteld voelden. In de jaren '60 gingen de salarissen, na jaren van soberheid, met sprongen omhoog. Sommige mensen die decennia geheelonthouders waren geweest, gingen ineens drinken.

De TROS ontstond in uit de gedachte dat de 'gewone man' niet werd gehoord. Fons van Westerloo van aspirant-omroep Wakker Nederland WNL heeft een aantal kernwaarden betrokken; vitaal; geïnteresseerd in anderen; toegankelijk; nuchter; eerlijk; transparant; betrouwbaar; respectvol; onafhankelijk; gezagsgetrouw; koningsgezind; positief; kritisch geformuleerd, die sterk overeenkomen met het karakter van de TROS en die worden voorgelegd aan Cees den Daas, oud-TROS-directeur.

De TROS koos voor laagdrempeligheid met amusement, het Nederlandse lied 'Op losse groeven' en populaire programma's als 'Mister Ed' en werd daarmee een belangrijke speler in Hilversum. Wibo van der Linden, waarin nieuws veelal als entertainment werd gebracht, maar er ook veel aandacht was voor criminaliteit. Verder komen aan de orde: Een speech op 15 maart waarin toenmalige premier Ruud Lubbers in de aanloop naar de verkiezingen inging op het groeiende probleem van de jeugdcriminaliteit en betoogde dat criminele jongeren stevig moesten worden aangepakt in organisaties, in inrichtingen of 'kampementen' o.

Hierdoor had strafvervolging niet kunnen uitblijven en was een koningscrisis ontstaan; de persoonlijke brief dei Den Uyl op zijn sterfbed van prinses Juliana kreeg: Inclusief fragmenten uit een opstel van Den Uyl uit en uit zijn dagboek van , voorgelezen door Den Uyls kleindochter Isa, en een fragment uit Den Uyls dagboek van en , voorgelezen door kleinzoon Bart. Voormalige Ajax-spelers ontmoeten elkaar op verzoek van 'Andere tijden' in het Olympisch Stadion.

Veel mensen wilden wachten met trouwen tot ze een woning hadden, maar men kreeg pas een woning als men getrouwd was. Mensen met een groot huis werden gedwongen om anderen in huis te nemen. De nationale overheid gaf voorrang aan de industrialisering. Toen de woningbouw goed op gang kwam groeide ook de roep om het slopen van krotwoningen. Nadat een vriendin met een ambtenaar naar bed was geweest in ruil voor een woning dreigde Waterlander de gemeente dit openbaar te maken waarna ook zij een woning kreeg; - Meindert Schroor, sociaal geograaf; - Elly van Mourik, inwoonster Amsterdam.

Oud- bankmedewerkers vertellen over de overvallen die zij hebben meegemaakt. Er wordt gesproken over de beveiliging die vaak geheel ontbrak en medewerkers die per fiets het geld gingen ophalen bij het hoofdkantoor. In Sint Antonis kwam het geld, soms tienduizenden guldens, gewoon met de post van het hoofdkantoor in Eindhoven. Pas in de jaren 70 werden er striktere beveiligingsmaatregelen genomen en nog veel later kwam er nazorg voor personeel dat een overval had meegemaakt.

Vereniging Banken; - H. In de jaren '80 van de twintigste eeuw besloot de overheid, in het kader van de deregulering en liberalisering, de regels voor banken te verminderen. Dit beleid vormde uiteindelijk de basis voor de kredietcrisis in Koninginnedag; begrafenisstoet rijdt weg bij paleis Soestdijk. Neurobioloog Dick Swaab doet onderzoek naar dementie. Bij toeval ontdekt hij dat een hersenknobbel die de biologische klok regelt bij homoseksuele mannen groter is dan bij heteroseksuele mannen.

Swaab doet zijn ontdekking als hij vijftien aan aids overleden patiënten onderzoekt. Hij concludeert dat dit niet de oorzaak is van homoseksualiteit maar een verband dat verder onderzoek vereist. Nadat deze ontdekking wordt vermeld in een artikel van journalist Hans van Maanen in 'Het Parool' van 4 februari ontstaat een rel. Het is een wetenschappelijke doorbraak die niet goed valt in homoseksuele kringen, waar bezwaar wordt gemaakt tegen onderzoek naar de oorzaak van homoseksualiteit.

Men is bang dat homoseksualiteit als een medische afwijking wordt gekenmerkt. In de daarop volgende dagen verschijnen ruim driehonderd berichten en artikelen in dag- en weekbladen en er worden kamervragen gesteld. Na de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november wordt het land gekenmerkt door armoede, corruptie en een incompetent politiek bestuur.

Een Nederlandse missie onder leiding van kolonel Valk, militair attaché van de Nederlandse ambassade, helpt bij de opbouw van een eigen Surinaams leger, de SKM. Valk speelde een belangrijke rol de bij de machtswisseling door de coupplegers van tevoren van inlichtingen te voorzien en vervolgens de nieuwe militaire leider Bouterse te adviseren, o.

Ambassadeur Vegelin van Claerbergen, en Nederland formeel dus ook, was op de hoogte van de rol die Valk zichzelf had toegeëigend, maar kreeg geen vat op hem. Nederland haalde Valk enkele maanden na de staatsgreep terug uit Suriname. Volgens André Haakmat, oud-minister van Suriname, ontspoorde Bouterse door de terugtrekking van zijn belangrijkste raadgever. Haakmat stelt dat de decembermoorden waren voorkomen indien Valk zijn adviserende rol in Suriname had kunnen voortzetten.

Met voorgelezen commentaren uit kranten en tijdschriften, geschriften van schrijvers en koningin Wilhelmina en geluidsfragmenten van liedjes. Koekoek, werd midden jaren 60 als 'protestpartij' tegen de gevestigde politiek steeds populairder en behaalde bij de Provinciale Statenverkiezing van een grote winst. Hendrik Adams nam voor de partij plaats in de Eerste Kamer. Dit leidde algauw tot een conflict met VVD-collega Jan Baas die tijdens een zitting Adams' antisemitische verleden onthulde.

Daarna ontstond er steeds meer onrust rond en binnen de partij en de ondemocratische positie van Koekoek. Een aantal leden richtten een Noodraad op om de partij te zuiveren en democratiseren.

Evert Jan Harmsen, Tweede Kamerlid Boerenpartij, besloot de partij te verlaten om samen met drie andere oud-partijleden verder te gaan onder de naam Groep Harmsen. De Provobeweging ontstond in de jaren ' Provo's waren tegen de gevestigde orde en voor geweldloosheid. Toen Provo een jaar bestond ontstond er steeds meer belangstelling, ook van buitenlandse media. Provo in Amsterdam maakte hier gebruik van en liet zich zelfs betalen voor het geven van interviews.

Ze hadden ook ideeën over de rest van de wereld. Er ontstond hierdoor veel wrijving tussen Provo en de autoriteiten. Nog tot in de jaren 40 werkten veel landarbeiders in Groningen onder het juk van een herenboer. Na de oorlog kwam de Marshall-hulp en bracht de mechanisering verbetering in hun leven. Er wordt gesproken over: In lanceerde de Amerikaanse Harvard-student Jeff C. Desondanks eindigde de kennismaking via de computer diverse keren in een huwelijk. Tarrs schoonzoon Chris Coyne beheert een succesvolle dating internetsite.

Schellenbach; - Jeff C. Tarr, bedenker van Operation Match; - Reneé Kiemeneij, dochter van een deelnemer in ; - Mirjam Hommes, deelneemster in ; - Chris Coyne, beheerder dating internetsite en schoonzoon Jeff Tarr. In trad de Maas buiten de oevers, waarbij woningen onder water kwamen te staan en bewoners probeerden het vee met bootjes te redden. In de jaren '30 besloot de overheid als onderdeel van een werkverschaffingsproject de Maas te kanaliseren. Doordat bochten werden rechtgetrokken en extra dijken aangelegd, bleven de bewoners van de oevers van de Maas lange tijd verschoond van wateroverlast.

In en waren er echter opnieuw grootschalige overstromingen. Om die reden werd er besloten het gebied zoveel mogelijk in oude luister te herstellen. Bochten die in de jaren '30 werden rechtgetrokken, worden hersteld en het water moet weer de ruimte krijgen. De dienstmeisjes maakten lange dagen die 's ochtends vroeg begon met melken.

Verder moesten ze schoonmaken, bedienen en tuinieren. Hun bazinnen, de echtgenotes van de boeren, behandelden hen vaak op neerbuigende en harde wijze. De eenzaamheid door de afwezigheid van hun ouders en broertjes en zussen maakten de diensttijd extra zwaar. In mei verbleef de Nederlandse regering, inclusief koningin Wilhelmina en ongeveer burgers, in Londen.

In Nederland werd hun vlucht voor de Duitsers niet door iedereen gewaardeerd. Om hier tegenwicht aan te bieden en om Duitse propaganda te weerspreken werd Radio Oranje in het leven geroepen. Dagelijks maakte Radio Oranje vanaf juli een radioprogramma voor Nederland. Vooral de stem van koningin Wilhelmina bood hierbij morele steun in het bezette Nederland. Radio Oranje was, gezien de achtergrond van de makers, politici en ambtenarij, relatief saai en formeel.

Het verzet was er dan ook weinig tevreden over. Na een fusie met De Brandaris, een zender voor zeevarenden, waar A. In werden radio's verboden in Nederland. Er ontstond zodoende nieuwshonger en illegale krantjes verspreidden vervolgens het nieuws van Radio Oranje dat nog maar door weinigen kon worden beluisterd.

Kees Boeke geldt als onderwijsvernieuwer en idealist. Hij was een radicale hervormer die streefde naar een totale maatschappelijke omwenteling. Boeke zag de staat als een verwerpelijk instituut. Hij betaalde geen belasting, omdat dit geld ook naar het Ministerie van Defensie ging, en weigerde ieder gebruik van overheidsvoorzieningen. Boeke, die een gezin met acht kinderen te onderhouden had, zwoer in de jaren '20 ook het gebruik van geld af, omdat dit volgens hem de wortel was van alle kwaad.

Het gezin verviel tot bittere armoede. In begon Boeke zijn eigen school, omdat hij uit principe weigerde nog langer schoolgeld te betalen. De Werkplaats werd al snel een begrip, vanwege de radicaal nieuwe manier van les geven. Leerlingen en leraren werden er werkers en medewerkers genoemd en waren allemaal gelijk. Er werden geen cijfers gegeven en er waren geen officiële examens en diploma's.

Er waren kunstzinnige vakken en er was aandacht voor koken en tuinieren. In besluit prinses Juliana haar dochters naar De Werkplaats te sturen. Prins Bernhard verzet zich hiertegen en uiteindelijk worden de prinsessen in van de school gehaald. Veel leerlingen van de school hadden een zekere leerachterstand. In neemt Boeke afscheid van de Werkplaats, gedesillusioneerd en aan de kant geschoven door het bestuur. In de jaren 80 zou zure regen, veroorzaakt door de uitstoot van giftige zwaveldioxiden, de oorzaak zijn van bruine, kale bomen en stervende bossen.

Op Europees niveau werden allerlei maatregelen genomen. Op een gegeven moment werd duidelijk dat de verstoring in de groei van de Nederlandse bossen voornamelijk kwam door de uitstoot van ammoniak, afkomstig uit varkenshouderijen. De uitstoot moest flink ingekrompen worden en een maatregel die volgde was dat boeren geen mest meer over het land mochten spuiten.

Voortaan moest de mest via injecties de grond in. Ook verdween na de val van de muur in de zware industrie uit Oost-Europa of werd die aan strenge regels gebonden. Het klimaatprobleem waarover nu in Kopenhagen gesproken wordt, de opwarming van de aarde, is volgens deskundigen veel lastiger aan te pakken.

Roelofs, bioloog en landelijk leider verzuringonderzoek Radboud Universiteit ; - W. In de jaren 60 kwam er een nieuw genre op de Nederlandse televisie: De eerste talentenjachten waren meteen een groot succes. Er kwam een stroom van veelal gelijkende formats opgang, van 'Nieuwe oogst' tot 'Springplank' en Rodeo'. Verschillende artiesten werden mede door deze programma's bekend.

Zo deed Tineke Schouten jarenlang mee aan verschillende talentenjachten en brak André van Duin door na zijn deelname aan het programma 'Nieuwe oogst'. Woudenberg; - Peter Grootheest, lid Jeugdstorm.

De Elfstedentocht van 18 januari wordt gekenmerkt door sneeuw en extreme koude waardoor slechts van de De wedstrijd wordt gewonnen door Reinier Paping nadat hij uit een kopgroep onstnapt vlak na Bolsward. Deelnemers krijgen last van hallucinaties en sneeuwblindheid en sommigen verdwalen doordat het ijs door de sneeuw niet meer te zien is. Met voorgelezen memoires van winnaar Karst Leemburg over de Elfstedentocht van , winnaar Abe de Vries over , deelnemer Piet Keijzer over , een voorgelezen fragment uit het boek 'Indrukken van een tochtrijder' over , een voorgelezen krantenbericht uit de 'Leeuwarder Courant' van en een voorgelezen communiqué van de organisatie in over onregelmatigheden door wedstrijdrijders.

Diverse politici vertellen waar zij waren t. De KEMA ontkent in eerste instantie, maar moet later toegeven dat er radioactief afval in kuilen op het terrein ligt, die met roosters zijn afgedekt. Het blijkt niet alleen om licht radioactieve stoffen te gaan, maar ook om stoffen die bij aanraking zeer gevaarlijk zijn. In maakt Cherry Duyns een documentaire over de zaak. Pas daarna geeft de KEMA toe dat de kuilen ook wel eens open hebben kunnen gelegen. Het verband tussen de ziektegevallen en het afval in de grond is tot op heden nooit aangetoond.

Van twee van de drie gevallen is de kans dat de kanker door het afval is veroorzaakt zeer klein. Maar de combinatie van radioactief afval in de grond, drie aan kanker overleden jongeren en een onderzoeksbedrijf dat op alle mogelijke manieren probeert een schandaal te voorkomen en te bagatelliseren, resulteert in een pijnlijke affaire in de geschiedenis van kernenergie in Nederland.

Hilfman, Blom en De Levita herinneren zich vooral het afscheid van hun ouders en het gevoel van verlating dat zij daaraan overhielden. Zij vertellen over het leven in de gastgezinnen, waar de angst voor ontdekking altijd aanwezig was en de periode na de oorlog waarin zij het verlies van familieleden die de oorlog niet overleefd hadden moesten verwerken.

Zij kijken als overlevenden terug op deze periode met zowel boosheid, dankbaarheid en een gevoel van leegte. In de jaren 80 was er een brede linkse actiebeweging in Nederland waaronder de kraakbeweging en antiapartheidsgroeperingen. De extreemste antiracistische groepering was RaRa die brandstichting in Makro-vestigingen niet schuwde.

In september was de eerste brand in Duivendrecht waarna nog drie vestigingen volgden waardoor miljoen gulden schade werd aangericht.

RaRa heeft zich nooit gericht op aanslagen op personen verbonden met het moederbedrijf van de Makro, SHV. Roemersma vertelt dat zijn Rara-verleden hem in de weg zat in Nederland: De Makro werd als doel gekozen omdat het in handen was van één van de oudste Nederlandse industriële families, het moederbedrijf SHV investeerde in Zuid-Afrika en winkels zijn kwetsbaar; - Jan Dijk, voormalig directeur Makro Nederland; - Wijnand Duyvendak, activist in de jaren Duyvendak was redacteur bij het radicale blad 'Bluf' dat de claimbrieven publiceerde.

Makro-branden in in Duivendrecht en in in Duiven en Duivendrecht en de nasleep ervan; krakersdemonstratie; kraakactie; krakersrellen; anarcho-radicale aanslagen en acties. In de jaren 70 en begin jaren 80 keek de Nederlandse samenleving anders aan tegen pedofilie dan vandaag.

Dat was het gevolg van de seksuele revolutie in de jaren Die veranderde de kijk op seksualiteit en de opkomst van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming NVSH zorgde ook voor verandering in denken over seks. Tegen de achtergrond van deze seksuele bevrijding lieten steeds meer groepen van zich horen. PvdA-senator Edward Brongersma in het tv-programma 'Een groot uur U' over pedofilie; Amerikaanse Senaatscommissie over de productie en distributie van kinderporno in Nederland; discussie over het verbod op kinderporno in 'Het Capitool'; Len Rempt, Tweede Kamerlid VVD, verdedigt de verlaging van de leeftijdsgrenzen voor seksualiteit.

Het twee uur durende programma werd onder meer door Mies Bouwman gepresenteerd. Het idee was van actrice Yoka Berretty die ontroerd raakte door een reportage van schrijver en programmamaker Simon Vinkenoog voor de VPRO over Algerijnse vluchtelingenkinderen in Marokko.

In Algerije woedde een onafhankelijkheidsstrijd van de Algerijnen tegen het koloniale bestuur van Frankrijk. Vinkenoog wist tussen de journalistieke bedrijven door een poef met een halve kilo hasj Marokko uit te smokkelen. Minister Luns van Buitenlandse Zaken probeerde vergeefs op verzoek van Frankrijk de uitzending te voorkomen omdat deze de gevolgen van Frankrijks beleid onder de aandacht bracht. Pianist Wim Ibo liet na enig tegenstribbelen zijn baard afscheren voor een groot bedrag.

Familieleden en mensen uit zijn omgeving komen aan het woord over de persoonlijkheid van Tazelaar, zijn mislukte opleidingen en zijn ontsnapping uit Nederland in de zomer van op een boot, waar hij Hazelhoff Roelfzema leert kennen.

De twee komen samen met andere Engelandvaarders in contact met koningin Wilhelmina en prins Bernhard in Londen en werken plannen uit om contact te leggen met bezet Nederland. Tazelaar wordt in november met een boot in Scheveningen aan land gezet en heeft als opdracht daar een spionagenetwerk op te zetten.

Met een voorgelezen fragment uit een brief van Hazelhoff Roelfzema over Tazelaar. In de loop der tijd neemt het aantal persfotografen sterk toe, het respect voor autoriteit neemt af en de fotografen passen minder zelfcensuur toe.

Ook komt de roddeljournalistiek op in de jaren Waar koningin Juliana en prins Bernhard nog vrij ontspannen konden omgaan met de hen omringende fotografen, legt koningin Beatrix de pers al veel strengere spelregels op en in wordt de Mediacode van kracht waar fotografen de koninklijke familie alleen nog in functie mogen fotograferen. Kroonprins Willem-Alexander houdt eens in de zoveel tijd een fotosessie met zijn gezin voor de pers in een poging om de privacy van zijn gezin te waarborgen.

Fotografen van verschillende bladen en diensten halen herinneringen op, vertellen anekdotes en bespreken de grens tussen persvrijheid en privacyschending. Door het gehele programma foto's van leden van de koninklijke familie, o. Met een voorgelezen fragment uit een dagboek van een Zeeuwse vrouw over de gevechten en de bevrijding. Kinderen werden opgevoed tot de 'nieuwe mens'. Ouders mochten hier geen rol in spelen omdat ze te belast zouden zijn door het verleden.

Kinderen wisten dan ook niet wie hun ouders waren. Met foto's van De Branding van Hens Odinot en Niels Klinkenberg, en een voorgelezen fragment uit het dagboek van Lizzy Klinkenberg-Bordewijk over haar gedwongen huwelijk. Door de recessie wordt het Kabinet Lubbers geconformeerd met een ongekend begrotingstekort.

Er moet bezuinigd worden. Het onderwijs slokt op dat moment twintig procent van de begroting op. Wim Deetman CDA werd aangesteld als minister van onderwijs. Hij moet de bezuinigingen doorvoeren. De veteranen van de Prinses Irene Brigade worden gevolgd tijdens hun gezamenlijke jaarlijkse herdenkingsbezoek aan het Belgische Beringen, waar ze hebben gevochten in de Tweede Wereldoorlog.

Robert Voskuil, streekhistoricus, wordt gevolgd in het huidige Oosterbeek waar hij plaatsen laat zien waar gevochten is en waar de film werd opgenomen, o. Voor het eerst kreeg de bevolking een samenhangend betoog over wat zich tussen en in Nederland had afgespeeld. Voor velen was de serie, gepresenteerd door Loe de Jong en met originele archiefbeelden, een eyeopener. Loe de Jong presenteert de eerste aflevering van 'De Bezetting' 5 mei ; fragment 'Komt vanavond met verhalen' ; verschillende fragmenten uit 'De Bezetting'; De Jong over de productie en het draaien van de serie; 'Die Besatzung' ; verloving prinses Beatrix en Claus von Amsberg Het was de 14e volkstelling maar nooit eerder waren de bezwaren tegen de telling, waarbij vragen over o.

Dit werd deels veroorzaakt omdat deelname verplicht werd gesteld op straffe van gulden boete of 14 dagen hechtenis. Anderzijds bestond er angst voor de opkomst van automatisering en de beveiliging van de persoonlijke gegevens.

De telling koste 25 miljoen gulden maar mislukte. Het aantal weigeraars was slechts 2 promille maar er werden veel foute gegevens opgegeven. Het was de laatste grote volkstelling in Nederland.

Tegenwoordig telt het CBS nog volop. De overheid weet meer dan ooit van de burgers. Tellingen vinden elektronisch plaats door koppeling van databestanden. Luns' imago, optreden, reputatie, taalgebruik, bewondering en weerzin; de grote culturele bagage die Luns van huis uit meedroeg; zijn goede manieren en diplomatie; zijn zuidelijke inborst vader geboren in Parijs, moeder in Luik ; Luns' schoolgang in Brussel; zijn diensttijd bij de marine, de rechtenstudie in Amsterdam en Leiden; de verschillende diplomatieke posten sinds ; het ministerschap vanaf ; de vele buitenlandse reizen; zijn grappen; zijn poging om Nieuw-Guinea aan te houden als kolonie; de vermeende lijsten die Luns liet aanleggen van adellijke huwelijkskandidaten voor prinses Beatrix; Luns' bemoeienis voor Nederland in de EEG de latere EU ; het respect van de Franse president Charles de Gaulle voor Luns; zijn desinteresse in het politieke debat in de Tweede Kamer; het lange ministerschap van Luns; de veranderende manier van politiek bedrijven begin jaren 70, waar Luns moeite mee had.

Het onderzoek naar de RaRa-aanslagen verliep moeizaam, maar uiteindelijk werden er toch arrestaties verricht. Na vier branden in Makro-vestigingen, opgeëist door de actiegroep RaRa, wil minister van Justitie Korthals Altes opsporingsresultaten.

Medio januari , vijf dagen na de Makro-brand in Nuth, wordt een Landelijk Coördinatie Team opgericht, gevestigd op een geheime lokatie in Amsterdam. De rechercheurs hebben geen idee waar te beginnen. Er bestond een bonte verzameling van clubjes als 'Ins Blaue Hinein', 'Nachtschade' en 'Kommando Trek Van den Broek omlaag', die ook zelfgemaakte bommetjes en brandstichting voor allerlei acties gebruikten.

Oud-rechercheur Thieu van Schovend vertelt dat de RaRa-activisten veel slimmer en beter voorbereid waren dan de gemiddelde crimineel. De opsporing werd ook nog eens bemoeilijkt doordat de samenwerking tussen politie en BVD aanvankelijk stroef verliep. De BVD vermoedde al in oktober dat René Roemersma te maken had met de eerste Makro-brand zonder dat dit tot ingrijpen leidde.

Bij een mislukte aanslag op paspoortenfabrikant Elba in Schiedam in januari worden vingerafdrukken van René Roemersma gevonden op een tijdsmechanisme. Acht activisten worden opgepakt maar alleen Roemersma komt voor de rechter. Door een vormfout hoeft Roemersma slechts negen maanden de cel in.

Daarna volgen meer RaRa-aanslagen waaronder op het huis van staatssecretaris Aad Kosto maar het is niet bekend wie ze gepleegd heeft. Roemersma vertelt dat RaRa een concept was, niet zozeer een vaste groep mensen. Makro-branden in in Duivendrecht; minister van Justitie Korthals Altes over opsporing RaRa-leden; aanslag antiapartheidsgroepering op reisbureau; Wijnand Duyvendak als activist; krakersrellen; RaRa-aanslag op Shell-station in Alphen aan den Rijn in juni ; aanslag woning Aad Kosto.

Luchtvaarthistoricus Katherin Möller laat de Fokker-hal 1 zien, een houten hal in Duitsland, gebouwd in , waar Fokker werkte van tot Eind jaren '70 ontstaat in Nijmegen een groep activistische vrouwen die steeds fanatieker stelling neemt tegen de seksualisering van de samenleving. Pornografie legitimeerde volgens de vrouwenbeweging geweld tegen vrouwen.

Veel politieke partijen wilden pornografie uit het Wetboek van Strafrecht schrappen. Er werden heksennachten georganiseerd waarbij groepen vrouwen de stad in trokken om te protesteren tegen pornografie en geweld tegen vrouwen. Sloten van seksshops werden dichtgelijmd. Bij een actie tegen de opening van de seksbioscoop Le Paris loopt de zaak uit de hand.

Na afloop worden de deelneemsters gearresteerd. Tijdens het proces proberen de verdachten en sympathisanten de politieke boodschap over het voetlicht te brengen. Maar de vrouwen worden veroordeeld tot vierhonderd gulden boete of vier dagen hechtenis. Uit voorzorg waren extra politieagenten aanwezig en een beveiligingsgroep was geregeld door impresario Paul Acket.

Presentator Jos Brink zou tussen de lange voorprogramma's de fans hebben opgejut. Bij de eerste tonen drongen de fans naar voren en later beklommen ze het podium. De fans smeten met stoelen, kleedden een meisje helemaal uit en braken de zaal af. Road manager Ian Stewart raakte gewond aan zijn hoofd en de Rolling Stones vluchtten naar buiten naar een gereedstaande auto waarmee ze naar het ziekenhuis vertrokken.

Er braken gevechten uit tussen fans en de politie waarna de zaal met honden werd ontruimd. Hij stond de volgende dag op een foto op de voorpagina van de 'Haagsche Courant'; - Maarten Schröder, directie-assistent Kurhaus in ; - Jan van Gelder, chauffeur Rolling Stones in ; - Rob Bosboom, fotojournalist; - Willem van Kooten, dj Radio Veronica in ; - Karla Wildschut, actrice die de bandleden interviewde in ; - Jan Timmer en Willem Taal, politieagenten in ; - Willem Scheepers, beveiligingsgroep Paul Acket.

Kurhaus; Bosboom ontwikkelt foto's van het bezoek in zijn donkere kamer. Kurhaus; fans wachtend in de zaal; vernielingen en gevechten in het Kurhaus. Fidel Castro; melkboer aan de deur; huishouden; diverse televisiefragmenten o. Willem Duys; interview met psycholoog Mary Zeldenrust-Noordanus over het condoom; bisschop Bekkers over geboorteregeling ; zoenend stel in het gras; vrouw op het strand; huwelijksvoltrekking; aardgas in Groningen; kleur mensen aan het werk o. Franse radioverslagen van de rellen; radiotoespraak van president De Gaulle.

In de documentaire keert Willem Linders, die deelnam aan de tweede politiemissie, terug naar Trebinje waar hij destijds gestationeerd was. Hij besteedde zijn VN-toelage aan ontwikkelingshulp en via een stichting is hij nog steeds bij het land betrokken. Hij bezoekt een middelbare school die door de stichting wordt gesteund. M-Brigade en Joris Driepinter ; de opkomst van frisdranken. Margot Heijnsbroek, lid Nederlands Palestina Komitee , wordt gevolgd bij haar terugkeer in Jordanië waar ze een Palestijnse vrouw ontmoet met wie ze in in de gevangenis bevriend raakte.

Er wordt daarbij met name ingegaan op de ontwikkeling van het voetbal van elitesport naar volkssport, de spreekkoren van vroeger en nu, de burgerlijke gehoorzaamheid van toen en het ontbreken van segmenten op de tribunes. Daarnaast wordt bijzondere aandacht besteed aan opnames van Spartapubliek dat met vrachtauto's naar een uitwedstrijd gaat in Haarlem in Stokvis, socioloog; - G. Dijkhuizen, supportersbegeleider; - P. Verheul, oud-speler Sparta; - W.

Trouw en gehoorzaamheid aan het bevoegd gezag was geen vanzelfsprekendheid meer en de politie moest zich bezinnen op het omgaan met de moderne burger. Gedragswetenschapper Jan van der Steen speelde hierin een baanbrekende rol: Aan de orde komen daarbij oa het herstel van het gezag, omgaan met weerstand, zelfbeheersing en nieuwe gezagsverhoudingen. Mondriaans vertrek naar New York voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog; de ontstaansgeschiedenis van de 'Victory Boogie Woogie' in Mondriaans New Yorkse periode; de invloed van de New Yorkse architectuur en jazzritmes Boogie Woogie op zijn schilderijen; het gegeven dat het schilderij niet af is en alle gekleurde stukjes tape niet vervangen zijn door verf, omdat Mondriaan op 1 februari stierf voordat het schilderij klaar was; het kunstfonds dat De Nederlandsche Bank in in het leven wilde roepen i.

Newhouse en New York. Met diverse foto's van en over de T-Ford. Op 30 april droeg koningin Juliana in Amsterdam de troon over aan haar dochter, prinses Beatrix. Er was destijds veel ontevredenheid onder krakers over de woningnood. Zij grepen deze dag aan om te demonstreren 'Geen woning, geen kroning'. Demonstranten verzamelden zich in de Kinkerstraat en later bij het Waterlooplein en op de Blauwbrug.

Er ontstonden diverse rellen tussen ME en demonstranten waarbij veel geweld werd gebruikt. De ME had moeite de demonstranten tegen te houden o. Uiteindelijk zette de ME een uiterste terugtrekkingsplek binnenring op die stand hield, waardoor de demonstranten de Dam, waar de plechtigheden plaatsvonden, niet bereikten.

Hans Wiegel, minister van Binnenlandse Zaken , in 'Aktua' over aanstaande kroning; diverse o. Rond beginnen de ouders van Jolanda Venema hun strijd tegen de manier waarop hun dochter in Van Boeijenoord wordt behandeld. Ze zien Jolanda zienderogen verslechteren.

Het personeel weet geen raad met de agressieve buien van de verstandelijk gehandicapte vrouw en laat haar steeds vaker isoleren. Jolanda zit dan in een kale kamer, naakt opdat ze haar kleren niet kan verscheuren en met een band geketend aan een muur. De Inspectie voor de Gezondheidszorg, die door de ouders is gewaarschuwd, vergelijkt de situatie van Jolanda met 'de wilde van Aveyron', maar staat machteloos.

Ten einde raad maakt het echtpaar Venema de foto en stappen ermee naar de 'Leeuwarder Courant'. De publicatie van de foto's wekt veel beroering binnen de samenleving en leidt tot een ommekeer binnen de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Noord, respectievelijk lid en voorzitter van de onderzoekscommissie-Noorda. Hij was een succesvol zakenman die zijn kapitaal steeds heeft ingezet ten behoeve van de armen.

Hij voelde zich zeer betrokken bij de arbeidersklasse en was vaak aanwezig op de socialistische jongerenbijeenkomsten van de AJC. Wibaut kende de afschuwelijke leefomstandigheden van de arbeidersklasse in de tweede helft van de 19e eeuw. Als wethouder van Volkhuisvesting liet hij veel woningen in arbeiderswijken als de Jordaan onbewoonbaar verklaren en slopen.

Nieuwe woningen werden wel gebouwd door de woningcorporaties, maar die waren te duur voor de arbeiders. Begin twintigste eeuw besluit Wibaut dat de gemeente zelf woningen gaat bouwen en verhuurt deze onder de kostprijs.

Dit is het begin van de sociale woningbouw. Hij passeert hierbij het gemeentebestuur, wat hem de titel 'de onderkoning van Amsterdam' oplevert. De gemeentewoningen zijn sober van opzet en er gelden strikte regels. Woningopzichters controleren tot in de woning of de bewoners zich aan de regels houden. De jaarlijkse special van Andere Tijden gaat dit keer over de jaren dertig. Een collage van overwegend onbekend beeldmateriaal, voor een deel zelfs in kleur, geeft een verrassend beeld van een decennium dat we vooral kennen vanwege crisis en oorlogsdreiging.

Tussen Hoop en Vrees - de jaren dertig. Een feest van herkenning voor de oudere, een blik in een onbekende wereld voor de jongere. Ruim drie kwartier uitsluitend archiefmateriaal: De film bewijst dat die periode niet alleen maar crisis en oorlogsdreiging bracht, maar ook vooruitgang, vertier en optochten van alle gezindten. Een terugblik op de geschiedenis en de protestacties van Onkruit, een Nederlandse antimilitaristische protestbeweging die ontstond in de jaren '70 om totaalweigeraars te steunen: NOS 'Journaal' ; diverse protestacties van Onkruit; diverse van de opendag en de Onkruitactie op luchtmachtbasis Soesterberg; Jean Tillie in ; Duyvendak in ; De Haan in ; diverse krantenberichten en nieuwsberichten over de documentenroof bij het PMC; tentoonstelling van dienstgeheimen van het PMC in Paradiso in Amsterdam; diverse van de insluiting van Onkruitleden in een Zeeuwse bunker in ; diverse van bunkers.

In de reportage keert oud-tankcommandant Ruytenberg terug naar de plaats in Duitsland waar hij destijds gelegerd was. In geval van een aanval door het Westen zou de Sovjet-Unie direct het hele nucleaire wapenarsenaal hebben afgeschoten, iets waar de NAVO nooit rekening mee heeft gehouden.

Ruytenberg, oud-tankcommandant; - Steve Netto, commodore vlieger b. De geïnterviewden zijn liefhebbers van natuurijs en zijn altijd aan het trainen met in het achterhoofd dat ze eventueel een Elfstedentocht kunnen gaan rijden. Nadat de aangekondigde Elfstedentocht van 23 januari wordt afgeblazen, vertrekken veel schaatsers op 18 februari met bussen naar de Alternatieve Elfstedentocht op donderdag 21 februari in Polen.

Tijdens de reis wordt aangekondigd dat juist op die dag de Elfstedentocht in Friesland verreden zal worden, hetgeen de schaatsers in Polen pas op dinsdag 19 februari te horen krijgen.

De schaatsers zijn woedend en in paniek. Telefonisch laat een aantal schaatsers zich inschrijven voor de Elfstedentocht.

De groep reist via de strenge Oost-Europese douane-overgangen met de bus terug. Andere schaatsers rijden wel de alternatieve tocht in Polen. In zat het CDA al zeven jaar in de oppositie en was intern verdeeld. Er was een heftige strijd gaande tussen partijvoorzitter Marnix van Rij en fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer om het politiek leiderschap en daarmee het lijsttrekkerschap. Het onderlinge wantrouwen liep zo hoog op dat beiden zich onmogelijk maakten.

Leden uit het partijbestuur vreesden voor het voortbestaan van het CDA en zochten een alternatieve kandidaat. Deze vonden ze uiteindelijk in Balkenende. Marnix van Rij; crisisbijeenkomst CDA-fractie 28 september; diverse nieuwsuitzendingen over de crisis in het CDA; Els Joosten, CDA Eindhoven, over Pieter van Geel; persconferentie De Hoop Scheffer over zijn aftreden; interview met Van Rij over aftreden De Hoop Scheffer; Balkenende over fractievoorzitterschap; Ab Klink noemt in 'Buitenhof' voor het eerst de naam van Balkenende als kandidaat-lijsttrekker; persconferentie Balkenende na zijn verkiezing tot lijsttrekker; diverse reacties van Balkenende op zijn verkiezing tot lijsttrekker.

Het project 'Oorlog in blik' heeft tot doel bijzonder en kwetsbaar audiovisueel materiaal op te sporen en veilig te stellen. Centraal, in deze aflevering, staan de i. Naast aandacht voor de films komt ook aan de orde: Hooftaffaire in , waarbij minister Brinkman van Cultuur weigert de P. Hooftprijs uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius en daarbij steun krijgt van Nijpels; de woede hierover in de VVD-fractie; het afwijkend stemgedrag over deze zaak van enkele VVD-Kamerleden; de druk die op VVD-Kamerlid Greetje den Ouden werd uitgeoefend om tegen de uitreiking te stemmen; de twijfels aan het leiderschap van Nijpels a.

Bloemendal trad in als jarige joodse man in dienst als omroeper bij Radio Herrijzend Nederland en het commerciële bedrijf Polygoon. Hij was de karakteristieke stem van de Polygoon-journaals, maar drukte ook zijn stempel op het werk achter de schermen. Zo monteerde hij een zelf verzonnen en in elkaar gezette scène bij de tewaterlating van een schip om de kijker uit te leggen waarom prinses Beatrix zo hard moet lachen hij laat zeepsop op een aantal mensen neerkomen.

Nawijn die mensen aanspoorde hun kinderen in te laten enten; de kritiek van artsen op de strenggelovigen; dominee Dorsman die predikte dat alles Gods wil is; Mussche over het bezoek dat Dorsman haar in het ziekenhuis bracht, waarbij hij haar vertelde dat zij moest boeten voor de zonden van de mensheid; de verantwoordelijkheid van de kerkenraad; Roelof Kruizinga over zijn pogingen in te praten op de strenggelovigen m.

Veteranen van boven de tachtig vertellen over hun oorlogsliefdes in voormalig Nederlands-Indië. Sommigen hadden trouwplannen, anderen kwamen pas jaren later achter het bestaan van een kind.

Een enkeling heeft het kind nog in de armen gehad. Voor de meeste militairen gold echter dat zij naar Nederland repatrieerden en hun vriendinnen en kinderen achterlieten.

Terug in Nederland stichtten zij nieuwe gezinnen en hielden het geheim vaak een leven lang voor zich. De 'oorlogsliefdekinderen' en hun moeders vertellen hun kant van het verhaal. Sommige kinderen groeiden op in een weeshuis, omdat moeders niet gezien durfden worden met een blank kind. Deze kinderen werden soms uitgescholden voor 'londoh': Er wordt gesproken over de armoede waarin veel moeders en kinderen leefden. Sommige kinderen vertellen over hun besluit om naar Nederland te komen en over hun heimwee naar Indonesië.

Voor de meeste kinderen geldt dat de afwezigheid van een onbekende Nederlandse militaire vader hun leven heeft getekend. In de jaren 60 treden steeds meer priesters uit, mede uit onvrede met het celibaat. In december kwam een aantal katholieke priesters in het Amsterdamse Hotel Americain bijeen om te praten over een einde van het celibaat.

De priesters waren ontevreden met het celibaat omdat relaties geheim moesten blijven en omdat het tegen de natuurlijke behoefte van priesters inging. Het Nederlands Pastoraal Concilie in januari stond in het teken van de discussie over het celibaat. De meerderheid stemde voor de mogelijkheid om priesters toe te staan een relatie te hebben. De Nederlandse bisschoppen kregen van het Vaticaan echter te horen dat het celibaat gehandhaafd moest worden.

Aan de orde komt ook het seksueel misbruik van kinderen door priesters m. Marga Minco leest voor uit 'Het bittere kruid' over de evacuatie van Breda.

Nederlandse rock-'n-roll kampioenschappen ; jeugd bij een jukebox; kleur fietsers en trams in de jaren '50; stijldansers; hysterische jeugd bij rock-'n-roll-concert. De gemeente Amsterdam gelooft in het plan voor een compacte Olympische Spelen en trekt alles uit de kast om de Spelen van binnen te halen. Er worden cadeautjes uitgedeeld, diners gehouden en IOC-leden kijken rond in Amsterdam.

De internationale concurrentie blijkt te groot: Terwijl Nederland hoopt op winst of een tweede plek achter favoriet Barcelona eindigt de stemming uiteindelijk in een grote nederlaag. Volgens Ed van Thijn hebben de acties van het No-lympics Comité onder leiding van Saar Boerlage roet in het eten gegooid. Hij houdt de actiegroep in de gaten door agenten te laten infiltreren, maar kan niet voorkomen dat IOC-leden door de actievoerders worden geschoffeerd.

Op het Schaijkse veld, aan de rand van Oss, woonden zelfstandige kleine boeren en ambachtslieden, 'vrije jongens', die volstrekt ongeschikt waren om in het regime van de fabriek te werken. Uit deze families ontstonden leden van de Bende van Oss. Op het veld stonden ook een paar beruchte, illegale kroegen, waar misdaden werden beraamd. Begin jaren zeventig bedenkt een Leeuwarder vriendengroep in een café het plan om een vlot te bouwen.

Op een bierviltje tekenen ze het ontwerp van aan elkaar gebonden oliedrums, de Sterke Yerke. De eerste poging mislukt: In lukt het met de verbeterde constructie van de Sterke Yerke II wel.

Dan besluiten ze de Atlantische Oceaan over te steken. Het doel van de reis gaat verder dan de sportieve prestatie en het avontuur alleen. De mannen willen de waterverontreiniging meten om aandacht te vragen voor de toenemende milieuvervuiling. Op 1 augustus begint de reis. Op 14 december , na dagen en nog zestig mijl naar de haven van Curaçao, gaat het mis.

De wind valt stil, de Yerke wordt stuurloos en door de sterke stroming naar de messcherpe koraalkust van Bonaire gedreven. De woeste golven smijten het vlot op het koraal. De Yerke zinkt, zestig meter diep. In totaal heeft Nederland meer dan miljard euro mogen besteden uit inkomsten van aardgasgelden en gold aardgas als een ongekende bron van welvaart.

Door de vondst van aardgas in Nederland was de Nederlandse energievoorziening voor lange tijd geen probleem. Door de koppeling aan de olieprijs profiteerde Nederland van de ontwikkeling op de oliemarkt.

De vraag is of het geld goed werd besteed. Politici en deskundigen komen tot de conclusie dat we er onze problemen mee hebben afgekocht, het sociale stelsel mee hebben betaald, politieke en maatschappelijke rust hebben gekocht en ook aardgasgeld over de balk hebben gegooid. De Reichsschule was een nationaal-socialistische eliteschool voor middelbare scholieren gevestigd in het voormalige jezuïetenklooster in het Limburgse Valkenburg.

De school ging in september in het bezette Nederland van start. In Duitsland hadden de nazi's al sinds tientallen van dit soort internaten opgericht, de zogenaamde Napola's. De leerlingen werden hier opgeleid tot de toekomstige militaire en bestuurlijke elite van het Derde Rijk.

De elitescholen stonden onder sterke invloed van Heinrich Himmlers SS en besteden naast de gebruikelijke schoolvakken aandacht aan politieke vorming en lichamelijke opvoeding. Vooral kinderen van NSB-ouders kwamen in aanmerking voor toelating. Een paar voormalige leerlingen worden gevolgd terwijl ze terug gaan naar hun oude school.

...




Vette memmen lesbo vingeren


In lanceerde de Amerikaanse Harvard-student Jeff C. Desondanks eindigde de kennismaking via de computer diverse keren in een huwelijk. Tarrs schoonzoon Chris Coyne beheert een succesvolle dating internetsite.

Schellenbach; - Jeff C. Tarr, bedenker van Operation Match; - Reneé Kiemeneij, dochter van een deelnemer in ; - Mirjam Hommes, deelneemster in ; - Chris Coyne, beheerder dating internetsite en schoonzoon Jeff Tarr.

In trad de Maas buiten de oevers, waarbij woningen onder water kwamen te staan en bewoners probeerden het vee met bootjes te redden. In de jaren '30 besloot de overheid als onderdeel van een werkverschaffingsproject de Maas te kanaliseren.

Doordat bochten werden rechtgetrokken en extra dijken aangelegd, bleven de bewoners van de oevers van de Maas lange tijd verschoond van wateroverlast.

In en waren er echter opnieuw grootschalige overstromingen. Om die reden werd er besloten het gebied zoveel mogelijk in oude luister te herstellen. Bochten die in de jaren '30 werden rechtgetrokken, worden hersteld en het water moet weer de ruimte krijgen. De dienstmeisjes maakten lange dagen die 's ochtends vroeg begon met melken.

Verder moesten ze schoonmaken, bedienen en tuinieren. Hun bazinnen, de echtgenotes van de boeren, behandelden hen vaak op neerbuigende en harde wijze. De eenzaamheid door de afwezigheid van hun ouders en broertjes en zussen maakten de diensttijd extra zwaar. In mei verbleef de Nederlandse regering, inclusief koningin Wilhelmina en ongeveer burgers, in Londen.

In Nederland werd hun vlucht voor de Duitsers niet door iedereen gewaardeerd. Om hier tegenwicht aan te bieden en om Duitse propaganda te weerspreken werd Radio Oranje in het leven geroepen. Dagelijks maakte Radio Oranje vanaf juli een radioprogramma voor Nederland. Vooral de stem van koningin Wilhelmina bood hierbij morele steun in het bezette Nederland.

Radio Oranje was, gezien de achtergrond van de makers, politici en ambtenarij, relatief saai en formeel. Het verzet was er dan ook weinig tevreden over. Na een fusie met De Brandaris, een zender voor zeevarenden, waar A.

In werden radio's verboden in Nederland. Er ontstond zodoende nieuwshonger en illegale krantjes verspreidden vervolgens het nieuws van Radio Oranje dat nog maar door weinigen kon worden beluisterd. Kees Boeke geldt als onderwijsvernieuwer en idealist. Hij was een radicale hervormer die streefde naar een totale maatschappelijke omwenteling. Boeke zag de staat als een verwerpelijk instituut.

Hij betaalde geen belasting, omdat dit geld ook naar het Ministerie van Defensie ging, en weigerde ieder gebruik van overheidsvoorzieningen. Boeke, die een gezin met acht kinderen te onderhouden had, zwoer in de jaren '20 ook het gebruik van geld af, omdat dit volgens hem de wortel was van alle kwaad.

Het gezin verviel tot bittere armoede. In begon Boeke zijn eigen school, omdat hij uit principe weigerde nog langer schoolgeld te betalen. De Werkplaats werd al snel een begrip, vanwege de radicaal nieuwe manier van les geven.

Leerlingen en leraren werden er werkers en medewerkers genoemd en waren allemaal gelijk. Er werden geen cijfers gegeven en er waren geen officiële examens en diploma's. Er waren kunstzinnige vakken en er was aandacht voor koken en tuinieren.

In besluit prinses Juliana haar dochters naar De Werkplaats te sturen. Prins Bernhard verzet zich hiertegen en uiteindelijk worden de prinsessen in van de school gehaald. Veel leerlingen van de school hadden een zekere leerachterstand. In neemt Boeke afscheid van de Werkplaats, gedesillusioneerd en aan de kant geschoven door het bestuur. In de jaren 80 zou zure regen, veroorzaakt door de uitstoot van giftige zwaveldioxiden, de oorzaak zijn van bruine, kale bomen en stervende bossen.

Op Europees niveau werden allerlei maatregelen genomen. Op een gegeven moment werd duidelijk dat de verstoring in de groei van de Nederlandse bossen voornamelijk kwam door de uitstoot van ammoniak, afkomstig uit varkenshouderijen. De uitstoot moest flink ingekrompen worden en een maatregel die volgde was dat boeren geen mest meer over het land mochten spuiten. Voortaan moest de mest via injecties de grond in.

Ook verdween na de val van de muur in de zware industrie uit Oost-Europa of werd die aan strenge regels gebonden. Het klimaatprobleem waarover nu in Kopenhagen gesproken wordt, de opwarming van de aarde, is volgens deskundigen veel lastiger aan te pakken.

Roelofs, bioloog en landelijk leider verzuringonderzoek Radboud Universiteit ; - W. In de jaren 60 kwam er een nieuw genre op de Nederlandse televisie: De eerste talentenjachten waren meteen een groot succes. Er kwam een stroom van veelal gelijkende formats opgang, van 'Nieuwe oogst' tot 'Springplank' en Rodeo'. Verschillende artiesten werden mede door deze programma's bekend.

Zo deed Tineke Schouten jarenlang mee aan verschillende talentenjachten en brak André van Duin door na zijn deelname aan het programma 'Nieuwe oogst'. Woudenberg; - Peter Grootheest, lid Jeugdstorm. De Elfstedentocht van 18 januari wordt gekenmerkt door sneeuw en extreme koude waardoor slechts van de De wedstrijd wordt gewonnen door Reinier Paping nadat hij uit een kopgroep onstnapt vlak na Bolsward. Deelnemers krijgen last van hallucinaties en sneeuwblindheid en sommigen verdwalen doordat het ijs door de sneeuw niet meer te zien is.

Met voorgelezen memoires van winnaar Karst Leemburg over de Elfstedentocht van , winnaar Abe de Vries over , deelnemer Piet Keijzer over , een voorgelezen fragment uit het boek 'Indrukken van een tochtrijder' over , een voorgelezen krantenbericht uit de 'Leeuwarder Courant' van en een voorgelezen communiqué van de organisatie in over onregelmatigheden door wedstrijdrijders.

Diverse politici vertellen waar zij waren t. De KEMA ontkent in eerste instantie, maar moet later toegeven dat er radioactief afval in kuilen op het terrein ligt, die met roosters zijn afgedekt. Het blijkt niet alleen om licht radioactieve stoffen te gaan, maar ook om stoffen die bij aanraking zeer gevaarlijk zijn. In maakt Cherry Duyns een documentaire over de zaak. Pas daarna geeft de KEMA toe dat de kuilen ook wel eens open hebben kunnen gelegen.

Het verband tussen de ziektegevallen en het afval in de grond is tot op heden nooit aangetoond. Van twee van de drie gevallen is de kans dat de kanker door het afval is veroorzaakt zeer klein. Maar de combinatie van radioactief afval in de grond, drie aan kanker overleden jongeren en een onderzoeksbedrijf dat op alle mogelijke manieren probeert een schandaal te voorkomen en te bagatelliseren, resulteert in een pijnlijke affaire in de geschiedenis van kernenergie in Nederland.

Hilfman, Blom en De Levita herinneren zich vooral het afscheid van hun ouders en het gevoel van verlating dat zij daaraan overhielden. Zij vertellen over het leven in de gastgezinnen, waar de angst voor ontdekking altijd aanwezig was en de periode na de oorlog waarin zij het verlies van familieleden die de oorlog niet overleefd hadden moesten verwerken.

Zij kijken als overlevenden terug op deze periode met zowel boosheid, dankbaarheid en een gevoel van leegte. In de jaren 80 was er een brede linkse actiebeweging in Nederland waaronder de kraakbeweging en antiapartheidsgroeperingen.

De extreemste antiracistische groepering was RaRa die brandstichting in Makro-vestigingen niet schuwde. In september was de eerste brand in Duivendrecht waarna nog drie vestigingen volgden waardoor miljoen gulden schade werd aangericht. RaRa heeft zich nooit gericht op aanslagen op personen verbonden met het moederbedrijf van de Makro, SHV.

Roemersma vertelt dat zijn Rara-verleden hem in de weg zat in Nederland: De Makro werd als doel gekozen omdat het in handen was van één van de oudste Nederlandse industriële families, het moederbedrijf SHV investeerde in Zuid-Afrika en winkels zijn kwetsbaar; - Jan Dijk, voormalig directeur Makro Nederland; - Wijnand Duyvendak, activist in de jaren Duyvendak was redacteur bij het radicale blad 'Bluf' dat de claimbrieven publiceerde.

Makro-branden in in Duivendrecht en in in Duiven en Duivendrecht en de nasleep ervan; krakersdemonstratie; kraakactie; krakersrellen; anarcho-radicale aanslagen en acties.

In de jaren 70 en begin jaren 80 keek de Nederlandse samenleving anders aan tegen pedofilie dan vandaag.

Dat was het gevolg van de seksuele revolutie in de jaren Die veranderde de kijk op seksualiteit en de opkomst van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming NVSH zorgde ook voor verandering in denken over seks. Tegen de achtergrond van deze seksuele bevrijding lieten steeds meer groepen van zich horen. PvdA-senator Edward Brongersma in het tv-programma 'Een groot uur U' over pedofilie; Amerikaanse Senaatscommissie over de productie en distributie van kinderporno in Nederland; discussie over het verbod op kinderporno in 'Het Capitool'; Len Rempt, Tweede Kamerlid VVD, verdedigt de verlaging van de leeftijdsgrenzen voor seksualiteit.

Het twee uur durende programma werd onder meer door Mies Bouwman gepresenteerd. Het idee was van actrice Yoka Berretty die ontroerd raakte door een reportage van schrijver en programmamaker Simon Vinkenoog voor de VPRO over Algerijnse vluchtelingenkinderen in Marokko.

In Algerije woedde een onafhankelijkheidsstrijd van de Algerijnen tegen het koloniale bestuur van Frankrijk. Vinkenoog wist tussen de journalistieke bedrijven door een poef met een halve kilo hasj Marokko uit te smokkelen.

Minister Luns van Buitenlandse Zaken probeerde vergeefs op verzoek van Frankrijk de uitzending te voorkomen omdat deze de gevolgen van Frankrijks beleid onder de aandacht bracht. Pianist Wim Ibo liet na enig tegenstribbelen zijn baard afscheren voor een groot bedrag.

Familieleden en mensen uit zijn omgeving komen aan het woord over de persoonlijkheid van Tazelaar, zijn mislukte opleidingen en zijn ontsnapping uit Nederland in de zomer van op een boot, waar hij Hazelhoff Roelfzema leert kennen.

De twee komen samen met andere Engelandvaarders in contact met koningin Wilhelmina en prins Bernhard in Londen en werken plannen uit om contact te leggen met bezet Nederland. Tazelaar wordt in november met een boot in Scheveningen aan land gezet en heeft als opdracht daar een spionagenetwerk op te zetten. Met een voorgelezen fragment uit een brief van Hazelhoff Roelfzema over Tazelaar.

In de loop der tijd neemt het aantal persfotografen sterk toe, het respect voor autoriteit neemt af en de fotografen passen minder zelfcensuur toe. Ook komt de roddeljournalistiek op in de jaren Waar koningin Juliana en prins Bernhard nog vrij ontspannen konden omgaan met de hen omringende fotografen, legt koningin Beatrix de pers al veel strengere spelregels op en in wordt de Mediacode van kracht waar fotografen de koninklijke familie alleen nog in functie mogen fotograferen.

Kroonprins Willem-Alexander houdt eens in de zoveel tijd een fotosessie met zijn gezin voor de pers in een poging om de privacy van zijn gezin te waarborgen. Fotografen van verschillende bladen en diensten halen herinneringen op, vertellen anekdotes en bespreken de grens tussen persvrijheid en privacyschending.

Door het gehele programma foto's van leden van de koninklijke familie, o. Met een voorgelezen fragment uit een dagboek van een Zeeuwse vrouw over de gevechten en de bevrijding. Kinderen werden opgevoed tot de 'nieuwe mens'. Ouders mochten hier geen rol in spelen omdat ze te belast zouden zijn door het verleden. Kinderen wisten dan ook niet wie hun ouders waren. Met foto's van De Branding van Hens Odinot en Niels Klinkenberg, en een voorgelezen fragment uit het dagboek van Lizzy Klinkenberg-Bordewijk over haar gedwongen huwelijk.

Door de recessie wordt het Kabinet Lubbers geconformeerd met een ongekend begrotingstekort. Er moet bezuinigd worden. Het onderwijs slokt op dat moment twintig procent van de begroting op. Wim Deetman CDA werd aangesteld als minister van onderwijs. Hij moet de bezuinigingen doorvoeren.

De veteranen van de Prinses Irene Brigade worden gevolgd tijdens hun gezamenlijke jaarlijkse herdenkingsbezoek aan het Belgische Beringen, waar ze hebben gevochten in de Tweede Wereldoorlog. Robert Voskuil, streekhistoricus, wordt gevolgd in het huidige Oosterbeek waar hij plaatsen laat zien waar gevochten is en waar de film werd opgenomen, o.

Voor het eerst kreeg de bevolking een samenhangend betoog over wat zich tussen en in Nederland had afgespeeld. Voor velen was de serie, gepresenteerd door Loe de Jong en met originele archiefbeelden, een eyeopener. Loe de Jong presenteert de eerste aflevering van 'De Bezetting' 5 mei ; fragment 'Komt vanavond met verhalen' ; verschillende fragmenten uit 'De Bezetting'; De Jong over de productie en het draaien van de serie; 'Die Besatzung' ; verloving prinses Beatrix en Claus von Amsberg Het was de 14e volkstelling maar nooit eerder waren de bezwaren tegen de telling, waarbij vragen over o.

Dit werd deels veroorzaakt omdat deelname verplicht werd gesteld op straffe van gulden boete of 14 dagen hechtenis. Anderzijds bestond er angst voor de opkomst van automatisering en de beveiliging van de persoonlijke gegevens. De telling koste 25 miljoen gulden maar mislukte. Het aantal weigeraars was slechts 2 promille maar er werden veel foute gegevens opgegeven. Het was de laatste grote volkstelling in Nederland. Tegenwoordig telt het CBS nog volop.

De overheid weet meer dan ooit van de burgers. Tellingen vinden elektronisch plaats door koppeling van databestanden. Luns' imago, optreden, reputatie, taalgebruik, bewondering en weerzin; de grote culturele bagage die Luns van huis uit meedroeg; zijn goede manieren en diplomatie; zijn zuidelijke inborst vader geboren in Parijs, moeder in Luik ; Luns' schoolgang in Brussel; zijn diensttijd bij de marine, de rechtenstudie in Amsterdam en Leiden; de verschillende diplomatieke posten sinds ; het ministerschap vanaf ; de vele buitenlandse reizen; zijn grappen; zijn poging om Nieuw-Guinea aan te houden als kolonie; de vermeende lijsten die Luns liet aanleggen van adellijke huwelijkskandidaten voor prinses Beatrix; Luns' bemoeienis voor Nederland in de EEG de latere EU ; het respect van de Franse president Charles de Gaulle voor Luns; zijn desinteresse in het politieke debat in de Tweede Kamer; het lange ministerschap van Luns; de veranderende manier van politiek bedrijven begin jaren 70, waar Luns moeite mee had.

Het onderzoek naar de RaRa-aanslagen verliep moeizaam, maar uiteindelijk werden er toch arrestaties verricht. Na vier branden in Makro-vestigingen, opgeëist door de actiegroep RaRa, wil minister van Justitie Korthals Altes opsporingsresultaten. Medio januari , vijf dagen na de Makro-brand in Nuth, wordt een Landelijk Coördinatie Team opgericht, gevestigd op een geheime lokatie in Amsterdam.

De rechercheurs hebben geen idee waar te beginnen. Er bestond een bonte verzameling van clubjes als 'Ins Blaue Hinein', 'Nachtschade' en 'Kommando Trek Van den Broek omlaag', die ook zelfgemaakte bommetjes en brandstichting voor allerlei acties gebruikten. Oud-rechercheur Thieu van Schovend vertelt dat de RaRa-activisten veel slimmer en beter voorbereid waren dan de gemiddelde crimineel.

De opsporing werd ook nog eens bemoeilijkt doordat de samenwerking tussen politie en BVD aanvankelijk stroef verliep. De BVD vermoedde al in oktober dat René Roemersma te maken had met de eerste Makro-brand zonder dat dit tot ingrijpen leidde. Bij een mislukte aanslag op paspoortenfabrikant Elba in Schiedam in januari worden vingerafdrukken van René Roemersma gevonden op een tijdsmechanisme. Acht activisten worden opgepakt maar alleen Roemersma komt voor de rechter.

Door een vormfout hoeft Roemersma slechts negen maanden de cel in. Daarna volgen meer RaRa-aanslagen waaronder op het huis van staatssecretaris Aad Kosto maar het is niet bekend wie ze gepleegd heeft. Roemersma vertelt dat RaRa een concept was, niet zozeer een vaste groep mensen. Makro-branden in in Duivendrecht; minister van Justitie Korthals Altes over opsporing RaRa-leden; aanslag antiapartheidsgroepering op reisbureau; Wijnand Duyvendak als activist; krakersrellen; RaRa-aanslag op Shell-station in Alphen aan den Rijn in juni ; aanslag woning Aad Kosto.

Luchtvaarthistoricus Katherin Möller laat de Fokker-hal 1 zien, een houten hal in Duitsland, gebouwd in , waar Fokker werkte van tot Eind jaren '70 ontstaat in Nijmegen een groep activistische vrouwen die steeds fanatieker stelling neemt tegen de seksualisering van de samenleving. Pornografie legitimeerde volgens de vrouwenbeweging geweld tegen vrouwen. Veel politieke partijen wilden pornografie uit het Wetboek van Strafrecht schrappen. Er werden heksennachten georganiseerd waarbij groepen vrouwen de stad in trokken om te protesteren tegen pornografie en geweld tegen vrouwen.

Sloten van seksshops werden dichtgelijmd. Bij een actie tegen de opening van de seksbioscoop Le Paris loopt de zaak uit de hand. Na afloop worden de deelneemsters gearresteerd. Tijdens het proces proberen de verdachten en sympathisanten de politieke boodschap over het voetlicht te brengen.

Maar de vrouwen worden veroordeeld tot vierhonderd gulden boete of vier dagen hechtenis. Uit voorzorg waren extra politieagenten aanwezig en een beveiligingsgroep was geregeld door impresario Paul Acket.

Presentator Jos Brink zou tussen de lange voorprogramma's de fans hebben opgejut. Bij de eerste tonen drongen de fans naar voren en later beklommen ze het podium. De fans smeten met stoelen, kleedden een meisje helemaal uit en braken de zaal af. Road manager Ian Stewart raakte gewond aan zijn hoofd en de Rolling Stones vluchtten naar buiten naar een gereedstaande auto waarmee ze naar het ziekenhuis vertrokken. Er braken gevechten uit tussen fans en de politie waarna de zaal met honden werd ontruimd.

Hij stond de volgende dag op een foto op de voorpagina van de 'Haagsche Courant'; - Maarten Schröder, directie-assistent Kurhaus in ; - Jan van Gelder, chauffeur Rolling Stones in ; - Rob Bosboom, fotojournalist; - Willem van Kooten, dj Radio Veronica in ; - Karla Wildschut, actrice die de bandleden interviewde in ; - Jan Timmer en Willem Taal, politieagenten in ; - Willem Scheepers, beveiligingsgroep Paul Acket. Kurhaus; Bosboom ontwikkelt foto's van het bezoek in zijn donkere kamer. Kurhaus; fans wachtend in de zaal; vernielingen en gevechten in het Kurhaus.

Fidel Castro; melkboer aan de deur; huishouden; diverse televisiefragmenten o. Willem Duys; interview met psycholoog Mary Zeldenrust-Noordanus over het condoom; bisschop Bekkers over geboorteregeling ; zoenend stel in het gras; vrouw op het strand; huwelijksvoltrekking; aardgas in Groningen; kleur mensen aan het werk o.

Franse radioverslagen van de rellen; radiotoespraak van president De Gaulle. In de documentaire keert Willem Linders, die deelnam aan de tweede politiemissie, terug naar Trebinje waar hij destijds gestationeerd was. Hij besteedde zijn VN-toelage aan ontwikkelingshulp en via een stichting is hij nog steeds bij het land betrokken. Hij bezoekt een middelbare school die door de stichting wordt gesteund.

M-Brigade en Joris Driepinter ; de opkomst van frisdranken. Margot Heijnsbroek, lid Nederlands Palestina Komitee , wordt gevolgd bij haar terugkeer in Jordanië waar ze een Palestijnse vrouw ontmoet met wie ze in in de gevangenis bevriend raakte. Er wordt daarbij met name ingegaan op de ontwikkeling van het voetbal van elitesport naar volkssport, de spreekkoren van vroeger en nu, de burgerlijke gehoorzaamheid van toen en het ontbreken van segmenten op de tribunes.

Daarnaast wordt bijzondere aandacht besteed aan opnames van Spartapubliek dat met vrachtauto's naar een uitwedstrijd gaat in Haarlem in Stokvis, socioloog; - G. Dijkhuizen, supportersbegeleider; - P. Verheul, oud-speler Sparta; - W. Trouw en gehoorzaamheid aan het bevoegd gezag was geen vanzelfsprekendheid meer en de politie moest zich bezinnen op het omgaan met de moderne burger. Gedragswetenschapper Jan van der Steen speelde hierin een baanbrekende rol: Aan de orde komen daarbij oa het herstel van het gezag, omgaan met weerstand, zelfbeheersing en nieuwe gezagsverhoudingen.

Mondriaans vertrek naar New York voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog; de ontstaansgeschiedenis van de 'Victory Boogie Woogie' in Mondriaans New Yorkse periode; de invloed van de New Yorkse architectuur en jazzritmes Boogie Woogie op zijn schilderijen; het gegeven dat het schilderij niet af is en alle gekleurde stukjes tape niet vervangen zijn door verf, omdat Mondriaan op 1 februari stierf voordat het schilderij klaar was; het kunstfonds dat De Nederlandsche Bank in in het leven wilde roepen i.

Newhouse en New York. Met diverse foto's van en over de T-Ford. Op 30 april droeg koningin Juliana in Amsterdam de troon over aan haar dochter, prinses Beatrix. Er was destijds veel ontevredenheid onder krakers over de woningnood. Zij grepen deze dag aan om te demonstreren 'Geen woning, geen kroning'. Demonstranten verzamelden zich in de Kinkerstraat en later bij het Waterlooplein en op de Blauwbrug.

Er ontstonden diverse rellen tussen ME en demonstranten waarbij veel geweld werd gebruikt. De ME had moeite de demonstranten tegen te houden o. Uiteindelijk zette de ME een uiterste terugtrekkingsplek binnenring op die stand hield, waardoor de demonstranten de Dam, waar de plechtigheden plaatsvonden, niet bereikten. Hans Wiegel, minister van Binnenlandse Zaken , in 'Aktua' over aanstaande kroning; diverse o. Rond beginnen de ouders van Jolanda Venema hun strijd tegen de manier waarop hun dochter in Van Boeijenoord wordt behandeld.

Ze zien Jolanda zienderogen verslechteren. Het personeel weet geen raad met de agressieve buien van de verstandelijk gehandicapte vrouw en laat haar steeds vaker isoleren. Jolanda zit dan in een kale kamer, naakt opdat ze haar kleren niet kan verscheuren en met een band geketend aan een muur. De Inspectie voor de Gezondheidszorg, die door de ouders is gewaarschuwd, vergelijkt de situatie van Jolanda met 'de wilde van Aveyron', maar staat machteloos.

Ten einde raad maakt het echtpaar Venema de foto en stappen ermee naar de 'Leeuwarder Courant'. De publicatie van de foto's wekt veel beroering binnen de samenleving en leidt tot een ommekeer binnen de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Noord, respectievelijk lid en voorzitter van de onderzoekscommissie-Noorda. Hij was een succesvol zakenman die zijn kapitaal steeds heeft ingezet ten behoeve van de armen. Hij voelde zich zeer betrokken bij de arbeidersklasse en was vaak aanwezig op de socialistische jongerenbijeenkomsten van de AJC.

Wibaut kende de afschuwelijke leefomstandigheden van de arbeidersklasse in de tweede helft van de 19e eeuw. Als wethouder van Volkhuisvesting liet hij veel woningen in arbeiderswijken als de Jordaan onbewoonbaar verklaren en slopen. Nieuwe woningen werden wel gebouwd door de woningcorporaties, maar die waren te duur voor de arbeiders. Begin twintigste eeuw besluit Wibaut dat de gemeente zelf woningen gaat bouwen en verhuurt deze onder de kostprijs. Dit is het begin van de sociale woningbouw.

Hij passeert hierbij het gemeentebestuur, wat hem de titel 'de onderkoning van Amsterdam' oplevert. De gemeentewoningen zijn sober van opzet en er gelden strikte regels. Woningopzichters controleren tot in de woning of de bewoners zich aan de regels houden. De jaarlijkse special van Andere Tijden gaat dit keer over de jaren dertig.

Een collage van overwegend onbekend beeldmateriaal, voor een deel zelfs in kleur, geeft een verrassend beeld van een decennium dat we vooral kennen vanwege crisis en oorlogsdreiging. Tussen Hoop en Vrees - de jaren dertig. Een feest van herkenning voor de oudere, een blik in een onbekende wereld voor de jongere. Ruim drie kwartier uitsluitend archiefmateriaal: De film bewijst dat die periode niet alleen maar crisis en oorlogsdreiging bracht, maar ook vooruitgang, vertier en optochten van alle gezindten.

Een terugblik op de geschiedenis en de protestacties van Onkruit, een Nederlandse antimilitaristische protestbeweging die ontstond in de jaren '70 om totaalweigeraars te steunen: NOS 'Journaal' ; diverse protestacties van Onkruit; diverse van de opendag en de Onkruitactie op luchtmachtbasis Soesterberg; Jean Tillie in ; Duyvendak in ; De Haan in ; diverse krantenberichten en nieuwsberichten over de documentenroof bij het PMC; tentoonstelling van dienstgeheimen van het PMC in Paradiso in Amsterdam; diverse van de insluiting van Onkruitleden in een Zeeuwse bunker in ; diverse van bunkers.

In de reportage keert oud-tankcommandant Ruytenberg terug naar de plaats in Duitsland waar hij destijds gelegerd was. In geval van een aanval door het Westen zou de Sovjet-Unie direct het hele nucleaire wapenarsenaal hebben afgeschoten, iets waar de NAVO nooit rekening mee heeft gehouden. Ruytenberg, oud-tankcommandant; - Steve Netto, commodore vlieger b. De geïnterviewden zijn liefhebbers van natuurijs en zijn altijd aan het trainen met in het achterhoofd dat ze eventueel een Elfstedentocht kunnen gaan rijden.

Nadat de aangekondigde Elfstedentocht van 23 januari wordt afgeblazen, vertrekken veel schaatsers op 18 februari met bussen naar de Alternatieve Elfstedentocht op donderdag 21 februari in Polen. Tijdens de reis wordt aangekondigd dat juist op die dag de Elfstedentocht in Friesland verreden zal worden, hetgeen de schaatsers in Polen pas op dinsdag 19 februari te horen krijgen.

De schaatsers zijn woedend en in paniek. Telefonisch laat een aantal schaatsers zich inschrijven voor de Elfstedentocht. De groep reist via de strenge Oost-Europese douane-overgangen met de bus terug.

Andere schaatsers rijden wel de alternatieve tocht in Polen. In zat het CDA al zeven jaar in de oppositie en was intern verdeeld. Er was een heftige strijd gaande tussen partijvoorzitter Marnix van Rij en fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer om het politiek leiderschap en daarmee het lijsttrekkerschap.

Het onderlinge wantrouwen liep zo hoog op dat beiden zich onmogelijk maakten. Leden uit het partijbestuur vreesden voor het voortbestaan van het CDA en zochten een alternatieve kandidaat. Deze vonden ze uiteindelijk in Balkenende. Marnix van Rij; crisisbijeenkomst CDA-fractie 28 september; diverse nieuwsuitzendingen over de crisis in het CDA; Els Joosten, CDA Eindhoven, over Pieter van Geel; persconferentie De Hoop Scheffer over zijn aftreden; interview met Van Rij over aftreden De Hoop Scheffer; Balkenende over fractievoorzitterschap; Ab Klink noemt in 'Buitenhof' voor het eerst de naam van Balkenende als kandidaat-lijsttrekker; persconferentie Balkenende na zijn verkiezing tot lijsttrekker; diverse reacties van Balkenende op zijn verkiezing tot lijsttrekker.

Het project 'Oorlog in blik' heeft tot doel bijzonder en kwetsbaar audiovisueel materiaal op te sporen en veilig te stellen. Centraal, in deze aflevering, staan de i. Naast aandacht voor de films komt ook aan de orde: Hooftaffaire in , waarbij minister Brinkman van Cultuur weigert de P.

Hooftprijs uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius en daarbij steun krijgt van Nijpels; de woede hierover in de VVD-fractie; het afwijkend stemgedrag over deze zaak van enkele VVD-Kamerleden; de druk die op VVD-Kamerlid Greetje den Ouden werd uitgeoefend om tegen de uitreiking te stemmen; de twijfels aan het leiderschap van Nijpels a. Bloemendal trad in als jarige joodse man in dienst als omroeper bij Radio Herrijzend Nederland en het commerciële bedrijf Polygoon. Hij was de karakteristieke stem van de Polygoon-journaals, maar drukte ook zijn stempel op het werk achter de schermen.

Zo monteerde hij een zelf verzonnen en in elkaar gezette scène bij de tewaterlating van een schip om de kijker uit te leggen waarom prinses Beatrix zo hard moet lachen hij laat zeepsop op een aantal mensen neerkomen. Nawijn die mensen aanspoorde hun kinderen in te laten enten; de kritiek van artsen op de strenggelovigen; dominee Dorsman die predikte dat alles Gods wil is; Mussche over het bezoek dat Dorsman haar in het ziekenhuis bracht, waarbij hij haar vertelde dat zij moest boeten voor de zonden van de mensheid; de verantwoordelijkheid van de kerkenraad; Roelof Kruizinga over zijn pogingen in te praten op de strenggelovigen m.

Veteranen van boven de tachtig vertellen over hun oorlogsliefdes in voormalig Nederlands-Indië. Sommigen hadden trouwplannen, anderen kwamen pas jaren later achter het bestaan van een kind.

Een enkeling heeft het kind nog in de armen gehad. Voor de meeste militairen gold echter dat zij naar Nederland repatrieerden en hun vriendinnen en kinderen achterlieten. Terug in Nederland stichtten zij nieuwe gezinnen en hielden het geheim vaak een leven lang voor zich.

De 'oorlogsliefdekinderen' en hun moeders vertellen hun kant van het verhaal. Sommige kinderen groeiden op in een weeshuis, omdat moeders niet gezien durfden worden met een blank kind. Deze kinderen werden soms uitgescholden voor 'londoh': Er wordt gesproken over de armoede waarin veel moeders en kinderen leefden. Sommige kinderen vertellen over hun besluit om naar Nederland te komen en over hun heimwee naar Indonesië. Voor de meeste kinderen geldt dat de afwezigheid van een onbekende Nederlandse militaire vader hun leven heeft getekend.

In de jaren 60 treden steeds meer priesters uit, mede uit onvrede met het celibaat. In december kwam een aantal katholieke priesters in het Amsterdamse Hotel Americain bijeen om te praten over een einde van het celibaat. De priesters waren ontevreden met het celibaat omdat relaties geheim moesten blijven en omdat het tegen de natuurlijke behoefte van priesters inging.

Het Nederlands Pastoraal Concilie in januari stond in het teken van de discussie over het celibaat. De meerderheid stemde voor de mogelijkheid om priesters toe te staan een relatie te hebben.

De Nederlandse bisschoppen kregen van het Vaticaan echter te horen dat het celibaat gehandhaafd moest worden. Aan de orde komt ook het seksueel misbruik van kinderen door priesters m. Marga Minco leest voor uit 'Het bittere kruid' over de evacuatie van Breda. Nederlandse rock-'n-roll kampioenschappen ; jeugd bij een jukebox; kleur fietsers en trams in de jaren '50; stijldansers; hysterische jeugd bij rock-'n-roll-concert.

De gemeente Amsterdam gelooft in het plan voor een compacte Olympische Spelen en trekt alles uit de kast om de Spelen van binnen te halen. Er worden cadeautjes uitgedeeld, diners gehouden en IOC-leden kijken rond in Amsterdam. De internationale concurrentie blijkt te groot: Terwijl Nederland hoopt op winst of een tweede plek achter favoriet Barcelona eindigt de stemming uiteindelijk in een grote nederlaag.

Volgens Ed van Thijn hebben de acties van het No-lympics Comité onder leiding van Saar Boerlage roet in het eten gegooid. Hij houdt de actiegroep in de gaten door agenten te laten infiltreren, maar kan niet voorkomen dat IOC-leden door de actievoerders worden geschoffeerd. Op het Schaijkse veld, aan de rand van Oss, woonden zelfstandige kleine boeren en ambachtslieden, 'vrije jongens', die volstrekt ongeschikt waren om in het regime van de fabriek te werken. Uit deze families ontstonden leden van de Bende van Oss.

Op het veld stonden ook een paar beruchte, illegale kroegen, waar misdaden werden beraamd. Begin jaren zeventig bedenkt een Leeuwarder vriendengroep in een café het plan om een vlot te bouwen. Op een bierviltje tekenen ze het ontwerp van aan elkaar gebonden oliedrums, de Sterke Yerke.

De eerste poging mislukt: In lukt het met de verbeterde constructie van de Sterke Yerke II wel. Dan besluiten ze de Atlantische Oceaan over te steken. Het doel van de reis gaat verder dan de sportieve prestatie en het avontuur alleen. De mannen willen de waterverontreiniging meten om aandacht te vragen voor de toenemende milieuvervuiling. Op 1 augustus begint de reis. Op 14 december , na dagen en nog zestig mijl naar de haven van Curaçao, gaat het mis.

De wind valt stil, de Yerke wordt stuurloos en door de sterke stroming naar de messcherpe koraalkust van Bonaire gedreven. De woeste golven smijten het vlot op het koraal. De Yerke zinkt, zestig meter diep. In totaal heeft Nederland meer dan miljard euro mogen besteden uit inkomsten van aardgasgelden en gold aardgas als een ongekende bron van welvaart. Door de vondst van aardgas in Nederland was de Nederlandse energievoorziening voor lange tijd geen probleem.

Door de koppeling aan de olieprijs profiteerde Nederland van de ontwikkeling op de oliemarkt. De vraag is of het geld goed werd besteed. Politici en deskundigen komen tot de conclusie dat we er onze problemen mee hebben afgekocht, het sociale stelsel mee hebben betaald, politieke en maatschappelijke rust hebben gekocht en ook aardgasgeld over de balk hebben gegooid. De Reichsschule was een nationaal-socialistische eliteschool voor middelbare scholieren gevestigd in het voormalige jezuïetenklooster in het Limburgse Valkenburg.

De school ging in september in het bezette Nederland van start. In Duitsland hadden de nazi's al sinds tientallen van dit soort internaten opgericht, de zogenaamde Napola's. De leerlingen werden hier opgeleid tot de toekomstige militaire en bestuurlijke elite van het Derde Rijk.

De elitescholen stonden onder sterke invloed van Heinrich Himmlers SS en besteden naast de gebruikelijke schoolvakken aandacht aan politieke vorming en lichamelijke opvoeding. Vooral kinderen van NSB-ouders kwamen in aanmerking voor toelating.

Een paar voormalige leerlingen worden gevolgd terwijl ze terug gaan naar hun oude school. Hier kregen ze te horen dat de nieuwe Führer over twintig jaar een Nederlander zou kunnen zijn. Eindeloos werd benadrukt dat de leerlingen tot een uitverkoren ras behoorden. Het was een militaire opleiding die naast de gewone schoolopleiding bestond. De jongens zongen veel strijdliederen over de zogenaamde 'nieuwe tijd'.

Rassenleer was nauw verweven met de andere lessen. Over de Joden werd gesproken alsof het ongedierte was, dat zich niet mocht mengen met het arische ras. De exacte consequenties daarvan werden in het midden gelaten De jongens leefden op de school in een veilig isolement, waar de werkelijkheid amper doordrong.

Ze adoreerden Hitler; zo hadden ze altijd een foto van hem bij zich. Een aantal van hen wordt aan het eind van de oorlog alsnog naar het front gestuurd. Koekoek; actie in Vaassen Epe van vrije Veluwse boeren om verkeer te ontwrichten; radiofragment Joop van Zijl; diverse van opstand in Hollandscheveld; ontruiming huis Nijmeijer; ontruiming van familie Hartman en brand; interview in Hollandscheveld met Koekoek; toespraak in Tweede Kamer door Koekoek.

Omdat er zoveel Nederlandse mijnenruimers sneuvelden of zwaar gewond raakten, werden na verloop van tijd Duitse krijgsgevangenen voor dit werk ingezet. Dat mocht volgens de Conventie van Genève niet, maar daar hadden de autoriteiten iets op gevonden.

De krijgsgevangenen werden 'ontwapende vijandelijke militairen' genoemd, en daarmee kon het internationale oorlogsrecht worden omzeild. Het probleem van het mijnen ruimen was enorm in de naoorlogse periode. Er lagen 1,8 miljoen exemplaren in rond de mijnenvelden verspreid; voor een groot deel was de vindplaats bekend omdat er Duitse militaire kaarten beschikbaar waren waarop de mijnenvelden waren aangetekend.

In 'Andere Tijden' doen twee voormalige militairen van de Luftwaffe hun verhaal. Ze hadden geen enkele ervaring met dit werk en zagen meermalen in hun directe omgeving ongelukken gebeuren. Over de inzet van soldaten van het overwonnen Duitse leger bij dit werk is nooit veel ophef gemaakt. Duitse militaire begraafplaats IJsselstein. Begin jaren '80 verkeert Nederland in een diepe recessie. Mensen worden massaal op straat gezet. De Rotterdamse scheepswerf RDM moet in twee dagen tijd man ontslaan.

Het massaontslag treft met name de wijk Heijplaat. Scheepswerf RDM wordt in opgericht. De zaken gaan al snel goed en de werf besluit om op Heijplaat een tuindorp te bouwen voor haar personeel. Vooral na gaat het hard met het bouwen van nieuwe woningen, omdat de werf zit te springen om extra personeel. Doordat Heijplaat gescheiden ligt van de rest van Rotterdam, is de gemeenschap in grote mate op zichzelf aangewezen.

In volgt het massaontslag, omdat de overheid de verliesgevende onderdelen van RDM niet langer wil ondersteunen. Voormalig werkmeester Leen Kieviet trekt een vergelijking met het afvoeren van mensen in de Tweede Wereldoorlog. Mensen verliezen niet alleen hun werk, maar ook hun collega's, sociale contacten en status als vakman.

Mensen die wel hun baan behouden, schamen zich bijna dat ze mogen blijven. Heijplaat is lam geslagen, maar de gemeenschap besluit zich in te spannen om de oud-RDM'ers weer aan het werk te helpen. Zo'n driehonderd man komt op deze manier toch weer aan een baan. In het voorjaar van stuurt de Amerikaanse Harvard-universiteit samen met het Peabody Museum voor Etnologie enkele wetenschappers, een filmploeg inclusief Michael Rockefeller naar de Baliemvallei in Nederlands Nieuw-Guinea.

Op 18 november vertrekt Rockefeller met de Nederlander René Wassing voor een tweede expeditie. Tijdens die tocht slaat een zelfgemaakte catamaran om. Er wordt een zoekactie gestart. Wassing wordt gered, maar Rockefeller is spoorloos.

Het Nederlandse marineschip Snellius vindt later een rood benzineblik op zee. Er bestaat de mogelijkheid dat Rockefeller is opgegeten door zoutwaterkrokodillen. Over een andere mogelijkheid wordt dan alleen nog gefluisterd: De ware toedracht van het verhaal is nooit opgehelderd. Brits bioscoopjournaal over de verdwijning van Rockefeller; fragmenten uit de film 'Dead birds' van regisseur Robert Gardner; Michael Rockfeller met ouders bij afstuderen aan de universiteit; geluidsfragment van gouverneur Platteel van Nieuw-Guinea over de verdwijning van Rockefeller; diverse amateurfilms van bestuursambtenaar Jannink, taalkundige Voorhoeve en scheepstimmerman Piet Heemsbergen.

Een aantal CDA-Kamerleden wijst de coalitie af, maar geeft het kabinet het voordeel van de twijfel. De dissidenten staan onder zware druk van andere CDA'ers om het kabinet niet te laten vallen en van linkse zijde om het kabinet wel te laten vallen.

Grote strijdpunten zijn de aanwezigheid van kernwapens in Nederland en een olieboycot tegen Zuid-Afrika. De meeste dissidenten krijgen een lagere plaats op de kieslijst m. Sytze Faber die beloond wordt voor zijn steun aan het kabinet. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog konden Duitsgezinde Nederlanders geëvacueerd worden naar Duitsland. Rond Dolle Dinsdag vertrokken Als tegenprestatie moesten de zoons zich in Duitsland nuttig maken.

Ze werden losgeweekt van hun familie en gedwongen te dienen in het Duitse leger. Velen werden opgepakt door de Geallieerden en in krijgsgevangenenkampen geplaatst later o. Na de lagere school ging hij naar de Reichschule in Valkenburg.

Toen de Geallieerden Limburg bevrijdden, verhuisde de school naar Binsberg, Duitsland. Nederlandse mannen die in door de Duitsers te werk werden gesteld t. Met diverse foto's van IJbema vlak voor vertrek vanuit Amersfoort; van de familie Ten Hoff, van gerepatrieerden en van een krantenbericht over de terugkeer van Harm ten Hoff in Groningen.

Andrews University; - Rudolf Spoor, regisseur ruimtevaartuitzendingen. Eind jaren '60 organiseerde de pas getrouwde prinses Beatrix en prins Claus bijeenkomsten voor kunstenaars op kasteel Drakensteyn. Er werd gediscussieerd, er werden tentoonstellingen georganiseerd en films vertoond. De meest aannemelijke verklaring was dat de heilige man de taak doorschoof naar Zwarte Piet.

Dat de ezel over de daken liep werd hier niet verteld. Hoewel Sinterklaas toen ook al in de warenhuizen in Sint-Truiden begon te komen, waren er weinig kinderen die hem daar gingen opzoeken. Op Sinterklaasavond werd één groot bord met een beetje versiering op de tafel gezet, op andere plaatsen zette ieder kind zijn bord. En wat lag er ’s anderendaags in? Noten, hazelnoten, okkernoten, maar ook amandelnoten, chocolade, speculaas in de vorm van de heilige man, appelsienen, bananen en marsepein.

Vooral dat laatste was zeer gegeerd. Het ligt voor de hand dat in arme gezinnen de Sint maar het minimum bracht en dat er van appelsienen en marsepein weinig sprake was. Hetzelfde gold voor het speelgoed. De meisjes moesten zich tevreden stellen met een pop, voor de jongens kon dat een treintje – van 17 frank! Ook het bekende Meccano -speelgoed deelde de heilige man uit, maar dan wel in de betere gezinnen. Sinterklaas was toen nog uitsluitend een kinderfeest.

Voor de groten kon hij soms wel een veelbetekenende stok of iets waardeloos brengen, een wenk die iedereen in het gezin niet mis verstond.

Die schooldag kende een eigenaardig verloop. Er werd wel les gegeven, maar in mineur. Sommige kinderen konden er uitpakken met hun geschenken. Ook dit feest was een gelegenheid om via de kinderen te tonen op welke trap van de sociale ladder de familie stond.

Dat verschil werd in de namiddag wat afgevlakt omdat de heilige man dan zelf een bezoek bracht. Hij spelde alle kapoenen, van rijk tot arm, de les. Die taak berustte gewoonlijk bij een in Sinterklaas verklede pater, die in de zustersschool kwam om de kinderen te imponeren. Hij wist uiteraard veel dingen die niet door de beugel konden. Hier was de Sint wat democratischer, want hij had voor iedereen een even klein pakje snoep bij. Na zijn vertrek werd de rest van de namiddag een vrije dag. In  Zepperen en ook in Alken gingen de kinderen op oudejaarsavond, de Sint-Silvesteravond, heile.

Ze gingen van huis tot huis en droegen een zak mee op hun ronde om koekjes, noten en appelen in te zamelen. Later werd dit een doos om geld in te bewaren. Om de bewoners tot vrijgevigheid aan te sporen zongen ze liedjes.

Er bleven enkele versjes bewaard. Omdat er sprake is van geldstukken als schelling en penning, ziet het ernaar uit dat dit een zeer oude gewoonte moet zijn vermits deze munten in de 19 de eeuw bij ons niet meer voorkwamen. Helen, twee teile, De hond begon te beile, De kat begon te janke, Toen viel ze door de planke! Ich kwam aan een hoog huis, Daar hong een zak met zemelen in huis, Zoo menig zemel, zoo menige luis, Daar woonde een gierige duivel in huis!

Hoog huis, laag huis, Er zit een gierige pin in huis! Mineke muis, ze is wel thuis, Er zit een gierige pin in huis! Rond Driekoningen liepen de kinderen in groepjes van drie, soms vier, de huizen van de buurt af om een centje te krijgen. Daarvoor maakten ze een ster van zilverpapier, een paar gekleurde streepjes op hun snoetje, een laken over de schouders geslagen en dan maar zingen van Driekoningen.

De grotere kinderen gingen door de wet op de leerplicht vanaf hun zesde tot hun veertiende jaar naar school en het grootste deel leefde deze wet na. Hier en daar gebeurde het dat arme kinderen niet naar school konden gaan, omdat hun klompen stuk waren en ze geen ander schoeisel hadden. De meisjes en de kleuters gingen naar school bij de Zusters van Vincentius à Paulo naast het kerkplein.

Daar kregen ze in twee klassen les. Wanneer de kinderen bij regenweer langs de slechte wegen en paadjes naar school moesten, droogden ze hun klompen en kousen rond de kachel.

Ze kregen pantoffeltjes van zuster Marie. De jongens gingen naar de oude gemeenteschool aan de Kerkstraat, die ook als gemeentehuis diende en als woning voor de hoofdonderwijzer. Het huis werd in voor De pastoor kocht de rest van het gebouw, de klasvleugel , voor Een nieuw gemeentehuis met jongensschool was intussen gebouwd in het geografische midden van de gemeente op een stuk grond tussen Roosbeek en Eynestraat.

De bouw, naar ontwerp van de Sint-Truidense architect Arsène Debruyn, was uitgegeven in aan de bekende aannemer Frans Claes-Lekens. Na de Paasvakantie trokken de jongens erin. Het is niet verwonderlijk dat er vaak kinderen afwezig waren. Noch bij de ouders, noch bij de kinderen bestond er een traditie om geregeld naar school te gaan. Omdat de meeste mensen een grote tuin of een lapje grond hadden, werd iedereen ingeschakeld in het veldwerk.

Dit gebeurde vooral bij het planten, wieden en oogsten, waar ook de kleine handjes waardevol waren. Maar ook de haagschool bestond. In plaats van naar school te gaan durfden sommigen wel eens een namiddag door de velden dolen op zoek naar vogelnesten of een andere belevenis. Zo gingen de jongens in mei op zoek naar meikevers.

Die waren vooral te vinden in jonge pruimenbomen, populieren en hagen. Door tegen de stam te trappen of aan laag hangende takken te schudden vielen de kevers uit de boom. Men kon ‘s avonds ook gewoon in het gras wachten tot er een zich liet horen.

Had men er een te pakken, dan werd die gecontroleerd of het een poater of een molder was. De eerste was de interessantste, omdat deze het gemakkelijkste vloog. Hij verdween met een beetje groen in een grote luciferdoos of sigarendoos. Thuis monteerden de jongens een poater: Een meikever met een roodachtig schild noemde men een kempeneer, zo geheten naar zijn afkomst. Deze had een grote ruilwaarde: Het onderwijs leek weinig op dat van tegenwoordig.

De ambitie ontbrak bij het grootste deel van de leerlingen. De jongens zaten samen in  twee klaslokalen en met verschillende studiejaren tegelijk.

Er waren acht studiejaren, omdat de jeugd tot veertien jaar naar school moest. De meesten hadden noch de zin, noch het geld om in de stad verder te leren. Voor die grote jongens van dertien of veertien was de onderwijzer vaak meer temmer dan leraar.

Ondanks alles voorzag dit onderwijs in de meest elementaire behoeften, als men ten minste wat meewerkte. De jongelui schreven meestal met een griffel op een lei. Bij meester Creten schreef men nog met een ganzenveer. Voor het nette werk in inkt schreef men met stalen pennetjes op papier dat niet helemaal houtvrij was, zodat op weke plaatsen de inkt uitliep. Het weekend was toen nog niet uitgevonden en de zondag was als rustdag zijn naam nog waard.

Men ging immers de ganse week naar school, behalve op donderdagnamiddag. Op grote heiligen- of feestdagen waren de leerlingen vrij. De kerstvakantie begon op de vooravond van Kerstmis en duurde tot de tweede januari, maar op de derde januari viel het feest van Sint-Genoveva, patrones van de parochie: Met Pasen begonnen de veertien dagen op Paasmaandag. Wie zijn plechtige communie op zijn twaalfde deed, moest twee jaar op voorhand naar de catechismus gaan.

Elke dag nuchter naar de mis en daarna systematisch de Mechelse catechismus uit het hoofd leren. De pastoor of kapelaan lieten hun uitleg soms vergezeld gaan van de nodige oorvegen. De kapelaan nam het eerste jaar voor zijn rekening en de pastoor het tweede. De jongens en meisjes kregen het eerste jaar meestal apart les. Was de grote zondag aangebroken, dan moesten de kostummekes en de witte kleedjes in orde zijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er afgesproken dat de meisjes geen wit kleed zouden dragen; een jaar werd dit nageleefd, maar het jaar later waren er lange witte en andere kleedjes te zien. Twee kinderen die het volgende jaar hun plechtige communie deden, haalden de communicanten  op de pastorij af. Die dag was verdeeld door grote godsdienstige momenten.

In de hoogmis of beloftemis legden ze hun plechtige geloften af. Omdat die tussenpauze voor veraf wonende kinderen te moeilijk lag, vormden ze een “paar” met een medecommunicant uit de omgeving van de kerk. Ze konden dan daar ontbijten.

In de namiddag moesten ze weer naar de kerk voor het lof en werden ze aan Maria toegewijd. Tussendoor was er een feesttafel, waar voor de enen al wat meer familie aanzat en voor de andere het verschil met een kermistafel niet opviel. Op de meeste plaatsen was het een feestje. Na de plechtige communie volgde er nog twee jaar elke donderdag na de mis en zondag voor het lof een half uur de catechismus van volharding.

Dit gebruik verdween na de Tweede Wereldoorlog. Die godsdienstlessen werden door de dertien- en veertienjarigen wel met tegenzin gevolgd, maar het gaf hun ook de  kans om leeftijdsgenoten van het andere geslacht te ontmoeten.

De jongeren vertrokken thuis te vroeg en bleven al eens “hangen” na de catechismus. Het gekijf achteraf hadden ze er wel voor over. Het vormsel was eveneens een hele gebeurtenis, niet omdat er gefeest werd, maar wel omdat het in Sint-Truiden en nog wel door de bisschop van Luik werd toegediend. Dat gebeurde om de drie jaar. In groep ging de Zepperse jeugd te voet naar  de stad. Als aandenken kreeg de vormeling een prentje met de naam in het Latijn en dat klonk vaak erg vreemd: De collectieve peter en meter trakteerden er de kinderen op een koffie en een koek en dan weer huiswaarts.

In waren burgemeester-rentenier Henri Paesmans en de echtgenote van Henri Fabry peter en meter. Plezier en genot werden van buitenaf weinig aangeboden. De jeugd moest er dus zelf voor zorgen. Buiten het dorp ontspanning zoeken, bijvoorbeeld in het zwembad van Sint-Truiden, werd tegengewerkt door ouders en pastoor. Kermis was een uitzondering.

Op zon- en feestdag kwam de cremmaan rond. Jef Croes uit Alken kwam met zijn triporteur , een fiets met voor aan twee wielen waartussen de ijsbak gemonteerd was. Hij verkocht horentjes en galetten vooreen sol. Een deel van het jonge volkje kreeg dan een ijsje, maar zeker niet iedereen. Snoepgoed kon er ook wel eens van af: Van een staaf harde klissie werd met een mes of hamer een stuk afgekapt, in een fles water gedaan en dan maar schudden tot het oploste en het water bruin kleurde.

Dit werd ook aanzien als gezonde drank. Hoewel veel kinderen al van jongs af aan ingeschakeld waren in het werkpatroon, bleef er toch nog tijd over om te spelen. Kinderen speelden op tal van manieren en hun vindingrijkheid bracht alle mogelijke varianten in de spelen en de regels. Dat de jongens anders speelden dan de meisjes was een natuurlijke zaak.

De jongens waren immers ook meer uit huis, waar de meisjes als het ware thuis constant opgeleid werden in huishoudelijke taken. De kleinsten speelden zakdoek leggen en zongen ondertussen:. Zakdoek leggen, Niemand zeggen, Kukelukuuk zei onzen heer Hier leg ik mijn zakdoek neer. Zakdoek leggen, niemand zeggen, Kukelukuuk zei onze haan Ik heb maar een paar schoenen aan Een van stof en een van leer. Hier leg ik mijn zakdoek neer. Achter wie leg ik mijn zakdoek neer?

De kameraden van de straat of de hoek speelden samen met knikkers. De voorloper van dit knikkeren was het spel met kersenpitten, die de kinderen in een zak of bos met een koordje bewaarden. Op de grond lag een muts, een alpainke met een deuk in. Een tiental pitten werden vanuit de hand er ineens ingeschoten. Een deel bleef in de muts liggen, een deel vloog eruit. Op basis van de keuze paar of onpaar in de muts of ernaast was men winnaar of verliezer.

Honderden pitten konden van eigenaar veranderen. Knikkeren met een rode of gele gebakken klitsmiej verving de kersenpitten. Net voor de oorlog begonnen de glazen knikkers hun opmars. Iedereen bewonderde en keurde de gekleurde slek erin. Na de oorlog vervingen de glazen knikkers de mieje. Het streefdoel van iedere jongen was billen te bemachtigen: Zo een zware stalen knikker was wel tien glazen waard.

Door zijn gewicht was zo’n knikker bijna niet weg te schieten. Bij het spelen kwam het erop aan om de tegenstrever buiten het spel te schieten en andere knikkers te bemachtigen.

Het meest gespeelde spel  was dat waarbij iedere deelnemer een knikker in een vierkant inzette. Men probeerde om beurt een ingezette knikker te veroveren door deze uit het vierkant te schieten zonder dat de eigen knikker er zelf in bleef liggen. Een ander spel was de slang: Het kwam erop aan om als eerste dat kuiltje te bereiken zonder buiten de lijnen van de slang te komen.

De speler die de streep overschreed, moest opnieuw beginnen. Wie goed kon knikkeren, kon boksen , d. Voor het landkappen tekenden twee spelers een groot vierkant op de grond. Dat werd in twee gedeeld. In het gekozen deel moest de speler zijn mes zo in de grond slaan dat het bleef steken. Volgens de inplanting van het mes verdeelde een lijn het deel in twee. De volgende koos het grootste stuk van de twee om opnieuw te kappen en te verdelen. Zo werden de te verdelen stukken steeds kleiner en de speler die het eerst buiten zijn stuk sloeg was de verliezer.

Balspelen waren beperk, omdat een rubberen bal voor de oorlog een luxe speelgoed was. Vaak waren het ballen met vodden gemaakt.

Hier en daar had iemand een varkensblaas kunnen bemachtigen om een lederen bal op te vullen, maar die was meestal in beslag genomen door de volwassenen om er een tabakszak van te maken.

Voor een spel maakte men tegen een muur een reeks putjes. Iedere deelnemer had daar zijn putje en moest binnen de lijnen van het spel ca 2 meter staan. Om beurt rolde iedere speler de bal naar de putjes. De speler in wiens putje de bal bleef liggen, moest die zo vlug mogelijk opnemen en proberen een van de weglopende kinderen te treffen. De verliezer werd na het spel op zijn knieën tegen de muur gezet en iedere speler mocht er met de bal zo hard hij kon op gooien.

In een weide in de Plank straat, de volkse naam voor Kleindekkenstraat, speelde men ook een soort hockey met kromme stokken en een stoffen bal. Was men met een groep van vijf of meer dan kon men loenke , verstoppertje spelen. Dat kon men bijna overal spelen, omdat de huizen toen nog niet zo dicht tegen elkaar waren gebouwd en er nog veel hagen en braak liggende hoekjes waren. In de Plankstraat speelde men in de weide, omdat daar in de zomer veel beekjes  droog stonden. Wie moest zoeken werd, afgeteld:.

Achter het kapelleke lag een dooie rat, Mieke van Gezelleke had erop getrapt, Oei, zei dat ratteke, Een stukje van mijn statteke, Pief, poef, paf en gij zijt af. De jongens speelden ook met een fietswiel.

Ze lieten het rollen en liepen erachter, terwijl ze het met een gebogen twijg vooruitduwden. Er werden zelfs wedstrijden gelopen. Van de tollen bestonden er twee modellen. De konkerel was de paddestoelvormige. Deze tol kon men laag bij de grond tot draaien brengen.

De tweede tol, een dop, was kegelvormig en liep uit op een ijzeren pin. Die kon men van boven af gooien. Ook van een muntstuk - een kwartje had een gaatje- kon men met behulp van een stokje of lucifer een tol maken. Koordspringen deden de kinderen zowel alleen als in groep, meestal met een zelf gevlochten koord, maar rond Sinterklaas en met de kermis waren er wel enkelen die een echte springkoord hadden.

In de zomer als de lange koorden uitgehaald waren om het stro op de wagen te binden, sprongen ze soms met vijf of zes tegelijk over die lange koord. Het probleem was echter dat men voor elke kant krachtige armen moest vinden om het zeel te draaien.

Carbuur werd gebruikt voor fietslampen. In Zepperen haalde men dat bij fietsenmaker Jef Reymen of in de stad bij Lambèrs. Het carbuurblokje legde men in een lege blikken verfdoos, waarin onderaan met een nagel een gaatje was geslagen. Men spuwde eens goed op dat grijs blokje, dat direct begon te “koken”. Deksel goed vast op de doos, voet op de doos en een lucifervlammetje voor het gaatje.

Na een paar seconden… knal! Hoe vaster het deksel erop zat en hoe groter de doos, hoe luider de knal. Ongevaarlijk was het niet: Soms vroegen de eigenaars van kersenbomen kwajongens in hun weide te schieten om de spreeuwen af te schrikken. Het schietleer was amusement van eigen makelij. Men kapte een Y-vormige tak van een duim dik.

In de twee bovenste armen sneed men op een centimeter van het uiteinde een gleufje. Hierin maakte men het elastiek, gesneden uit een afgedankte fietsband, stevig vast. Het andere uiteinde van het elastiek werd vastgemaakt aan een stukje soepel leder, vooral de tong van een versleten schoen was heel geschikt. Eens klaar schoten de jongens met steentjes naar de vogels of de talloze witte of glazen potjes van elektriciteits- en telefoondraden.

Deugnieten hadden ook wel eens andere doelwitten. Ook de boog was een instrument van eigen creativiteit. In een lange mooie wilgentak met een doormeter van een paar centimeter werd boven- en onderaan een inkerving gemaakt om met de kempkoord de tak tot een boog te spannen.

Ook de pijlen waren uit wilgentwijgjes gesneden. Vooraan werden ze gescherpt tot een punt en aan de achterkant kwam een gleufje voor de koord.

Om de draagkracht en de vlucht te vergroten sneed men achteraan in de pijl een verticale gleuf op enkele centimeter van het einde om er een speelkaart door te steken die in V-vorm was geknipt. Schietleer en boog waren niet ongevaarlijk voor de kameraden.

De meisjes speelden minder op straat, maar deden soms met de jongens mee bij kettingkat, trefbal, loenke Hinken en koord springen was eerder voor hen. Thuis  hadden ze hun voddenpop om mee te spelen. In groep werd er ook geblinddoekt: Om hem te misleiden verwisselden de  kinderen van kleding. De grotere jongens zagen hier hun kans schoon  om de meisjes te bepotelen.

Hoewel in het dorp al tal van machines bekend waren, bleef het leven bijna constant in het teken van het werk staan. Brueghels luilekkerland van nietsdoeners was heel ver weg! Dat was al te merken bij de kinderen die uit school werden gehouden om een handje toe te steken. Zowel jongens als meisjes gingen mee op het veld stenen rapen, onkruid wieden, aren lezen en schapen, geiten of koeien hoeden.

Gebeurde dit voor hun veertiende af en toe, na hun leerplicht werden de meeste kinderen ingeschakeld in het landelijk arbeidspatroon.

Het oudste meisje bleef thuis om te helpen bij het huishouden, de jongere meisjes gingen bij een betere familie dienen. Wanneer het zo ver was, waren de meesten al blij, als ze ergens binnen het eigen dorp of in Sint-Truiden een plaats vonden.

Maar ook een grootstad als Brussel, Antwerpen of Luik had dienstpersoneel uit Zepperen. Zo werkte Maria Bleus bij een Brusselse familie. Gegoede families hadden verscheidene meisjes in dienst. In een burgerwoning van een advocaat of geneesheer liepen al vlug drie meisjes rond: Wie een beetje goed ter taal was en vlug goede manieren leerde, kon gezelschapsdame van Madame worden.

Omdat er veel vraag was naar huispersoneel, konden de meisjes nogal gemakkelijk aan de slag, maar de werkgevende familie stelde haar eisen. Op de eerste plaats stond de betrouwbaarheid en dan kwam  de werkzaamheid. Daarom werden de meesten aangenomen op voorspraak van kennissen. Niet zelden speelde de pastoor de rol van  sociaal bemiddelaar. In de stad en ook in het kasteel van Zepperen deelden de meisjes die niet van het dorp zelf waren, het huis met hun werkgever.

Op de zolder of in een bijgebouw hadden deze meisjes een klein kamertje met het minimum aan comfort: In werkelijkheid was dit een luxe, want de meesten hadden thuis geen eigen bed, laat staan een eigen waskan en kast. De werkuren werden niet geteld, men was bezig van ’s morgens tot ’s avonds. De werkdruk was, op enkele dagen na, niet groot, het aantal uren wel. Sommigen bleven ongetrouwd en werden een deel van de familie. Ze kregen een eerder kleine vergoeding, maar hadden wel kost en inwoon.

Op het kasteel van Zepperen ging het er niet anders aan toe. De laatste kasteelheer in de oude trant was mijnheer Arnold Dossin, een Franse textielbaron. Het was enne goeie mân vor zen minse. Uit deze manier van praten valt vandaag nog op te maken dat heel wat mensen op de Kasteelstraat en elders door hun werk of door een lap pachtgrond afhankelijk waren van de kasteelheer.

Het is nog een echo van het Ancien Régime, toen de heren het voor het zeggen hadden over ”hun” mensen. Deze kasteelheer, die steevast met monsieur werd aangesproken, was niet te vergelijken met zijn voorganger, de Pitteurs, die er een heel andere levensstijl op nahield.

Toch moest er ook voor monsieur Dossin gewerkt worden, volgens een strikte taakverdeling. Wie in de keuken kookte, moest koken en geen groenten uit de tuin halen. Dat was de taak van de tuinman. Die moest ervoor zorgen dat de groenten grof schoongemaakt in de keuken belandden. Hij zorgde er ook voor dat kippen, fazanten of konijnen schoongemaakt in de keuken geraakten. Vooral binnenshuis waren de lijnen klaar uitgezet. Daar regelde de vrouw des huizes alles. Wanneer er geroosterd eten gevraagd werd, was het roosteren en niets anders.

De punctuele aanpak blijkt uit volgend voorval. Madame liet de lakens wassen in een wasserij en het gebeurde eens dat een van de lakens niet symmetrisch toe geplooid was. Bij het opmaken van het bed viel die plooi dus niet in het midden en na veel vijven en zessen besloot men het laken opnieuw te strijken om het bed op te maken volgens de regel: Op het kasteel werkte en woonde voor de oorlog onder meer een jongdochter, Therèse Van Mechelen.

Met anderen verzorgde zij er het huishouden. Voor de kinderen was er een Franssprekende gouvernante. Onder de vakantie kwam de familie uit Roubaix naar Zepperen en bracht ze een deel van haar eigen Frans huispersoneel mee. De voertaal op het kasteel was Frans. De zonen werden in Frankrijk naar school gestuurd, de dochter daarentegen is enkele jaren in Velm op school geweest en kon uiteraard Nederlands.

De familie Dossin was hier door huwelijk met de dochter Emilie Jadoul van Bernissem verzeild en kon het kasteel en de hoeve kopen. Omdat Arnold Dossin zijn bezigheden in Frankrijk had, liet hij het bedrijf exploiteren door een uitbater, Peter Leunen. Daarbij schakelde hij ook een landbouwingenieur in, de eerste was E. Limpens en daarna A.

De hoeve die vooral uit boomgaarden voor fruitteelt bestond, had een viertal mensen constant in dienst. Peter Leunen woonde zelf met zijn gezin in een zijvleugel van het gebouw en zijn vrouw Marie Knapen deed er het huishouden.

Hij was de laatste inwonende uitbater en verliet de kasteelhoeve toen hij in op pensioen ging. Naast dit vast personeel zorgde Peter voor de nodige seizoenarbeiders, waaronder Toine Vandendwije en Jef Vananroye. Deze mannen trokken na de fruitpluk vaak naar de suikerfabriek in Tienen. Peter Leunen werkte tegen een vaste maandwedde. Hij kreeg bovendien voordelen zoals gratis groenten uit de tuin, woonst, water, elektriciteit… en mocht voor eigen gebruik een paar beesten kweken.

De contabiliteit lag in handen van Henri Vandenborne, de klerk van notaris Thenaers van Sint-Truiden. Het werk op de kasteelhoeve was niet stresserend, het hoogseizoen uitgezonderd. Voor de verkoop van fruit bijvoorbeeld trok men voor de oorlog zelfs heel vroeg naar Luik, vanaf werd het de fruitmarkt van Sint-Truiden en tenslotte kwam vanaf de jaren vijftig het fruit terecht op de veiling van Sint-Truiden.

Omdat het bedrijf vooral op fruit draaide en er te veel weiden waren voor eigen dieren, werden de weiden verhuurd. Boeren, die zich in Droog-Haspengouw - ten zuiden van St-Truiden - meer richtten op de teelt van gewassen, huurden die weiden dan vanaf de 1 ste mei tot Allerheiligen. Zo plaatste bijvoorbeeld een boer uit Kortijs op de taalgrens zijn dieren er tussen en enkele jaren op de wei.

De dieren werden niet altijd met open armen ontvangen, omdat ze aan de fruitbomen vaak schade toebrachten. De sociale ingesteldheid van Arnold Dossin blijkt ook uit zijn houding tegenover de sociale wetgeving.

Als Fransman uit het industriële Roubaix zag hij blijkbaar de voordelen van die wetten in. Dat werd niet altijd begrepen door de werklieden uit het landelijke Zepperen. Meer dan eens drong hij er bij Peter Leunen op aan dat hij zijn mannen moest overtuigen om een deel van hun loon voor sociale voorzieningen af te staan.

Ook inzake de moraal werd de Franse familie Dossin als integer omschreven. Het is immers een publiek geheim dat het vrouwelijk dienstpersoneel op de kastelen al eens belaagd werd door de heer of de zonen des huizes. Dit lijkt het geval te zijn geweest met de telgen uit de familie de Pitteurs. De gewone man en zeker de familie van het personeel aanvaardde dit als een noodzakelijk kwaad.

Die toestand werd vaak gehekeld in verhalen of liedjes zoals blijkt uit het liedje dat de knecht van de paters assumptionisten, Martin Jossels, nog kon zingen. Hij woonde en werkte op de boerderij van het klooster, maar ging regelmatig zijn borreltjes drinken in het dorp.

Als zijn keel voldoende gesmeerd was, zong hij volgend liedje:. Er was een lief en aardig kind, Van zestien jaar en door ied’reen bemind. Zij woonde op een zolderkamer, Zij was zeer schoon, maar ook zeer arm. Hard werken moest ze voor haar brood, Zij had niet veel van klein noch groot. Des nachts sliep zij op een zak strooi. Zij woonde bij een rijke heer, En hij die sprak zo lief en teer: Ik zal u geven een kamerken fijn, En klederen in zwart satijn, Geld en juwelen in overvloed, Al wat uw hart verlangen doet.

Hard werken zal ik voor mijn brood, En God beware mij enige nood, Want later word ik ook een vrouw, Ik bewaar mijne bloem tot aan den trouw. Voor de veertienjarige jongens lagen de kaarten anders.

Het grootste deel kwam in de landbouw als koeterke terecht. Het was de jongste knecht op de hoeve. Hij werd ingeschakeld bij zowat alle werk als hulp. Hij deed de boodschappen, hij hielp de koeien verplaatsen van de ene weide naar de andere, kortom alle licht werk.

Hij leerde de boerenstiel door de anderen na te doen: Bij het bewerken van het land waren de hoeken moeilijk te akkere , omdat anders de vruchten op het aangrenzende stuk grond beschadigd werden. Die hoeken moest het koeterke in orde brengen: Hij trok ook mee met de voerman als die ergens een vracht moest ophalen.

De meeste tijd bracht hij toch tussen de dieren door. Omdat hij fysiek nog niet volgroeid was, begon hij tussen de varkens. Als hij voldoende aanleg had en zijn inzet niet te wensen overliet klom hij op tot paardenknecht: De knecht met het meeste aanzien was niet noodzakelijk de sterkste, maar wel diegene die het best met de paarden kon rijden.

Knechten en meiden werkten gewoonlijk van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds. Voor een karig loon, want veel sociale wetgeving voor landarbeiders bestond er voor de jaren dertig immers nog niet.

De herenboer werkte zelf niet. Hij regelde het werk voor iedereen en voor elke dag. Regelmatig stapte hij met een kleine sierspade onder de arm over de huivjol. Dit zijn de twee smalle keerstroken op de uiteinden van een  perceel, die in een andere richting bewerkt werden.

Vandaar gaf hij aanwijzingen aan zijn werkvolk. Hij bepaalde het tijdstip van de landbewerking en hoe en door wie het moest gebeuren. De verhouding in de teelten was ongeveer een vierde tarwe, een vierde haver, een vierde gerst en een vierde suikerbieten. Op minder goede grond zaaide men een stuk rogge of plantte men een roede aardappelen. Op een bedrijf van tien bunders landbouwgrond kon men één koppel paarden, zes melkkoeien en enkele zeugen houden.

Eén van de grote boerderijen in Zepperen was die van Vanvuchelen. Daar werkten gemiddeld een man of acht op de 40 bunder grond. Er waren vier paarden en de enige dekhengst van het dorp.

Ook voor de koeien was er een gekeurde stier. Omdat de boerderijen gemengde bedrijfjes waren, was er overal wat vee. Voor een melkkoe rekende men op 10 tot 12 roeden weiland en voor een vaars op ongeveer 8 roeden. Wie een stuk grond huurde betaalde zijn pacht op 30 november, Sint-Andries. Omdat voor de grond geldt dat men moet geven om te krijgen, was bemesting noodzakelijk.

Na de oogst werd de mesthoop van de veestapel leeg gemaakt en op het stoppelveld in hoopjes afgeladen. Op het veld daarentegen werd de mest gebroken of open gestrooid door de vrouwen. De inhoud van de aalput werd over de weiden verdeeld. Die bemesting alleen was onvoldoende voor een goede opbrengst en werd daarom aangevuld door kunstmest zoals nitraten en chlorure. Voor de oorlog waren deze meststoffen apart te verkrijgen en door de boeren zelf te mengen.

Om het rendement te verhogen werd ook de opvolging van de teelten zo geregeld dat de grond niet uitgeput raakte. Als grondverbeteraars gebruikte men o. Omdat de Boerenbond een belangrijke rol speelde als coöperatief inzake  voorlichting en ontwikkeling van het bedrijf, konden de boeren die meststoffen daar kopen. Voor de oorlog moesten ze hun bestellingen ’s zondags doen bij de pastoor en in de week aan het station van Ordingen afhalen.

In het najaar werd er geploegd en voor het wintergraan geweld met de wel rol. De ijzeren rol bestond meestal uit drie of vier losse delen en werd getrokken door twee paarden. Om de grond fijn te krijgen gebruikten de knechten een rus en een eig.

Dit laatste driehoekig houten werktuig met schuin geplaatste ingewerkte eiken pinnen kon dubbel gebruikt worden: In oktober was de grond na tweemaal rollen en eggen voldoende fijn voor het zaaien van wintergraan.

Voor zomergraan, dat in het voorjaar werd gezaaid, moest de grond fijner bewerkt worden, anders “ ging het graan lopen ”, d. Aangepaste bemesting met patentkali moest dit vermijden. Zaaien was fijn vakwerk. De zaaier bepaalde immers de hoeveelheid graan die er later zou groeien.

De ervaren zaaier wist dat precies aan het aantal stappen en het aantal vingers, waarmee hij het zaad uit de zaaibak nam. Vooral de armbeweging om het zaad in een mooie boog voor zich uit te strooien was belangrijk. Zo voorkwam hij dat het graan ongelijk in stroken groeide. Tussen het opschietende graan groeide ook het onkruid mee. Wieden was vooral vrouwen- en kinderwerk. De mannen gingen met de gieje de distels te lijf.

De gieje was een kleine spade van slechts drie centimeter breed om de distelwortel onder de grond over te steken. Onkruid besproeien met verdelger gebeurde toen nog niet. De gezaaide granen waren wintertarwe weinterterf , wat minder zomertarwe zoumerterf. Tarwe diende uiteraard op de eerste plaats voor de voeding.

Haver hoaver , winter- en zomergerst gaas en rogge koon , waren voor dierenvoer bestemd: Rogge of koren werd ook omwille van het lange stro gezaaid. Het vleugelstro gebruikte men om banden te maken om daarmee het gedorste stro in bussels te binden. Twee latten boven en twee onder vormden dit lang stro tot vlaggen. Die dienden als bed en afdekking tegen het vriesweer bij het inkuilen van appelen en bieten.

Ze werden ook gebruikt voor het afdekken van de kleien brikken die te drogen lagen. Dit stro was ook het materiaal voor de wijpen onder de dakpannen. Het lange stro werd verder ook nog in stukken gesneden op de zeis tussen de benen of met een hakselmachine. Dat was bestemd voor de biggen. Vlas, boekweit en spelt werden hier niet gezaaid.

Maïs of kurreketerf naar Turkse tarwe is pas na W. II opgekomen om na de vroege oogst van gerst te planten. In het najaar was het een halve meter hoog en werd het gemaaid om de koeien bij te voederen.

Koolzaad voor de oliewinning kende een heropleving onder de oorlog, omdat de Duitsers deze teelt verplicht maakten. Als het graan in juli-augustus rijp was, werd het geoogst. Het was het meest arbeidsintensieve moment van het landbouwjaar. Het weer bepaalde immers het werk. Het moest gedurende enkele dagen droog zijn, zowel om te maaien als om de oogst in te halen.

De mannen trokken erop uit om te zichten en de vrouwen volgden in hun spoor om de schoven te binden. Graan zichten was een zwaar werk en vergde naast kracht vooral handigheid om met de pikhaak, de zicht en het linkerbeen de schoof te vormen. Een goede maaier kon vijf roeden per dag neerleggen. Om te binden waren stevige handen nodig. Ze namen een vijftiental halmen, wrongen die onder de aar om en splitsten dat bundeltje halmen zo in twee dat de aren aan de bovenkant lagen.

Die band werd op de grond gelegd en de halmen erop. Het gewicht van de halmen verhinderde dat de wrong in de band loskwam. Daarna werden de uiteinden van de band samengenomen en weer met een wrong onderin gestoken: Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er machines om te maaien en zelfs pikbinders. Het was een grote en kostelijke machine, die maar veertien dagen per jaar gebruikt werd. Vandaar dat de boeren Roebben en Renaerts samen zo een machine kochten.

Het zichten beperkte zich dan tot boan kappe , men maaide rond het veld een strook van één tot anderhalve meter om plaats te maken voor de paarden die het ziechmesin moesten trekken en op de hoek moest men nog kunnen draaien. Omdat een pikbinder nogal remmend werkte door het grote aandrijfwiel, werden er drie paarden voor gespannen. De eerste ronde trokken echter maar twee paarden, omdat de baan niet breed genoeg was.

De schoven werden dan in mantels of groepjes rechtop gezet. Het gemaaide graan had immers nog enkele dagen nodig om te drogen en uit te zweten. Mantelen kon men op verschillende manieren. Om de wind erdoor te laten spelen werden de schoven gewoon zo in de lengte geschikt, dat de wind het goed kon drogen. Een variante was tweemaal vier schoven en één aan elke kant op de kop. De stevigste opstelling was de centrale: Sommige mantels kregen een band rond de kop van lang haver- of roggestro om het omwaaien te vermijden.

Mensen die gingen oogsten vormden een z ang,   een handvol samengebonden aren. Verschillende z angen samen vormden een knuts. Als het weer tegenzat, dan trok men de mantels open om het drogen te vergemakkelijken. Eens droog werd het graan ingehaald. Op de grote hoeves reden de karren verscheidene dagen heen en weer tussen het veld en den taas in de schuur. De schuren moesten zo groot zijn, omdat op korte tijd de hele oogst onder dak moest komen.

Was de schuur vol, dan maakte de boer een mijt, want hangars, overdekte open opslagplaatsen, bestonden er niet. Voor dit werk hadden de meeste boeren elk jaar dezelfde mensen in dienst, die ook hun zelfde werk opeisten: Naderde het einde, dan wedijverden de gaffelaars om de laatste schoof en op de laatste wagen stak de mei , een groene tak.

Nu konden de arme mensen komen naoogsten. Dit werd meestal toegestaan. Eerder zagen de boeren het niet graag, omdat de arenlezers niet alleen de gevallen aren opraapten, maar ook uit de schoven durfden plukken. In de winter dorsten de boeren hun graan. Het dorsen met de dorsvlegel verdween na W. De dorsmachine draaide echter al van in augustus, omdat sommige boeren zonder graan zaten.

Zij brachten hun oogst naar de dorsmachine die ergens in het veld opgesteld stond. De grote boeren dorsten in het najaar thuis.

Dit werk knapten Henri Knapen en François Vanmechelen op. Omdat ze zelf over geen paarden beschikten moesten de boeren zorgen voor het transport van het ene veld naar het andere. Een kleine motor, een Lister, deed het geheel draaien. Tijdens de oorlog kochten ze zich een tractor, een Ferguson. Dorsen was zoals de oogst een groepswerk: Verder werkten er mensen aan het graan en aan de strobinder, want de echte stro-pers kwam in de jaren vijftig pas op. In de dode tijd voor de dorsmachine stond ze in een hangar, die gebouwd was met hout van de afgebroken piste in St-Truiden.

Een tweede groot werk was de bietenteelt. In april werd in rijen gezaaid. Omdat het bietenzaad toen nog meerkiemig was, kwamen er te veel bieten uit. Die werden met de krebber op afstand gezet en vervolgens geplukt of uitgedund. Kappen was zowel een mannen-  als vrouwenwerk.

Plukken daarentegen deden de vrouwen en ook de kinderen met een klei krebberke. Zolang de rijen niet toe gegroeid waren,  kon het onkruid opschieten en dat pakte men in de loop van juni aan. Als de rijen toe waren, was men gerust tot in het najaar. Dan begonnen de mannen de bieten te rooien. Dat was hard labeur, omdat men iedere biet met een beitescheupke uit de grond moest trekken. Regelmatig trokken die mannen zich recht en tastten in hun rug! Het kon bovendien al koud zijn en door dauw of regen was dit werk vaak mauswerk.

De uitgedane bieten werden in rijen gelegd. De vrouwen scheidden met een kapmes het loof van de wortel en gingen daarbij zo te werk dat bieten en loof netjes in rijen lagen. Voor het laden werden ze bij droog weer nog met de ketteleig bewerkt. Dit leek op een ijzeren tapijt met uitstekende hoekige vormen, dat het paard over de gerooide bieten sleepte.

Men voerde ze min of meer ontdaan van de aarde af naar het station van Ordingen. Daar stelde de vertegenwoordiger van de fabriek de tarra vast en nam men een baas of mand bieten als staal voor de bepaling van het suikergehalte.

Met de trein ging het dan naar de suikerfabriek Mellaerts op Staaien in Sint-Truiden. Enkele dagen later kreeg men per brief de uitslag van de analyse. Met een opbrengst van twee ton per roede, betekende dit ongeveer  kilogram suiker per bunder. De boeren gingen na het seizoen in de fabriek suiker halen voor zichzelf, voor de familie en voor buren. Die suiker was ongeveer een frank goedkoper dan in de winkel en werd gebruikt voor gelei, confituur of inmaakfruit. Met het loof en de pulp uit de fabriek maakte de boer een pulpkuil.

Hij begon met een laag loof, afgewisseld met een laag pulp. De bovenste was een pulplaag. De voederbieten werden  vaak op het veld opgehoopt onder een laag stro die met aarde werd toegedekt. Bovenaan liet men een opening om verstikking te voorkomen.

De bietsuikerfabrieken trokken heel wat dorpsgenoten aan, zelfs al lagen ze veraf Doorke Schoenaers ging met een groep werken in de fabriek van Gingelom. Ze verdienden daar een schone frank, maar het leven was er ook naar. Ze bleven slapen in een bijgebouw van een fabriek. Een strozak op de grond, een paar dekens en een nagel in de muur voor de kleren was hun comfort. Het potje kookten ze zelf met brood, aardappelen en spek dat ze van thuis meebrachten.

Ook in de fabriek van Liers ging men werken. Jef Strauven regelde dat. Die trok dan met een tiental mannen van Zepperen naar ginder: Zo’n campagne duurde een week of acht. Wie binnen in de fabriek werkte had het warm, maar wie aan de kanalen stond, waar de bieten met stromend water werden afgevoerd, zat in het gure herfstweer. Van Djang Pels vertelde men dat hij voor de campagne een varken slachtte en dat het na de campagne opgegeten was!

Aardappelen werden met een koord in rijen geplant. De mannen maakten het koewt , een putje, waar de vrouwen en kinderen een aardappel aan een kant inlegden.

Aan de andere kant legden ze een beetje Peru-guano 18 , dat echter niet tegen de scheuten mocht komen. Een grote boerenfamilie kon het bedrijf zelf uitbaten. Er waren immers nogal wat ongetrouwde broers en zussen die op de boerderij bleven. Toch was er al vlug een koeterke bij. Zo ging Albert Bex of Bèrke van Naar als veertienjarige werken bij Armand Knuts, een jonkman die met zijn zuster een boerderij van ongeveer vier bunder bewerkte met één paard Armand leerde Bert melken, zichten en maaien, maar zelf reed hij met het paard.

Daar bleef Bert tot zijn vijfentwintigste, toen ging hij drie jaren bij Hermans werken. In sloot hij met Louis America een akkoord om op diens boerderij te werken Hij werd daar de laatste inwonende boerenknecht van Zepperen, al is helper hier beter op zijn plaats. Zelf had hij immers dertig roeden grond en kon daarmee een drietal vaarzen en wat varkens houden. Toen de zoon, Guillaume America, de boerderij overnam, bleef Bert met hem verder boeren.

Hij werkte op de boerderij van ongeveer 10 bunders landbouwgrond en 6 bunders weide. Hij kon de twee paarden en de machines gebruiken om zijn eigen grond te bewerken. Naast kost en inwoon had hij nog een loon. De goede verstandhouding die vaak ontstond tussen de knechten en de boer blijkt in dit geval: De knecht was een stukje familie America geworden. Zoals Bert bijverdiende door zijn eigen grond te bewerken, waren er anderen die een lapje gehuurde grond bewerkten.

Ze teelden er hun eigen aardappelen of huurden een weide om kersen, appelen of peren te plukken. Velen waren echter seizoenarbeiders: Anderen zoals Mil Pulinx en Dolf Boonen trokken rond als buimslienders , die de takken onder aan de populieren of canada’s wegkapten, zodat het stamhout zich zuiverder ontwikkelde.

Weer anderen gingen in de winter bomen kappen. Wai, Berke en zijn broer Maurice. Ze hebben langs de wegen canada’s gekapt “van Brustem tot in Beringen”. Berke Bex was gewoon in de boom te klimmen om de koord te spannen en de kop uit te zagen. Meer dan eens ging hij boven op de afgezaagde top zitten om een sigaret op te steken, terwijl zijn twee makkers op de grond met schrik toekeken.

Bij dit werk vonden ze tijdens de oorlog een dode Duitse piloot aan de kant van de Keelstraat. Na enig overleg en met veel schrik besloten ze dit toch maar te gaan melden. De gesneuvelde werd opgehaald en de vinders ondervraagd. Er werd hun zelfs een beloning beloofd, maar daar is nooit iets van in huis gekomen. Wie in de landbouwsector terecht kwam, kon in zijn dorp blijven.

Anderen gingen werken in de stad, zoals bijvoorbeeld de casserollefabriek in Sint-Truiden. Een grote groep trok echter naar de mijnen, eerst in het Luikse en na de Eerste Wereldoorlog naar de Kempische mijnen. Sommigen vestigden zich zelfs definitief in of rond Luik, anderen pendelden dagelijks met tram of trein naar hun werkplaats. Het merendeel van de Zepperse mijnwerkers die in het Luikse werkten, schakelden later over naar de Kempen, waar in al steenkool was gevonden.

Het was korter bij en die mijnen hadden de naam beter uitgerust en gezonder te zijn. Al op 14 januari stuurde de gemeenteraad van Zepperen een verzoekschrift aan de Minister om de ontginningen in Limburg te bespoedigen Maar pas in de jaren twintig werden de mijnen daar actief.

Het werkboekje van landbouwwerkman Lambert Knapen leert hoe hij na de eerste wereldoorlog tot in de Espérance et Bonne Fortune -mijn te Montegnée werkte en zijn legerdienst deed. Tussen en kon hij aan de slag in de ondergrond van Eisden en Waterschei De spoorverbinding met de Kempen was zo moeilijk dat de meesten er dagelijks door weer en wind naar toe fietsten.

De steenkoolmijnen waren belangrijk voor de economie van het land, maar nog belangrijker voor de gezinnen van de koolputters. Vele families leefden in armoede tot de oudste zoon naar de mijn trok. Die verdiende goed geld en dat was al vlug aan de tafel en de kleding van het gezin te merken.

De mijnwerkers hadden immers het jaar rond werk en hun goed loon stonden ze natuurlijk af aan de ouders. Nochtans werd de koolputter geminacht. De meesten kwamen uit arme gezinnen en bepaalde buurten in Zepperen: De kerk maakte hun werk verdacht. Die mannen kwamen zo zwart naar boven.